baskanij.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Welkom op de log van Bas Kanij, de vliegende music reporter !
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     klik op logo

    Translate WorldLingo

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Releases
    te koop bij 
    sounds 
    klik op logo
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Voor het gebruik van tekst of
    ander materiaal van deze blog
    neem eerst even contact op...
      
    If you want to use material
    from this blog
    please contact us first....
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Check these weblogs 

     

     
     
     
     
     
     

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Chrissy Steele-Magnet To Steele
     

    Chrissy Steele is ontegenzeggelijk een product van de laat jaren 80 met haar meer dan appetijtelijke uiterlijk en hoog getoupeerde haardos, ietwat schreeuwerige zang en prettig in het gehoor liggende rock, gesmeed naar traditionele Amerikaanse maatstaven en gebracht met veel pathos. Haar debuut – en naar uiteindelijk bleek enige wapenfeit – Magnet To Steele staat vol obligate rockers en tranentrekkende ballades, die door het mierzoete karakter weliswaar geen sterrenstatus vermelding van de tandarts zullen krijgen, maar desalniettemin smakelijk weghappen.

    Aanvankelijk zou het album niet onder Steele's eigen naam uitgebracht worden, maar toegevoegd worden aan het oeuvre van The Headpins, een band waar zij in 1989 tot toegetreden was ten faveure van de opgestapte Darby Mills. Vanwege de gelijkenis qua stemgeluid zou naderhand met enige regelmaat de veronderstelling opduiken dat beide dames één en dezelfde persoon zouden zijn. Bewijs hiervoor is overigens nooit geleverd.

    Magnet To Steele kwam tot stand onder zware omstandigheden. Gitarist en producer Brian 'Too Loud' MacLeod, oprichter en enig oorspronkelijk lid van The Headpins, zou kort voor de opnames in 1991 gediagnosticeerd worden met kanker, de voornaamste reden om het album uit te brengen als een Steele release. MacLeod schreef het merendeel van de nummers met medewerking van ondermeer Tim Feehan en Jeff Paris en alles werd beklonken en op tape gezet in de mobiele studio aan boord van zijn schip de Grand Marnier. Het zou MacLeod's laatste huzarenstukje zijn, want niet lang nadien zou hij het leven laten. Steele ging vervolgens nog op tour om het album te promoten, maar gedisillusioneerd vanwege de geringe steun van label Chrysalis ( dat haar het jaar daarop als een hete aardappel zou laten vallen ) en het verdriet over de dood van haar mentor MacLeod, besloot zij haar muzikale aspiraties voor onbeperkte tijd in de koelkast te zetten. Nochtans heeft zij haar sporen achtergelaten met dit Magnet To Steele, een fonkelend briljantje in de archieven van het AOR genre dat nog meer luister werd bijgezet door de bijdragen van zanger Mark Slaughter.

     
    Tracklist
     
    Love You Till It Hurts
    Armed And Dangerous
    Move Over
    Love Don't Last Forever
    Try Me
    Two Bodies
    Murder In The First Degree
    King Of Hearts
    Magnet To Steele
    Two Lips (Don't Make A Kiss)
    Cry Myself To Sleep
     
     
    Lees meer...
    Temple Of The Dog-Temple Of The Dog
     

    <![CDATA[]]>

    Gelegenheidsformatie uit 1990, bestaande uit leden van Soundgarden en Pearl Jam dat ten tijde van dit onvolprezen grunge meesterwerk overigens haar bestaansrecht nog moest verkrijgen. De band met aan het hoofd Chris Cornell werd in het leven geroepen met als enige doelstelling een album op te nemen dat een eerbetoon moest vormen aan de eerder dat jaar overleden zanger Andrew Wood van Mother Love Bone. De naam Temple Of The Dog is een frase afkomstig uit het nummer 'Man Of Golden Words' van genoemde band.

    Om de dood van zijn oud kamergenoot en persoonlijke vriend te verwerken, besloot Chris Cornell een aantal liedjes te componeren waarin hij het verdriet van zich af zou kunnen schrijven. Hulp kreeg hij daar bij van bassist Jeff Ament en gitarist Stone Gossard, beiden van Mother Love Bone en op dat moment bezig met wat naar later zou blijken de eerste aanzet was tot de oprichting van Pearl Jam. Het toeval wil dat rond die tijd reeds contact was gelegd door Ament en Gossard met een heerschap genaamd Edvard Louis Severson III, beter bekend onder de naam Eddie Vedder, die via de ex-trommelaar van The Red Hot Chili Peppers, ene Jack Irons, in het bezit was gekomen van een demo tape van de voormalige Mother Love Bone leden. Danig onder de indruk had hij vervolgens de nummers 'Alive', 'Once' en 'Footsteps' geschreven, nummers die de geschiedenis in zijn gegaan als de Mamasan-trilogie, en die opgestuurd naar Ament en Gossard. Die wilden dit gouden keeltje wel in hun nieuw te vormen band hebben en zo kwam het dat Eddie Vedder precies op tijd in Seattle arriveerde om naast Chris Cornell te kunnen schitteren in Temple Of The Dog, inmiddels gecompleteerd met drummer Matt Cameron en tweede gitarist Mike McCready.

    Aanvankelijk werd Temple Of The Dog wereldwijd de hemel in geprezen. Desondanks liet het echte succes tot 1992 op zich wachten toen Pearl Jam met het debuut Ten alom hoge ogen gooide en het gemeengoed werd dat leden van deze formatie actief waren geweest in het project van Chris Cornell. Daar het ijzer nu eenmaal gesmeed dient te worden als het heet is, werd het nummer 'Hunger Strike' met Eddie Vedder op lead zang tot single gebombardeerd, waarna het enige wapenfeit van Temple Of The Dog binnen korte tijd de platina status bereikte.

    Op 'Temple Of The Dog' zijn duidelijk de contouren zichtbaar van het nog groot te worden Pearl Jam en het album kan met recht beschouwd worden als één van de mijlpalen van de grunge. Het bevat gruizige pareltjes als het langgerekte 'Reach Down' en 'Wooden Jesus', kent bloedstollend mooie momenten met de power ballades 'Say Hello 2 Heaven' en 'Call Me A dog' en herbergt daarnaast met 'Your Saviour' een obligate rocker. Het instrumentale machtsvertoon is overdonderend. De ritmesectie staat als een huis en de beide gitaristen soleren dat het een lieve lust is. Toch gaat de meeste lof naar Chris Cornell die met volle overgave de sterren van de hemel zingt en daarmee dit eerbetoon aan Andrew Wood de glans verleent die het verdient.


    Tracklist


    Say Hello 2 Heaven

    Reach Down

    Hunger Strike

    Pushin Forward Back

    Call Me A Dog

    Times Of Trouble

    Wooden Jesus

    Your Saviour

    Four Walled World

    All Night Thing

     
     
    Lees meer...   (1 reactie)
     
    The Cult-Sonic Temple review cd
     


    Alvorens furore te gaan maken met The Cult, deed zanger en oprichter Ian Astbury een ampele poging zijn muzikale ei kwijt te raken onder de noemer The Southern Death Cult. Het bleek een alleszins geslaagde onderneming te zijn. Desondanks besloot Astbury de band de rug toe te keren en richtte hij samen met de van Theatre Of Hate afkomstige gitarist Billy Duffy de Death Cult op. De naam bleek controversieel daar die associaties met de gothic scène opriep. Teneinde dat te voorkomen, werd in 1984 het voorvoegsel Death naar de rock annalen verwezen, zodat de band voortaan als The Cult door het leven zou gaan.

    Met de naamswijziging kwam geleidelijk ook het succes. Albums als Dreamtime en Love met het fenomenale 'She Sells Sanctuary' zetten de toon met nog enigszins op gothic en wave gestoelde klanken, maar vanaf 1987's Electric was het rock met ballen wat de klok sloeg. Het was een tendens die door getrokken werd naar het twee jaar later uitgebrachte Sonic Temple, door velen beschouwd als het hoogtepunt uit het oeuvre van The Cult.

    Sonic Temple is The Cult op haar best. Stomende stadion rock zoals in 'Sun King' en 'Fire Woman' wordt afgewisseld met de slepende rock van het met de memorabele zinsnede 'keep on pushing till the dawn' uitgeruste 'Sweet Soul Sister', de razernij van het als een sneltrein voort razende 'New York City', de psychedelica van het welhaast epische 'Soul Asylum' en het bloedstollend mooie 'Edie (Ciao Baby), opgedragen aan de op een tragische manier aan haar einde gekomen Edie Sedgwick, ooit bevriend met Andy Warhol en gezien als een rijzende ster aan het film firmament aan het einde van de jaren 60.

    Hoewel niet alle tracks op dit album even sterk zijn -'Wake Up Time For Freedom' is toch wel een heel zoetsappige poging sympathie op te wekken voor bepaalde, onder gewaarde groeperingen in Canada- mag Sonic Temple gerust tot de klassiekers gerekend worden die in de collectie van iedere, recht geaarde rocker aanwezig dienen te zijn. Onder de supervisie van Bob Rock, die het geheel van een AC/DC-achtig geluid voorzag, is The Cult er namelijk in geslaagd met een vuig product op de proppen te komen dat bijna 20 jaar na dato zijn kracht allerminst heeft verloren en nog altijd garant staat voor ruim 50 minuten aangename verpozing. Astbury drapeert op karakteristieke wijze met hese keelklanken zijn teksten rondom de ongemeen felle gitaarpartijen van compaan Duffy die werkelijk alle ruimte heeft om zijn kunsten te vertonen. Voorwaar een potent middel ter vervanging van viagra en aanverwante stimulantia.


    Tracklist


    Sun King

    Fire Woman

    American Horse

    Edie(Ciao Baby)

    Sweet Soul Sister

    Soul Asylum

    New York City

    Automatic Blues

    Soldier Blue

    Wake Up Time For Freedom

    Medicine Train
     
     

    Lees meer...
    Impellitteri-Screaming Symphony review cd
     

    Rondom gitarist Chris Impellitteri geformeerde band die sinds 1987 met enige regelmaat de wereld vergast op kwalitatief hoge metal albums, doorgaans bol staand van melodieuze gitaar erupties, gebracht met een snelheid grenzend aan die van het licht.

    Het allereerste wapenfeit stamt uit het geboortejaar van de Amerikaanse formatie en betreft de Ep 'The Black Album'. Het is een furieus muziekstuk dat door velen wordt beschouwd als één van de eerst echte shred albums. Met dit gegeven onuitwisbaar in het achterhoofd gegrift (al dan niet ten gevolge van een lobotomie), mag het niet verwonderlijk zijn dat heer Chris door het gerenommeerde Guitar One Magazine werd toegelaten tot de elite van snelste gitaristen ter wereld, een eer die uitgelaten in ontvangst werd genomen door de gitaarvirtuoos.

    Geheel in overeenstemming met de shred techniek legde Impellitteri zich aanvankelijk toe op het spelen van ultieme snelheidsmonsters zonder ook maar enigszins rekening te houden met welke snelheidslimieten waar dan ook. Geleidelijk aan slopen evenwel meer melodie en in dienst van het liedje staande arrangementen het spel van de maestro binnen. Eén en ander culmineerde in het uit 1996 afkomstige 'Screaming Symphony, waarbij melodie en snelheid samen smolten tot harmonieuze oorstrelingen, gegarandeerd goed om de daar aanwezige smeer te doen stollen tot een keiharde prop. Voeg daar nog de maniakale vocalen van Rob Rock aan toe en het predikaat 'must have' is welverdiend.

    Het materiaal op 'Screaming Symphony' wordt veelal gedomineerd door up-tempo liedjes met een meeslepende melodielijn die zich hardnekkig vast hecht aan de hersenschors met geen ander doel dan daar te blijven hangen totdat zij chirurgisch verwijderd wordt met een botte scalpel. Het gitaarspel is rechtlijnig en de solo's catchy en bondig zoals in het stampende 'Rat Race' en het met een hoog meezing gehalte gezegende 'Countdown To The Revolution'. En Rob Rock is op zijn paasbest en voorziet het geheel kleurig van fel bijtende keelklanken die soms ballenknijpend hoog gaan. Mocht Gerard Joling dit ooit horen, dan zou hij spontaan gillend als een mager speenvarken op de vlucht slaan, achtervolgd door een al even hard gillende Gordon.


    Tracklist


    Father Forgive Them

    I'll Be With You

    Walk Away

    Kingdom Of Light

    Countdown To The Revolution

    17th Century Chicken Pickin'

    Rat Race

    For Your Love

    You Are The Fire

     
     
    Lees meer...
    XYZ-XYZ review cd
     

    Een mid jaren 80 rondom zanger Terry Ilous geformeerde formatie die met een enigszins rauw AOR geluid een rimpeling in de woelige hardrock wateren teweeg wilde brengen. Aanvankelijk werd hier geenszins in geslaagd en mocht de band slechts als het lokale paradepaard aantreden in 'The Whiskey', een nachtclub in Los Angeles. Pas toen Don Dokken zich in 1989 als producer over de muziek ontfermde, kon via Enigma Records het onvolprezen, titelloos debuut op de markt gebracht worden. Saillant detail is, dat XYZ jaren daarvoor al door Atlantic Records getekend zou worden. Om de één of andere reden gebeurde dit echter niet, waardoor de opnames van het eigenlijke debuut “Rainy Days' bij genoemd label stof op de plank bleven vergaren totdat ze uiteindelijk door de oorspronkelijke gitarist Bob Pieper lang na dato alsnog op de wereld losgelaten zouden worden. Maar dat is hier niet aan de orde.

    Zoals gezegd verscheen het officiële debuut dus in 1989 en een veel gehoord commentaar was, dat het geluid door de bemoeienissen van de heer Dokken een te grote gelijkenis vertoonde met het geluid van diens eigen band. In essentie snijdt dit commentaar wel hout, maar het neemt niet weg dat XYZ met een puik album op de proppen kwam dat heden ten dage nog altijd staat als een huis. Gezien het tentoon gespreide vakmanschap der muzikanten is dit geen sinecure. De ritmesectie in de personen van bassist Pat Fontaine en slagbeest Paul Monroe heeft met strakke riffs en roffelende mokerslagen een solide basis gelegd, waar gitarist Marc Diglio met verve
    enerverende solo's overheen kon draperen. Dit alles vergezeld van de karakteristieke stembuigingen van de al genoemde
    Terry Ilous.

    De ingrediënten om van dit album een instant-klassieker te maken, waren volop aanwezig: Sterke zang, spannend gitaarwerk en memorabele liedjes. Niettemin bracht het album niet het verwachte succes en bleef het ver daarvan steken in de marge. Geheel ten onrechte dus, want ook bijna 20 jaar nadat ze op cd geslingerd zijn, blijken obligate rockers als 'Maggy', het broeierige 'Inside Out' en de wonderschone ballads 'Souvenirs' en 'After The Rain' de tand des tijds probleemloos doorstaan te hebben en kunnen zij moeiteloos hen die voorheen van hun bestaan niet op de hoogte waren van het nodige luisterplezier voorzien.


    Tracklist


    Maggy

    Inside Out

    What Keeps Me Loving You

    Take What You Can

    Follow The Night

    Come On 'N' Take What You Can

    Souvenirs

    Tied Up

    Nice Day To Die

    After The Rain

     
     
    Lees meer...

    Onslaught-The Force

     

    Onslaught stamt uit de tijd dat gitaarsolo’s nog schering en inslag waren en niet gezien werden als een relikwie uit lang vervlogen tijden. Opgericht in 1983 onder de invloed van tweede generatie punkbands als GBH en The Exploited ontpopte deze thrash sensatie zich al snel als het Britse antwoord op de Bay Area thrash van onder andere Metallica. Toch zou de band het ondanks veel bloed, zweet en tranen nooit helemaal tot de top maken, mede door een overvloed aan releases aan de andere kant van de grote plas. Onslaught bleef derhalve het onder geschoven kindje dat altijd gezien werd als veelbelovend maar net niet goed genoeg. Enigszins gedesillusioneerd door deze gang van zaken (maar zeker ook niet in de laatste plaats vanwege de vele bezettingswisselingen) zou de band begin jaren 90 de handdoek in de ring gooien met als vooruitzicht een eeuwige plaats in de catacomben van de metal divisie. Wie schetst evenwel de verbazing van de doorgewinterde metalhead als de oude rotten in 2006 na een afwezigheid van 15 jaar besluiten in vrijwel de originele samenstelling als ten tijde van het ondergewaardeerde The Force een hernieuwde poging ondernemen zich te ontworstelen aan de relatieve anonimiteit met als resultaat een nieuw album, in het kielzog gevolgd door wereldwijde tourdata. Maar hoewel Killing Peace beslist de moeite van het beluisteren waard is, zijn de ogen hier gericht op het magnum opus uit 1986: The Force.

    Het tweede album van Onslaught manifesteert zich als de natte droom van iedere thrash liefhebber. Met veelzeggende titels als ‘Let There Be Death’ en ‘Metal Forces’ moge het kristalhelder zijn uit welk vaatje deze formatie tapt. Op het afsluitende ‘Thrash Till The Death’ na klokt het merendeel van de nummers boven de 6 minuten! Het album staat werkelijk bol van de gitaarsolo’s – zelfs meerdere per afzonderlijke track – en die zorgen er voor dat het hoofd maar moeilijk stil gehouden kan worden bij dit welhaast 45 minuten lang durende thrash orgasme. Zelfs 22 jaar na dato spat de energie nog vanuit de groeven van de oorspronkelijke elpee uitgave. Bas, gitaren en drums gaan hevig te keer en creëren een infernaal decor waar tegen Sy Keeler zijn maniakale zangkunsten, compleet met door een te strakke broek veroorzaakte gilletjes, af kan zetten. Het geheel wasemt onmiskenbaar de sfeer van de jaren 80 met de daarbij behorende matte productie, maar het is gedaan met ongekende verve en enthousiasme. Dit is het soort muziek dat hard gespeeld moet worden en waarbij al dan niet in vol ornaat door de kamer gestampt moet worden op het nekbrekende ritme. En in het geval van klagende buren… zwaai furieus met gebalde vuisten, laat de ogen rollen en verhef met woest zwaaiende manen nogmaals het aloude credo ‘Metal Forces’. Dat krijgt ze wel stil.

     

    Tracklist

     

    Let There Be Death

    Metal Forces

    Fight With The Beast

    Demoniac

    Flame Of The Antichrist

    Contract In Blood

    Thrash Till The Death

     
    Lees meer...   (5 reacties)

    Skid Row-Review Slave To The Grind

     

    Even als Bon Jovi afkomstig uit New Jersey, maar vanwege een rauwer geluid beslist niet vergelijkbaar. De band werd in 1986 opgericht door bassist Rachel Bolan en snarenplukker Dave ‘The Snake’ Sabo. Aanvankelijk liet het succes op zich wachten. Pas toen geweldenaar Sebastian Bach, geboren als Sebastian Philip Bierk op de Bahamas, ter vervanging van de originele zanger Matt Fallon zijn intrede deed, begon de band aan de hand van veel optredens in het clubcircuit van het oostelijk deel van de Verenigde Staten zichzelf een naam te maken als de nieuwste sensatie op het gebied van de rock.

    Bach werd op 18-jarige leeftijd door Sabo bij de band gehaald, nadat deze hem toevallig had horen zingen op de bruiloft van rock fotograaf Mark Weiss. Het bleek uiteindelijk een gouden zet, zeker toen de band op voorspraak van Sabo’s maatje Jon Bon Jovi een contract sloot met label Atlantic Records. Deze deal leverde in 1989 het alom geprezen debuut ‘Skid Row’ op, een album in het straatje van de zogenaamde hair metal bands. Met hits als ’18 And Life’, ‘I Remember You’ en het met name voor de tegen elke vorm van gezag rebellerende jeugd aanstekelijke ‘Youth Gone Wild’ werd dit album uiteindelijk met 5 x platina beloond.

    Door het  onverwachte succes van ‘Skid Row’ waren de verwachtingen voor de opvolger hoog gespannen. Het waren verwachtingen die moeiteloos ingelost werden met het in 1991 verschenen ‘Slave To The Grind’. Opvallend genoeg betrof het geen herhalingsoefening van het debuut. De stijl was namelijk gewijzigd in een meer metal gericht geluid en de 12 nummers herbergden een ongekend compositorisch vernuft, zowel waar het de muziek als de teksten aanging. Bovendien was daar de zang van Bach, die werkelijk beestachtig te keer ging tijdens de opnames met soms bijna hysterisch aandoende vocalen met felle, hoge uithalen die bepaald geen goed doen aan eventueel aanwezig Swarovski kristal.

    ‘Slave To The Grind’ wordt in de eerste plaats dus gedragen door Bach’s vocalen, maar drijft daar naast meedogenloos voort op het zwaar pompende ritme van Bolan’s basgitaar. Nummers als openingstrack ‘Monkey Business’ en ‘Mudkicker’ krijgen hier door een zwaar beladen karakter met een donker geluid dat inslaat als een bom.

    Maar het album kent meer verrassingen in de vorm van het als een trein voort jakkerende titelnummer met Bach op zijn best tegen een achtergrond van razende basriffs en thrashy gitaarspel. De muziek is opzwepend en nodigt eenvoudig uit tot ongegeneerd headbangen.

    Uiteraard kan het tempo niet altijd hoog zijn. Vandaar dat in een drietal powerballads wat gas wordt terug genomen. In één daar van, het met een bloedstollend mooie gitaarsolo opgesierde ‘In A Darkened Room’ wordt de wereld door de ogen van een door zijn ouders sexueel misbruikt kind bekeken, terwijl in een ander, het afsluitende ‘Wasted Time’, het probleem van drugsmisbruik op een zieltogende manier wordt aangekaart met een wederom excellerende Bach

    Vanwege het puriteinse karakter van veel Amerikanen verscheen ‘Slave To The Grind’ in twee verschillende versies, waarbij op de ene het controversiële ‘Get The Fuck Out’ vervangen was door de gekuiste tegenhanger ‘Beggars Day’. Het spreekt voor zich dat de eerste versie de voorkeur geniet.
     


     
    Tracklist
     

    Monkey Business

    Slave To The Grind

    The Threat

    Quicksand Jesus

    Psycho Love

    Get The Fuck Out

    Livin’ On A Chain Gang

    Creepshow

    In A Darkened Room

    Riot Act

    Mudkicker

    Wasted Time

     
    Lees meer...   (4 reacties)

    Saint Vitus-Die Healing

     

    De extreem depressieve, vaak zompige doom metal van Saint Vitus was eigenlijk van meet af aan voor bestemd een langzame dood te sterven. Het lijkt ook onvermijdelijk wanneer je hel en verdoemenis predikt door middel van trage riffs, vergezeld van vocalen die zo getergd klinken, dat het net is alsof het laatste oordeel ieder moment geveld kan worden.

    De van oorsprong Californische band stond aanvankelijk te boek onder de naam Tyrant, maar al snel na de oprichting in 1979 werd die veranderd in het meer tot de verbeelding sprekende Saint Vitus. Muzikaal gezien werd getapt uit hetzelfde vaatje waarin Black Sabbath en Pentagram hun heil vonden, met dit verschil dat bij Saint Vitus de neerslachtigheid en dramatiek over de hele linie de kar trekken zonder een greintje mededogen. Vrijwel elk album zou als de perfecte soundtrack voor Dante’s inferno kunnen dienen, zo intens grimmig zijn de riffs en zo vervuld van maniakale zwaarmoedigheid zijn de vocalen, zeker in de periode dat Scott Reagers aan het roer stond van deze eigentijdse versie van De Vliegende Hollander. Het verdoemde schip zwalkt stampend over de deinende golven en sleept de duister gestemde zielen mee  op een niet aflatende queeste naar vergetelheid.

    Naast Scott Reagers werd de rol van frontman vervuld door nog twee andere heren van formaat, namelijk Scott ‘Wino’ Weinrich van The Obsessed en Christian Lindersson van Count Raven. Maar op deze zwanenzang worden de honneurs waargenomen door de eerstgenoemde.

    In de tour die volgde op de release van het album mocht ondermeer het Rotterdamse Baroeg als decor gebruikt worden voor een avondje zwelgen in nostalgische zwartgalligheid. Tijdens dat optreden werd meermaals verkondigd, dat de band alle energie ( naar alle waarschijnlijkheid onttrokken aan de immense dichtheid van een lokaal zwart gat ) had aangewend om een zo goed mogelijk album op de wereld los te laten teneinde die nu eindelijk eens te onderwerpen aan de Vitusiaanse werkelijkheid. In het geval daar opnieuw niet in geslaagd zou worden, zou de band zichzelf het genadeschot toe dienen in de vorm van onmiddellijke ontbinding. En aldus geschiedde jammerlijk.

    Maar het verhaal Saint Vitus ging niet uit als een nachtkaars, want Die Healing kan nog altijd gezien worden als een fel licht in melancholieke tijden en voldoet moeiteloos aan de wetten der inertie.

    Aan de basis van de 8 nummers liggen het gelijk een wals voortstomende, gruizige baswerk van Mark Adams en de doffe mokerslagen van Armando Acosta op de drums. Ook het grote opperhoofd Dave Chandler laat zich niet onbetuigd met diep trieste gitaarsolo’s, snijdend tot in het diepst van de ziel. Maar hoewel deze drie heren hun beste beentje voorzetten, kunnen zij niet verhinderen dat de onbetwiste smaakmaker van deze dodenmars zanger Scott Reagers is. Met pure wanhoop perst hij op welhaast theatrale wijze de woorden uit zijn strot en schetst met woorden een desperaat beeld van totale ontreddering. Laat je meezuigen naar de geheel van licht gespeende krochten van nummers als Dark World en Sloth, spring terstond in het zadel van een gitzwart ros en rijd met het credo ‘Let The End Begin’ op de lippen het donker tegemoet.   
     

    Tracklist

     

    Dark World

    One Mind

    Let The End Begin

    Trail Of Pestilence

    Sloth

    Return Of The Zombie

    In The Asylum

    Just Another Notch
     
     
    Lees meer...   (2 reacties)

    Cinderella-Long Cold Winter review cd

     

    Cinderealla was één van de meest smaakmakende acts uit het zogenaamde föhnrock genre, dat gekenmerkt werd door hoog getoupeerde kapsels, kleurrijke kledij en aanstekelijke, met name voor de Amerikaanse markt, radiovriendelijke rockdeuntjes. Aanvankelijk wilde het niet zo vlotten met deze uit Pennsylvania afkomstige band. Jarenlang waren zanger en oprichter Tom Keifer en zijn losbandige troep jonge wolven gedwongen een muzikaal leven in de marge te leiden door middel van optredens in kleine clubs. Totdat op een avond in 1985 een zekere Jon Bon Jovi een show bijwoonde in de Empire Rock Club in Philadelphia. Danig onder de indruk van het bonte gezelschap  ( en dan met name van het rauwe, schuurpapieren geluid van de stem van Tom Keifer ) was hij zo vriendelijk de hevig door Aerosmith en AC/DC beïnvloedde muziek onder de aandacht te brengen van het label Polygram Records, waar hijzelf jaren eerder al onderdak had gevonden. Vanaf dat moment raakte de loopbaan van Cinderella in een stroomversnelling, resulterend in het debuut Night Songs in 1986. Medewerking aan het album werd verleend door, hoe kan het bijna anders, de heer Bon Jovi zelf in de vorm van achtergrondvocalen.

     Hoewel het debuut in die tijd bepaald niet onder deed voor vergelijkbare releases in de glamrock scène van bijvoorbeeld Poison ( Look What The Cat Dragged In ) is het zeer de vraag of de band het gemaakt zou hebben zonder de spetterende live shows die steevast opgevoerd werden aan de zijde van ondermeer David Lee Roth en Bon Jovi. Ook Europa mocht kennis maken met deze bad boys door optredens op diverse Monsters Of Rock festivals. Stevig aangewakkerd door het vuur van al die optredens laaide de belangstelling voor de band geleidelijk aan hoog op en zo kon Night Songs uiteindelijk in het thuisland driemaal de platina status bereiken.

    Anderhalf jaar na het debuut, tegen het einde van 1987, dook Cinderella ten tweede male de studio in voor het opnemen van Long Cold Winter. Door allerlei omstandigheden werd de release evenwel telkens uitgesteld, waardoor een tour door Europa met Judas Priest de mist inging. Maar ruim een half jaar later was het dan toch zo ver en kon het album aan de muziekannalen toegevoegd worden.

    Op Long Cold Winter werd de koers licht gewijzigd naar een iets meer blues georiënteerd geluid met nog altijd als karakteristiek kenmerk de vocalen van Tom Keifer, die in combinatie met de ronkende bass van medeoprichter Eric Brittingham en het gedegen gitaarwerk van Jeff LaBar voor een heerlijke plaat zorgde met zo nu en dan dampende rock.

    Geopend wordt met een gezapig bluesdeuntje, dat al snel aan momentum wint als de ritmesectie het tempo licht opvoert voor een zonnige uitvoering van Fallin’ Apart At The Seems, uitermate geschikt als achtergrondmuziekje op een luie zondagmiddag, liggend in de zon op het gras. Daarna gaat het snel verder met het stampende Gypsy Road, een heuse roadklassieker waarbij het bepaald niet meevalt het hoofd stil te houden op het voortjakkerende ritme. Na dit geweld is het even rustig herstellen van de gedane inspanningen met het wonderschone Don’t Know What You Got. Op dit semi-akoestische nummer begeleidt Tom zichzelf op piano en zingt hij op uiterst gevoellige wijze over verloren liefdes en het niet in staat zijn bepaalde gevoelens te uiten. Vervolgens is het de beurt aan typische Amerikaanse rocknummers als The Last Mile en Second Wind, die uitblinken door eenvoud en een geraffineerde melodie die zich in het hoofd zet als een niet uit te vagen herinnering aan een memorabele gebeurtenis. En dan komt het hoogtepunt van het album: Het op een heerlijk bluesloopje gestoelde Long Cold Winter met als absolute uitblinker de gierende gitaar van Jeff LaBar, die eigenlijk één lange, adembenemende solo speelt en de huiveringen van de koude winter feilloos in melancholieke noten om weet te zetten. Teneinde het hart weer enigszins te verwarmen en ontdoen van droefenis wordt direct na deze titeltrack gestart met de partyrock klanken van If You Don’t Like It, waarna het de beurt is aan de ballade Coming Home om de gevoellige mens tot emotionele hoogtes te brengen. Afgesloten wordt tenslotte met het aan Gypsy Road refererende Fire And Ice en het vrolijk huppelende Take Me Back.   

    Na dit met goud bekroonde Long Cold Winter zou Cinderella nog twee studio albums uitbrengen ( Heartbreak Station en Still Climbing ) en een gecombineerde live opname van de shows in de Key Club in Hollywood, California. Het succes van de eerste twee albums werd evenwel bij lange na niet bereikt en langzaam raakte de band in de vergetelheid. Niettemin bestaat de band anno 2007 nog steeds en wordt zelfs gesproken over een nieuw album op een niet nader genoemd tijdstip. Afwachten dus maar.
     
    Tracklist

    Bad Seamstress Blues
    Fallin' Apart At The Seams
    Gypsy Road
    Don't Know What You've Got (Till It's Gone)
    The Last Mile
    Second Wind
    Long Cold Winter
    If You Don't Like It
    Coming Home
    Fire And Ice
    Take Me Back 
     
     
    Lees meer...

    Angra-Angels Cry

     

    When the term heavy metal comes into play, one doesn’t automatically think of Brazil. Instead Germany, Sweden and the USA come to mind. Nevertheless this South-American country has brought forth one of the most experimental exponents of the genre, namely Angra. This band originally consisted of five reasonably wealthy boys from Sao Paulo and surroundings who every once in a while got together for jamming sessions.  Leader of the combo was without a doubt singer and pianist Andre Matos,  former frontman of Viper, a band he left to pursue his dream of starting his own project in which he could combine classical influences with the more traditional metal sound. In order to achieve that he took up a study at a conservatory where he met guitarist Rafael Bittencourt. Shortly after this chance meeting they were joined by second guitarist Kiko Loureiro, bassist Luis Mariutti and drummer Ricardo Confessori.

     In1992 Angra released their first effort, a demo called ‘Reaching Horizons’, which stirred up the ranks in the underground scene and would eventually end up on the desk of the Japanese label JVC. They took interest into the band and allowed them to record their debut album ‘Angels Cry’ at Kai Hansen’s studio in Hamburg with none other than master producer Sascha Paeth. The album offers a sublime mix of classic heavy metal structures, classical influenced orchestrations and progressive elements, combined with great songwriting skills, incredible musicianship and a solid production. With this album the band showed their guts to try diverse and daring stuff with almost never ending tempo changes.

     Due to the participation of Kai Hansen ( appears as a guest musician on a cpuple of songs ) , the involvement of Sascha Paeth and the overall sound Angra is often compared with Helloween and Gammaray. But these Brazilians are more than clones of these bands. Each song stands out as a masterpiece within a masterpiece itself. The twin guitar attacks of Rafael and Kiko are outstanding and the high flying vocals of Andre are truly amazing and at times even feminine of character. Just sit back and follow Angra on their journey as they take you by speed monsters as ’Carry On’, which is probably the best song ever written by them, delightful ballads as ‘Stand Away’ and epic offerings such as ‘Never Understand’ and ‘Evil Warning’. When listening to this last song the name Rhapsody will undoubtedly jump forward and it’s indeed true that the structure of this particular track resembles that of Rhapsody, but duly note that this Italian band wasn’t even in existence in those days!

    Strange enough, although he’s mentioned in the booklet of the album, the drums on ‘Angels Cry’, were not performed by Ricardo Confessori. His place was temporarily taken by Alex Holzwarth, the soon to be drummer of Rhapsody!

    One of the most remarkable tracks on the album is the cover of Kate Bush’s  ‘ Wuthering Heights’. Although this song was of course originally written to be sung by a woman, Andre gives it a good try and once again showcases his talents as a vocalist. Go find the album and decide for yourself.

     

    Tracklist

     

    Unfinished Allegro

    Carry On

    Time

    Angels Cry

    Stand Away

    Never Understand

    Wuthering Heights

    Streets Of Tomorrow

    Evil Warning

    Lasting Child

     

     


    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl