 |
 |
 |
| |
Interviews and Reviews
Soon online
**-**
Laatste update blog 30-05-2010
Entwine-Painstained
Painstained
kan
gerangschikt worden onder de categorie muziek die je meteen vanaf de
eerste tonen bij de keel grijpt en je vervolgens gedurende de gehele
luisterzit niet meer loslaat. Het Finse gezelschap begon ooit met het
spelen van death metal, maar ontworstelde zich via de gothicscene
geleidelijk van de beperkingen die een specifiek genre nu eenmaal met
zich meebrengt. Door de jaren heen heeft Entwinezich
ontwikkeld tot een gedegen rockband met een modern geluid die de
invloeden van weleer volledig naar de achtergrond verdreven heeft ten
faveure van pakkende melodielijnen. Nog slechts sporadisch, steels
verscholen in de mix, duiken de death metal klanken op als verstilde
herinneringen aan een bruut verleden. Storend is dit allerminst; het
verleent het door Hiile Hiilesmaa geproduceerde album juist de nodige
diepgang. De tien nummers zijn fris van klank en staan bol van de
dynamiek. Breekbare momenten zoals die bekend zijn van de latere
Anathema
gaan hand in hand met ruige rockescapades waarbij piano-interludes
scherp contrasteren met laaggestemde gitaren. Maar of de band nu vol
gas geeft zoals in opener 'Soul Sacrifice', voorzien van een frivool
Oosters melodietje, of zich verliest in balladesque vrijages met een
tranentrekker als 'Lost In My Denial', het oog blijft altijd gericht
op het beklijvende karakter van de muziek die tijdens de meest
toegankelijke passages zo nu en dan refereert aan die van
radiovriendelijke collega's als Stainden
Nickelback.
Ondanks deze referenties heeft het geluid van deze Finnen een eigen
gezicht dat in vocaal opzicht gevisualiseerd wordt door de prettig in
het gehoor liggende stem van Mika Tauriainen die, hoewel krachtiger
en gevarieerder, in de verte wel iets weg heeft van die van
landgenoot Ville
Valo (Him).
Een echte aanrader dit Painstained.
Tracklist
Soul
Sacrifice
Strife
Dying
Moan
Beautifully
Confined
Lost
In My Denial
Greed
Of Mankind
Dead
By Silence
Hollow
Caught
By Desire
Say
Goodbye

Joe Satriani-Professor Satchafunkilus And The Musterion Of Rock reviewd
muziek | Cd reviews S-T
|
20 Juni 2009 | 06:50:28
Joe Satriani-Professor Satchafunkilus And The Musterion Of Rock
Eens
in de zoveel tijd verheft Professor Satch zijn weledele achterste
vanuit zijn luie stoel en beklimt hij het spreekgestoelte teneinde
zijn beninde gelovigen te doceren vanuit het grote gitaarboek en
daarbij en passant een aantal oorstrelende klanken uit zijn
instrument te voorschijn te toveren. Op deze reeds enige tijd geleden
op de parochie losgelaten muzikale geloofsbelijdenis is het niet
anders. De heer Satriani steekt zijn voorliefde voor smeuig gefröbel
niet onder stoelen of banken en laat meermaals blijken nog immer
fervent fan te zijn van Jimi Hendrix en Robert Fripp, mensen die zo'n
40 jaar geleden aan de bakermat stonden van zijn inmiddels
indrukwekkende loopbaan die naast talloze optredens, zowel solo als
met de G3 tour concerten-reeks, en gastbijdragen bij illustere
muzikale grootheden een discografie bevat van 13 studioplaten.
Voorwaar een hele prestatie voor iemand die in het prille begin
nauwelijks voet aan de grond kreeg en zich voornamelijk bedient van
instrumentale oprispingen.
Professor
Satchafunkilus And The Musterion Of Rock is
voor het merendeel gevuld met rustig spel zoals bekend van de
allereerste platen, maar zo nu en dan schakelt het snarenwonder naar
een wat hogere versnelling over en laat hij zijn gitaar ronken. Ook
wordt het experiment niet geschuwd zoals in het aanstekelijke 'I
Just Wanna Rock' met
robot-achtige vocalen die ontlokt worden aan een waarschijnlijk van
Peter Frampton geleende voicebox, en het afsluitende 'Andalusia'
waarin een akoestische gitaar zich prachtig mengt met flamenco
getinte interludes en ritmisch handgeklap. Gitaarliefhebbers zullen
zich aan dit album beslist geen buil vallen en zich verlustigen aan
het ontrafelen van de zich langzaam prijs gevende geheimen.
Tracklist
Musterion
Overdriver
I
Just Wanna Rock
Professor
Satchafunkilus
Revelation
Come
On Baby
Out
Of The Sunrise
Diddle-Y-A-Doo-Dat
Asik
Vaysel
Andalusia
Sons Of Seasons-Gods Of Vermin
Sons
Of Seasons
is het muzikale geesteskind van Oliver
Palotai,
gitarist en toetsenist van ondermeer Doro
en Kamelot,
en werd door hem begin 2007 opgezet om uiting te kunnen geven aan
zijn drang de eigen creativiteit bot te kunnen vieren op composities
van persoonlijke makelij. Gods
Of Vermin
brengt een kleurrijk palet tot leven met invloeden uit zowel de
klassieke als de heavy sector, opgeluisterd met hier en daar een
miniem snufje folk en jazz, en wordt gelabeld als zijnde dark
symphonic metal, een benaming die de lading niet volledig dekt. De
muziek heeft een divers karakter, staat bol van de bombast en
balanceert scherp op de rand van complexiteit en technisch vernuft.
Het geheel is gevat in een glasheldere productie van soms filmische
proporties en wordt door de van Metalium
bekende Henning Basse voorzien van vette vocalen. Door de klankleur
van diens stem, in combinatie met de bombastische keyboardpartijen
van Oliver, wasemen sommige tracks zoals de titelsong en 'Wheel
Of Guilt'
sterk de sfeer van Savatage,
maar dat doet geen afbreuk aan de kwaliteit. Toch zijn niet alle
nummers even goed. Net over de helft kakt het album enigszins in met
een aantal standaard rifs die zo getrokken lijken te zijn uit het
grote heavy metal instructieboek. Daar kan zelfs de vocale bijdrage
van Simone Simons (Epica)
geen verandering in brengen. Niettemin vormt dit debuut een niet te
versmaden pasteitje voor avontuurlijk ingestelde luisteraars.
Tracklist
The
Place Where I Hide
Gods
Of Vermin
A
Blind Man's Resolution
Fallen
Family
The
Piper
Wheel
Of Guilt
Belial's
Tower
Fall
Of Byzanz
Wintersmith
Dead
Man's Shadows
Sanatorium
Song
Third
Moon Rising
Hatesphere-To The Nines review cd
Binnen
enkele jaren na de oprichting in 2001 wist het Deense Hatesphere
zich in ieder geval in het thuisland flink in de kijkerd te spelen.
In het bijzonder albums als Bloodred
Hatred, waarvoor
een Deense metal award werd verkregen, en het met loftuitingen
overladen The
Sickness Within (2
prijzen voor respectievelijk Beste album en Beste Productie)
verleenden de rondom gitarist Peter
'Pepe' Lyse Hansen
opgetrokken formatie een meer dan aardige cultstatus die ook buiten
de landsgrenzen haar glans behield. Al vanaf het prille begin
vestigde de band de aandacht op zich door de snoeiharde thrash te
voorzien van melodieuze hooks en een rauw hardcore randje. Mede
hierdoor ontstond een zeer herkenbaar geluid dat voor alle releases
typerend zou zijn. Ook dus voor het laatste stukje huisvlijt getiteld
To
The Nines,
en dat mag eigenlijk best opmerkelijk genoemd worden daar op
bandleider Hansen na geen enkel oorspronkelijk lid meer aan boord is.
Op voorhand werd derhalve gevreesd dat met name het wegvallen van
brulboei Jacob
Bredahl
een forse aderlating zou zijn, gelijk staand aan muzikale zelfmoord.
Maar niets is minder waar. De typische Hatesphere
sound is gebleven en de nieuwe frontman Jonathan
Albrechtsen
komt over als een gemetamorfeerde versie van zijn illustere
voorganger. To
The Nines
klinkt vet en agressief en werd door Tue
Madsen
van een zwaar metalen productie voorzien en vormt het bewijs dat er
in ieder geval in muzikaal opzicht leven na de dood mogelijk is.
Freek de Jonge zou er bijna lyrisch van worden.
Tracklist
Backstabber
To
The Nines
Cloaked
In Shit
Clarity
Even
If It Kills Me
Commencing
A Campaign
The
Writing's On The Wall
In
The Trenches
Aurora
Oceans
Of Blood
Grave Digger-Ballads Of A Hangman

Grave
Digger
vindt zijn oorsprong aan het begin van de jaren 80 en vormt samen met
lotgenoten als Helloween,
Accept,Rage
en Running
Wild
een integraal onderdeel van de Duitse
heavy metal scene die onder de aanhangers van stoer gitaargeweld qua
populariteit nauwelijks onderdeed voor die van het Engelse
equivalent
in de vorm van de NWOBHM.
Het eerste album verscheen al in 1983 onder de welluidende titel
Heavy
Metal Breakdown
en barstte welhaast uit zijn voegen door een overdaad aan
überschnelle riffs en dito breaks. Meest opvallend aan het kleinood
was nog wel het raspende en enigszins valse keelgeluid van brulboei
Chris
Boltendahl.
Sedertdien is er eigenlijk weinig veranderd in het Duitse
kamp van deze grafdelvers. Met uitzondering van de periode eind 1987
tot medio 1991 toen de band door tijdelijk gebrek aan succes op z'n
spreekwoordelijke gat lag, worden er op gezette tijden albums
uitgebracht die stuk voor stuk gezien kunnen worden als plagiaat van
eigen werk. Wel gezegd moet worden dat dit alles gebeurt met het
keurmerk van de overbekende braadworst op de hoes geplakt.
Productioneel zijn de zaakjes namelijk puik in orde en de portie
metal wordt degelijk geserveerd met gierende gitaren en een stampende
ritmesectie. Het probleem blijft evenwel het gebrek aan originaliteit
en de bijkans atonale aanslagen op het trommelvlies van heer Chris.
Zo ook op de laatste boreling Ballads
Of A Hangman.
Het headbang gehalte is torenhoog en de met een twingitaar
opgeluisterde strijdliederen zullen zeker voor overbelaste nekwervels
zorgen bij de trouwe aanhang, maar dat neemt helaas niet weg dat deze
eenheidsworst de bijgeleverde zuurkool niet waard is.
Tracklist
The
Gallow's Pole
Ballad
Of A Hangman
Hell
Of Disillusion
Sorrow
Of The Dead
Grave
Of The Addicted
Lonely
The Innocence Dies
Into
The War
The
Shadow Of Your Soul
Funeral
For A Fallen Angel
Stormrider
Pray
Crimfall-As The Path Unfolds

Het
Finse
Crimfall
werpt zich met ziel en zaligheid op het spelen van orkestrale
folkmetal. Spil van het gezelschap is gitarist Jakke
Viitala.
Hoewel redelijk onbekend in metalland, heeft dit heerschap in de
personen van de woest bassende Henri
Sorvali
(Finntroll)
en de driftig trommelende Janne
Jukarainen
(ex-Naildown)
een aantal klasbakken om zich heen verzameld dat van wanten weet.
Voorts zijn daar MikkoHäkkinen
(Draugnim)
en Helena
Haaparanta
(ex-Tracere)
die elkaar vocaal naar het leven staan met respectievelijk bruut
gebrul, afkomstig naar het lijkt uit een voorportaal van Lucifer's
paleis, en zinneprikkelende, lieflijke klanken van een hemelse
schoonheid. Om de composities kracht bij te zetten en een zweem van
originaliteit mee te geven, is er een arsenaal aan strijkers en
blazers uit de kast getrokken, gevat in een bombastisch arrangement
. De ingrediënten voor een klassieker in spé zijn onmiskenbaar
aanwezig. Desalniettemin komt het potentieel niet tot vol wasdom. De
reden hiervoor is niet zo zeer gelegen in de muzikale tekortkomingen
van het Finse
orkest, maar dient meer gezocht te worden in het ontbreken van een
eigen gezicht. De invloeden van bands als Nightwish,
After
Forever,
Epica
en Therion
liggen namelijk duimendik op de muziek en de klassieke arrangementen
lijken zo weg gelopen uit de soundtrack van Lord
Of The Rings.
Nu zijn dit niet de minste namen om mee vergeleken te worden, maar
met iets meer durf had dit werkje in een begeerlijke parel omgetoverd
kunnen worden.
Tracklist
Neothera
Awakening
Crown
Of Treason
Wildfire
Season
Where
Waning Winds Lead
Sun
Orphaned
Ascension
Pyre
Shadow
Hearth
Non
Serviam
Aubade
Hundred
Shores Distant
Novembré
Temple Of The Dog-Temple Of The Dog
Gelegenheidsformatie
uit 1990, bestaande uit leden van Soundgarden
en
Pearl Jam
dat ten tijde van dit onvolprezen grunge meesterwerk overigens haar
bestaansrecht nog moest verkrijgen. De band met aan het hoofd Chris
Cornell werd
in het leven geroepen met als enige doelstelling een album op te
nemen dat een eerbetoon moest vormen aan de eerder dat jaar overleden
zanger Andrew
Wood van
Mother Love
Bone.
De naam Temple
Of The Dog is
een frase afkomstig uit het nummer 'Man
Of Golden Words' van
genoemde band.
Om
de dood van zijn oud kamergenoot en persoonlijke vriend te verwerken,
besloot Chris
Cornell een
aantal liedjes te componeren waarin hij het verdriet van zich af zou
kunnen schrijven. Hulp kreeg hij daar bij van bassist Jeff
Ament en
gitarist Stone
Gossard,
beiden van Mother
Love Bone
en op dat moment bezig met wat naar later zou blijken de eerste
aanzet was tot de oprichting van Pearl
Jam.
Het toeval wil dat rond die tijd reeds contact was gelegd door Ament
en
Gossard
met een heerschap genaamd Edvard
Louis Severson III,
beter bekend onder de naam Eddie
Vedder, die
via de ex-trommelaar van The
Red Hot Chili Peppers,
ene Jack Irons,
in
het bezit was gekomen van een demo tape van de voormalige Mother
Love Bone leden.
Danig onder
de indruk had hij vervolgens de nummers 'Alive',
'Once' en
'Footsteps'
geschreven, nummers die de geschiedenis in zijn gegaan als de
Mamasan-trilogie,
en die opgestuurd naar Ament
en
Gossard.
Die wilden dit gouden keeltje wel in hun nieuw te vormen band hebben
en zo kwam het dat Eddie
Vedder precies
op tijd in Seattle
arriveerde
om naast Chris
Cornell te
kunnen schitteren in Temple
Of The Dog,
inmiddels gecompleteerd met drummer Matt
Cameron en
tweede gitarist Mike
McCready.
Aanvankelijk
werd Temple Of
The Dog wereldwijd
de hemel in geprezen. Desondanks liet het echte succes tot 1992 op
zich wachten toen Pearl
Jam met
het debuut Ten
alom
hoge ogen gooide en het gemeengoed werd dat leden van deze formatie
actief waren geweest in het project van Chris
Cornell.
Daar het ijzer nu eenmaal gesmeed dient te worden als het heet is,
werd het nummer 'Hunger
Strike' met
Eddie Vedder op
lead zang tot single gebombardeerd, waarna het enige wapenfeit van
Temple Of The
Dog binnen
korte tijd de platina status bereikte.
Op
'Temple Of The
Dog' zijn
duidelijk de contouren zichtbaar van het nog groot te worden Pearl
Jam
en het album kan met recht beschouwd worden als één van
de mijlpalen van de grunge. Het bevat gruizige pareltjes als het
langgerekte 'Reach
Down' en
'Wooden Jesus',
kent
bloedstollend mooie momenten met de power ballades
'Say Hello 2 Heaven' en
'Call Me A dog'
en
herbergt daarnaast met 'Your
Saviour' een
obligate rocker. Het instrumentale machtsvertoon is overdonderend. De
ritmesectie staat als een huis en de beide gitaristen soleren dat het
een lieve lust is. Toch gaat de meeste lof naar Chris
Cornell die
met volle overgave de sterren van de hemel zingt en daarmee dit
eerbetoon aan Andrew
Wood de
glans verleent die het verdient.
Tracklist
Say
Hello 2 Heaven
Reach
Down
Hunger
Strike
Pushin
Forward Back
Call
Me A Dog
Times
Of Trouble
Wooden
Jesus
Your
Saviour
Four
Walled World
All
Night Thing
Trivium-Interview Paolo Gregoletto
muziek | Interviews
|
18 December 2008 | 18:45:43
Trivium-Interview Paolo Gregoletto
Onder
de rook van wat waarschijnlijk 's wereld bekendste attractiepark is,
werd in de loop van 2000 in Orlando,
Florida Trivium ter
wereld gebracht. Terwijl op gepaste afstand duizenden mensen per dag
de revue passeerden, vonden in het huis van drummer Travis
Smith de
eerste, ampele sessies plaats die uiteindelijk zouden leiden tot de
incarnatie van één van de meest spraakmakende metal
acts van de laatste jaren. In die begindagen stond zanger Brad
Lewter nog
aan het roer, maar het duurde niet lang voordat het stokje werd over
genomen door Matt
Heafy
die daarnaast ook nog eens de gitaarpartijen voor zijn rekening nam.
Wrang genoeg voor Brad was
hij juist degene geweest die zijn latere opvolger binnen had gehaald
na hem aanschouwd te hebben op een talentenjacht van een lokale High
School waar deze met veel bravoure een aantal covers ten gehore had
gebracht van onder andere Metallica.
Kort
na Matt's
toetreding tot de band – en reeds na enkele optredens in
plaatselijke drinkgelegenheden – besloot Brad
naar verluidt wegens muzikale meningsverschillen zijn heil elders te
zoeken, zodoende de weg vrij makend voor Matt.
Enige tijd daarna zou de eerste demo opgenomen worden en het was deze
opname die via een bevriende webdesigner zijn weg zou vinden naar de
burelen van het Duitse Lifeforce Records met
als welkome bonus een contract. Het resultaat en tevens enige
wapenfeit van deze trans-Atlantische samenwerking liet zich
verzilveren in de vorm van een schijfje met de welluidende titel
Ember
To Inferno,
een alleraardigst debuut waarop de potentie, geschreven in muzikale
hoofdletters, duidelijk naar voren trad. Tot het onuitsprekelijke
genoegen van de band vond Monte
Conner,
de grote baas van Roadrunner
Records,
dat ook toen hij een nummer hoorde dat min of meer toevalligerwijs op
een compilatie cd van een tijdschrift terecht was gekomen. Na wat
contacten over en weer was alles in kannen en kruiken en kon de
overstap gemaakt worden van een klein naar een groot label. Het zou
Trivium geen
windeieren leggen getuige de voor een metalen album gigantische
verkoopcijfers van enkele 100.000en exemplaren van de tweede vrucht
genaamd Ascendancy
binnen
de tijdspanne van een vloek en een zucht. Tegen die tijd waren Corey
Beaulieu
en Paolo
Gregoletto inmiddels
lid van de familie geworden om hun niet misselijke kunsten met
vingervlugge vlijt tentoon te spreiden op respectievelijk drums en
basgitaar.
Ascendancy
wordt
door velen gezien als het artistieke hoogtepunt van Trivium,
het pièce des résistance. Paolo is
echter een andere mening toegedaan die hij onder de gevleugelde
begeleiding van wild in het rond wiekende armen uit de doeken doet.
“Waarom
het is, kan ik niet zeggen, maar het is een feit dat Ascendancy
gezien wordt als de beslissende factor in onze carrière, ons
klassieke album dat als maatstaf moet dienen voor alles wat we maken.
Onzin, want toen we het album opnamen, hadden we vooraf totaal geen
verwachtingen. We waren allen zo groen als we maar konden zijn en
dreven slechts mee met de stroom. Geen van ons had zelfs maar durven
hopen dat het album zo'n succes zou worden - het was tenslotte
allesbehalve commercieel – en de status zou bereiken die het nu
heeft. Ik geloof ook niet dat het ons artistieke hoogtepunt is. We
zijn nog steeds bezig te evolueren als muzikanten en zijn nu beter
dan we ooit geweest zijn. Met Shogun hebben we de juiste balans
gevonden tussen het oude en het nieuwe werk. Dit is het album dat
gaat dienen als blauwdruk voor alles wat komen gaat, hetgeen
overigens niet betekent dat er geen verrassingen meer zullen zijn,
want die hebben we wel degelijk. Misschien nemen we wel een nummer op
met over the top vocalen, bruut en agressief, maar het is ook
mogelijk dat we er één opnemen met enkel cleane zang en
heel melodie gericht. Wie zal het zeggen. De tijd zal het leren.”
Gesproken
over de vocalen...opvallend is de terugkeer van Matt's
schreeuwerige zang op het nieuwe studiowerk, temeer daar het
onderwerp in kwestie na het uitbrengen van The
Crusade
(de opvolger van Ascendancy)
verklaarde voortaan alleen nog gebruik te willen maken van zijn
normale stem. De verklaring voor deze boude bewering is even simpel
als voor de hand liggend volgens Paolo.
“Ten
tijde van de opnames van The Crusade waren we dat geschreeuw allemaal
meer dan zat. We hadden het idee dat we meer dan dat te bieden
hadden. Bovendien was het album veel melodieuzer dan Ascendancy en
bood geen plaats aan de manier waarop Matt voorheen zong. Dat zijn
'oude' stem nu weer terug is, komt omdat we ons realiseerden dat die
een belangrijk onderdeel vormt van ons geluid. Wij zijn geen band die
de eigen geschiedenis ontkent. De schreeuwerige zang hoort bij ons,
maar we weten nu hoe we die goed kunnen gebruiken. Het geeft onze
muziek dat agressieve randje dat in schril contrast staat tot onze
melodieuze kant. Eigenlijk kunnen we ook niet zonder. Zoals gezegd
hoort het bij ons; het heeft in grote mate bijgedragen ons groot te
maken en laten we eerlijk zijn, zonder Matt's geschreeuw zouden de
oude nummers niet de nummers zijn die ze nu zijn.”
Shogun
wijkt
in meerdere opzichten af van het eerdere materiaal dat Trivium opnam.
Zo is er voor het eerst een coherent verband tussen de agressieve en
meer toegankelijke zijde van de band door middel van een dynamische
structuur die beide elementen in de muziek integreert. Dan is daar de
al aangehaalde verandering in de zang. Daarnaast werd gekozen voor
Nashville
in plaats van Orlando
als de plek waar opgenomen zou worden en was er voor het eerst geen
sprake van een onderliggende betekenis aangaande de titel van het
album. Het zijn zaken die nauw met elkaar verweven zijn, zo verklaart
Paolo met
zichtbaar plezier als hij zich voorover buigt, ondertussen een
weerbarstige lok haar naar opzij schuivend. “Met
Shogun wilden we de essentie laten horen van wat we zijn, een manier
vinden om strakker te klinken als band. Het was de truc om het geluid
te vinden wat daar het beste bij paste, het geluid dat precies weer
zou geven waar wij muzikaal voor staan. Om dat te kunnen bereiken,
was het noodzakelijk het agressieve karakter dat we op The Crusade
ten faveure van de melodie enigszins naar de achtergrond hadden
geschoven weer tevoorschijn te halen, zodat een juiste balans tussen
de twee zou ontstaan. We waren van mening dat dit niet kon in de
studio in Orlando waar we tot nu toe gewerkt hadden. Ook wilden we
ditmaal niet samenwerken met John Suecof. Hij is een goede vriend van
ons, maar met hem wisten we wat we zouden krijgen en dat was dus
precies wat we nu niet wilden. Verandering van spijs doet eten, dus
zijn we uitgeweken naar Nashville met Nick Raskulinecz als producer.
En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Shogun heeft het geluid wat we
onbewust voor ogen hadden. We klinken strakker dan ooit tevoren. De
structuur van het materiaal is enorm verbeterd ten aanzien van het
oude werk, er is meer dynamiek en alles klinkt heel organisch. Er was
geen vooropgezet plan betreffende een overheersend thema dat zou
aangeven waar we op dat moment als band stonden. We waren gewoon vier
jongens die de studio in zijn gegaan om de muziek te maken die we
wilden maken. Niets meer, niets minder.”
Na
deze spraakwaterval valt de tengere bassist stil teneinde zijn keel
te smeren met een zojuist aangereikte frisdrank. Hij staart even
intens naar de muren van de ruimte waar het interview plaats vindt
alsof hij daar een alleen voor hem zichtbare afbeelding waarneemt die
zijn fascinatie voor het smetteloze wit rechtvaardigt. Hij schrikt op
uit zijn schijnbaar lethargische staat wanneer zijn groovende
baspartijen op Shogun
ter
berde worden gebracht. “Weet
je, die vormden een integraal onderdeel van ons zeg maar nieuwe
geluid. Het moest vooral strak klinken en zonder mezelf op de borst
te willen kloppen, kan ik zeggen dat dit aardig gelukt is. Ik, maar
zeker ook de andere jongens, ben enorm gegroeid sinds ik jaren
geleden bij de band kwam. Ik had daarvoor weliswaar in bandjes
gespeeld, maar dit was andere koek. Bij Trivium moest ik echt laten
zien wat ik kon. Dit was het echte werk en dat was precies wat ik
wilde. Sinds ik als 11-jarige een fascinatie ontwikkelde voor de bas,
heeft het vak van muzikant altijd aantrekkingskracht op me
uitgeoefend. Trivium heeft me de kans geboden dit vak ook
daadwerkelijk uit te oefenen.”
Paolo kwam
op min of meer fortuinlijke wijze bij zijn nieuwe broodheer terecht.
“Net
voor ik ingelijfd werd, stond ik op een tweesprong in mijn leven. Het
was of naar de universiteit gaan of nog een allerlaatste poging wagen
het te maken als muzikant. Het besluit werd me makkelijk gemaakt
doordat ik hoorde dat Trivium zonder bassist zat. Ik had het gevoel
dat dit voorbestemd was en besloot mijn kans te wagen. Daar ik de
jongens al eens vaker was tegen gekomen, was het contact snel gelegd
en werd ik aangenomen als de nieuwe bassist. In het begin was het
zwaar omdat we te kampen hadden met mensen die misbruik van ons
wilden maken, maar op een gegeven moment raakte alles in een
stroomversnelling en ging het alleen nog bergopwaarts.”
Met
dat moment doelt Paolo
op het optreden dat de band in 2005 gaf op het Download
Festival,
een sinds 2003 door Live
Nation
jaarlijks georganiseerd driedaags gebeuren waar de groten van het
muzikale spectrum hun opwachting mogen maken temidden van een aantal
opkomende namen. Eén van die opkomende namen was toen Trivium.
De band was aanwezig op persoonlijke uitnodiging van de organisator
van de toenmalige tour door Engeland, een man die tevens de
belangrijkste instigator van het festival bleek te zijn. “Hij
was helemaal onder de indruk van de reacties van het publiek op onze
show in Londen”, weet
Paolo
zich te herinneren. “Blijkbaar
hield hij onze naam ergens in zijn hoofd opgeborgen, want toen er om
één of andere reden een plek in de line-up vrij kwam,
kregen wij de vraag of we in wilden vallen. Oorspronkelijk zouden we
ergens achteraf spelen, maar kort voor aanvang viel er een gat in de
programmering van het hoofdpodium. Of wij dat op konden vullen. Nou,
dat kon natuurlijk, hoewel het wel een gok was omdat we heel vroeg in
de ochtend op moesten. Maar het loonde zich daar het vanaf dat moment
echt een gekkenhuis werd met de band. Plotseling stonden onze
gezichten op de voorkant van Kerrang,
ontvingen we de Metal Hammer Award en vroeg iedereen zich af wie
Trivium was. Dit alles opende de weg voor ons naar de rest van
Europa. Het bleek een lange weg te zijn, maar wel één
die ons gebracht heeft naar waar we nu zijn.”
En
laat dat nu precies de plek zijn waar de band graag vertoeft: Aan het
hoofd van de nieuwe lichting extreme metal acts.
|
|
|
|
|