baskanij.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Welkom op de log van Bas Kanij, de vliegende music reporter !
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     klik op logo

    Translate WorldLingo

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Releases
    te koop bij 
    sounds 
    klik op logo
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Voor het gebruik van tekst of
    ander materiaal van deze blog
    neem eerst even contact op...
      
    If you want to use material
    from this blog
    please contact us first....
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Check these weblogs 

     

     
     
     
     
     
     

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Trivium-Interview Paolo Gregoletto


    <![CDATA[]]>
    Onder de rook van wat waarschijnlijk 's wereld bekendste attractiepark is, werd in de loop van 2000 in Orlando, Florida Trivium ter wereld gebracht. Terwijl op gepaste afstand duizenden mensen per dag de revue passeerden, vonden in het huis van drummer Travis Smith de eerste, ampele sessies plaats die uiteindelijk zouden leiden tot de incarnatie van één van de meest spraakmakende metal acts van de laatste jaren. In die begindagen stond zanger Brad Lewter nog aan het roer, maar het duurde niet lang voordat het stokje werd over genomen door Matt Heafy die daarnaast ook nog eens de gitaarpartijen voor zijn rekening nam. Wrang genoeg voor Brad was hij juist degene geweest die zijn latere opvolger binnen had gehaald na hem aanschouwd te hebben op een talentenjacht van een lokale High School waar deze met veel bravoure een aantal covers ten gehore had gebracht van onder andere Metallica.
     
    Kort na Matt's toetreding tot de band – en reeds na enkele optredens in plaatselijke drinkgelegenheden – besloot Brad naar verluidt wegens muzikale meningsverschillen zijn heil elders te zoeken, zodoende de weg vrij makend voor Matt. Enige tijd daarna zou de eerste demo opgenomen worden en het was deze opname die via een bevriende webdesigner zijn weg zou vinden naar de burelen van het Duitse Lifeforce Records met als welkome bonus een contract. Het resultaat en tevens enige wapenfeit van deze trans-Atlantische samenwerking liet zich verzilveren in de vorm van een schijfje met de welluidende titel Ember To Inferno, een alleraardigst debuut waarop de potentie, geschreven in muzikale hoofdletters, duidelijk naar voren trad. Tot het onuitsprekelijke genoegen van de band vond Monte Conner, de grote baas van Roadrunner Records, dat ook toen hij een nummer hoorde dat min of meer toevalligerwijs op een compilatie cd van een tijdschrift terecht was gekomen. Na wat contacten over en weer was alles in kannen en kruiken en kon de overstap gemaakt worden van een klein naar een groot label. Het zou Trivium geen windeieren leggen getuige de voor een metalen album gigantische verkoopcijfers van enkele 100.000en exemplaren van de tweede vrucht genaamd Ascendancy binnen de tijdspanne van een vloek en een zucht. Tegen die tijd waren Corey Beaulieu en Paolo Gregoletto inmiddels lid van de familie geworden om hun niet misselijke kunsten met vingervlugge vlijt tentoon te spreiden op respectievelijk drums en basgitaar.
     
     

    Ascendancy wordt door velen gezien als het artistieke hoogtepunt van Trivium, het pièce des résistance. Paolo is echter een andere mening toegedaan die hij onder de gevleugelde begeleiding van wild in het rond wiekende armen uit de doeken doet. “Waarom het is, kan ik niet zeggen, maar het is een feit dat Ascendancy gezien wordt als de beslissende factor in onze carrière, ons klassieke album dat als maatstaf moet dienen voor alles wat we maken. Onzin, want toen we het album opnamen, hadden we vooraf totaal geen verwachtingen. We waren allen zo groen als we maar konden zijn en dreven slechts mee met de stroom. Geen van ons had zelfs maar durven hopen dat het album zo'n succes zou worden - het was tenslotte allesbehalve commercieel – en de status zou bereiken die het nu heeft. Ik geloof ook niet dat het ons artistieke hoogtepunt is. We zijn nog steeds bezig te evolueren als muzikanten en zijn nu beter dan we ooit geweest zijn. Met Shogun hebben we de juiste balans gevonden tussen het oude en het nieuwe werk. Dit is het album dat gaat dienen als blauwdruk voor alles wat komen gaat, hetgeen overigens niet betekent dat er geen verrassingen meer zullen zijn, want die hebben we wel degelijk. Misschien nemen we wel een nummer op met over the top vocalen, bruut en agressief, maar het is ook mogelijk dat we er één opnemen met enkel cleane zang en heel melodie gericht. Wie zal het zeggen. De tijd zal het leren.”
     
    Gesproken over de vocalen...opvallend is de terugkeer van Matt's schreeuwerige zang op het nieuwe studiowerk, temeer daar het onderwerp in kwestie na het uitbrengen van The Crusade (de opvolger van Ascendancy) verklaarde voortaan alleen nog gebruik te willen maken van zijn normale stem. De verklaring voor deze boude bewering is even simpel als voor de hand liggend volgens Paolo. “Ten tijde van de opnames van The Crusade waren we dat geschreeuw allemaal meer dan zat. We hadden het idee dat we meer dan dat te bieden hadden. Bovendien was het album veel melodieuzer dan Ascendancy en bood geen plaats aan de manier waarop Matt voorheen zong. Dat zijn 'oude' stem nu weer terug is, komt omdat we ons realiseerden dat die een belangrijk onderdeel vormt van ons geluid. Wij zijn geen band die de eigen geschiedenis ontkent. De schreeuwerige zang hoort bij ons, maar we weten nu hoe we die goed kunnen gebruiken. Het geeft onze muziek dat agressieve randje dat in schril contrast staat tot onze melodieuze kant. Eigenlijk kunnen we ook niet zonder. Zoals gezegd hoort het bij ons; het heeft in grote mate bijgedragen ons groot te maken en laten we eerlijk zijn, zonder Matt's geschreeuw zouden de oude nummers niet de nummers zijn die ze nu zijn.”
     
    Shogun wijkt in meerdere opzichten af van het eerdere materiaal dat Trivium opnam. Zo is er voor het eerst een coherent verband tussen de agressieve en meer toegankelijke zijde van de band door middel van een dynamische structuur die beide elementen in de muziek integreert. Dan is daar de al aangehaalde verandering in de zang. Daarnaast werd gekozen voor Nashville in plaats van Orlando als de plek waar opgenomen zou worden en was er voor het eerst geen sprake van een onderliggende betekenis aangaande de titel van het album. Het zijn zaken die nauw met elkaar verweven zijn, zo verklaart Paolo met zichtbaar plezier als hij zich voorover buigt, ondertussen een weerbarstige lok haar naar opzij schuivend. “Met Shogun wilden we de essentie laten horen van wat we zijn, een manier vinden om strakker te klinken als band. Het was de truc om het geluid te vinden wat daar het beste bij paste, het geluid dat precies weer zou geven waar wij muzikaal voor staan. Om dat te kunnen bereiken, was het noodzakelijk het agressieve karakter dat we op The Crusade ten faveure van de melodie enigszins naar de achtergrond hadden geschoven weer tevoorschijn te halen, zodat een juiste balans tussen de twee zou ontstaan. We waren van mening dat dit niet kon in de studio in Orlando waar we tot nu toe gewerkt hadden. Ook wilden we ditmaal niet samenwerken met John Suecof. Hij is een goede vriend van ons, maar met hem wisten we wat we zouden krijgen en dat was dus precies wat we nu niet wilden. Verandering van spijs doet eten, dus zijn we uitgeweken naar Nashville met Nick Raskulinecz als producer. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Shogun heeft het geluid wat we onbewust voor ogen hadden. We klinken strakker dan ooit tevoren. De structuur van het materiaal is enorm verbeterd ten aanzien van het oude werk, er is meer dynamiek en alles klinkt heel organisch. Er was geen vooropgezet plan betreffende een overheersend thema dat zou aangeven waar we op dat moment als band stonden. We waren gewoon vier jongens die de studio in zijn gegaan om de muziek te maken die we wilden maken. Niets meer, niets minder.”
     
     

    Na deze spraakwaterval valt de tengere bassist stil teneinde zijn keel te smeren met een zojuist aangereikte frisdrank. Hij staart even intens naar de muren van de ruimte waar het interview plaats vindt alsof hij daar een alleen voor hem zichtbare afbeelding waarneemt die zijn fascinatie voor het smetteloze wit rechtvaardigt. Hij schrikt op uit zijn schijnbaar lethargische staat wanneer zijn groovende baspartijen op Shogun ter berde worden gebracht. “Weet je, die vormden een integraal onderdeel van ons zeg maar nieuwe geluid. Het moest vooral strak klinken en zonder mezelf op de borst te willen kloppen, kan ik zeggen dat dit aardig gelukt is. Ik, maar zeker ook de andere jongens, ben enorm gegroeid sinds ik jaren geleden bij de band kwam. Ik had daarvoor weliswaar in bandjes gespeeld, maar dit was andere koek. Bij Trivium moest ik echt laten zien wat ik kon. Dit was het echte werk en dat was precies wat ik wilde. Sinds ik als 11-jarige een fascinatie ontwikkelde voor de bas, heeft het vak van muzikant altijd aantrekkingskracht op me uitgeoefend. Trivium heeft me de kans geboden dit vak ook daadwerkelijk uit te oefenen.”
     
    Paolo kwam op min of meer fortuinlijke wijze bij zijn nieuwe broodheer terecht. “Net voor ik ingelijfd werd, stond ik op een tweesprong in mijn leven. Het was of naar de universiteit gaan of nog een allerlaatste poging wagen het te maken als muzikant. Het besluit werd me makkelijk gemaakt doordat ik hoorde dat Trivium zonder bassist zat. Ik had het gevoel dat dit voorbestemd was en besloot mijn kans te wagen. Daar ik de jongens al eens vaker was tegen gekomen, was het contact snel gelegd en werd ik aangenomen als de nieuwe bassist. In het begin was het zwaar omdat we te kampen hadden met mensen die misbruik van ons wilden maken, maar op een gegeven moment raakte alles in een stroomversnelling en ging het alleen nog bergopwaarts.”
     
    Met dat moment doelt Paolo op het optreden dat de band in 2005 gaf op het Download Festival, een sinds 2003 door Live Nation jaarlijks georganiseerd driedaags gebeuren waar de groten van het muzikale spectrum hun opwachting mogen maken temidden van een aantal opkomende namen. Eén van die opkomende namen was toen Trivium. De band was aanwezig op persoonlijke uitnodiging van de organisator van de toenmalige tour door Engeland, een man die tevens de belangrijkste instigator van het festival bleek te zijn. “Hij was helemaal onder de indruk van de reacties van het publiek op onze show in Londen”, weet Paolo zich te herinneren. “Blijkbaar hield hij onze naam ergens in zijn hoofd opgeborgen, want toen er om één of andere reden een plek in de line-up vrij kwam, kregen wij de vraag of we in wilden vallen. Oorspronkelijk zouden we ergens achteraf spelen, maar kort voor aanvang viel er een gat in de programmering van het hoofdpodium. Of wij dat op konden vullen. Nou, dat kon natuurlijk, hoewel het wel een gok was omdat we heel vroeg in de ochtend op moesten. Maar het loonde zich daar het vanaf dat moment echt een gekkenhuis werd met de band. Plotseling stonden onze gezichten op de voorkant van Kerrang, ontvingen we de Metal Hammer Award en vroeg iedereen zich af wie Trivium was. Dit alles opende de weg voor ons naar de rest van Europa. Het bleek een lange weg te zijn, maar wel één die ons gebracht heeft naar waar we nu zijn.”
     
     

    En laat dat nu precies de plek zijn waar de band graag vertoeft: Aan het hoofd van de nieuwe lichting extreme metal acts.
     
     

     
    Lees meer...
    Roadkill-Interview 01-03-2008 
     
     
    Het Rotterdamse Roadkill wordt door velen beschouwd als een relikwie uit lang vervlogen tijden daar de band op onverdroten wijze haar liefde betuigt aan de New Wave Of British Heavy Metal, een muzikale stroming die inmiddels overdekt is met zo veel lagen mottenballen dat er nog slechts uit nostalgische overwegingen naar verwezen wordt in de annalen van menig hardrock recensent. Desondanks klinken de met een flinke portie melodie overgoten metalen klanken van de vijf heren allerminst oubollig en staan zij garant voor een avondje ouderwets vertier wanneer zij al dan niet gehesen in een spandex broek het podium van een lokale concert gelegenheid beklimmen.
     
    De band werd begin jaren 90 op de kaart gezet door bassist Bardo toen die min of meer door de school waar hij lessen volgde, gesommeerd werd een formatie te vormen waarmee hij de leergierig opgesnoven kennis vakkundig in de praktijk zou kunnen brengen. In die periode ging men overigens door het leven als Triple X. De huidige naam zou pas jaren later opduiken, ongeveer tegelijk met Bardo's broer Gary die de gelederen kwam versterken als drummer. Bardo bewaart goede herinneringen aan de eerste schreden op het muzikale pad. “Dat met die school was best grappig. Mijn leraren vonden dat de beste leerschool lijfelijke ondervinding was oftewel een eigen band beginnen. Voor mij hield dat het spelen van covers in. Ik ben pas vrij laat begonnen met het bespelen van een instrument, zo rond m'n 23ste, en het meest eenvoudige leek me om andermans werk na te spelen. Op die manier kon ik het allemaal wat sneller leren zonder me druk te hoeven maken over arrangementen en zo. Zoals je begrijpt, was het in het begin niet al te serieus. Het was echt spelen om het spelen en verder niets. Dat zou pas jaren later komen nadat Gary zich bij ons gevoegd had en de naam veranderd werd in Roadkill.”
     
     

    Na de toetreding van Gary tot Roadkill vond er geleidelijk een muzikale verschuiving plaats van het spelen van covers naar eigen materiaal, weliswaar diep geworteld in de roemruchte jaren 80, maar altijd overgoten met een naar eigen makelij riekende saus.

    Gary raakt haast in vervoering wanneer hij de gelegenheid ten baat neemt een nadere toelichting te geven op de keuze voor juist dit soort muziek. “We hebben nu eenmaal een bepaald soort geluid voor ogen en dat komt toevallig overeen met het geluid van de New Wave Of British Heavy Metal. Daar houden we gewoon van. Nu is het natuurlijk niet zo, dat er geen ruimte is voor kleine uitstapje zoals te horen op onze EP 'Dark Side', maar over het algemeen is het zo dat er een algeheel alarm afgaat als er een idee aangedragen wordt dat niet past in het stramien van Roadkill. Wanneer dat gebeurt, wordt er net zo lang aan het idee gesleuteld tot het voldoet aan de norm. Dat gebeurt ook zonder morren en dat is heel belangrijk, want de neuzen moeten wel dezelfde kant uit wijzen, zelfs wanneer die niet helemaal recht zijn. Ha ha.”
     
    Democratie staat bij Roadkill hoog in het vaandel geschreven. Een ieder heeft even veel inspraak en de composities komen tot stand door middel van onderling overleg. “Zeker,” verkondigt Bardo stellig terwijl hij zijn broer lachend aankijkt. “Bij ons is het schrijven van nummers echt een groepsproces, hoewel het per keer verschilt. Meestal komt één van ons met een basisidee aanzetten waar we dan vervolgens met z'n allen een compleet nummer omheen bouwen. Dat idee is soms zelfs slechts een losse riff die dan wel behoorlijk vet klinkt. Wat we eigenlijk doen met een dergelijk idee is het door de mangel halen om het een typisch Roadkill geluid mee te geven en klaar is Kees. Zo simpel kan het zijn.”
     
     
    Wie zich de moeite getroost eens goed te luisteren naar 'Dark Side', zal onvermijdelijk tot de conclusie komen dat hier sprake is van een vette metal plaat van bijkans Manowariaanse proporties. Dit lijkt zo op het eerste oog een clichématige voorstelling van zaken, ingegeven door titels als 'God Of War' en 'King Of Swords' diede revue passeren in een meer dan strijdlustige uitvoering, maar die doet de werkelijkheid niet geheel eer aan zoals Gary vol vuur verkondigt. “Omdat we soms wat episch van aard zijn, worden we steevast vergeleken met Manowar. Zelf zie ik dat niet zo eerlijk gezegd. Wij zijn lang zo zwaar niet en zeker minder theatraal. Natuurlijk is het wel egostrelend vergeleken te worden met de groten der aarde. Jammer is wel dat we vaak op dergelijke overeenkomsten afgerekend worden, maar dat is blijkbaar inherent aan het genre dat we spelen. Traditionele heavy metal is nu eenmaal niet vernieuwend. Dat weten wij ook wel, maar feitelijk zou het er niet toe moeten doen of het vernieuwend is of niet. Het gaat er om hoe je het doet en het plezier dat je er zelf aan beleeft. Maar misschien is het een idee onze zanger in een baljurk te hijsen en op een viool of een doedelzak te laten spelen en vervolgens de horlepiep te laten dansen of zo. Ik denk trouwens wel dat hij voor lul zal staan. Ha ha.”
     
    Teneinde de release van 'Dark Side' niet ongemerkt voorbij te laten gaan aan de eeuwig hongerige metal horde, werd met het bij hetzelfde management ondergebrachte Vengeance een flink aantal gezamenlijke optredens geboekt. Veel van die optredens werden tot stand gebracht met de hulp van het Nederlandse Metal Revelations, een promotie maatschappij onder leiding van Marjo Verdooren die zich ontfermd heeft over het lot van een aantal tot nu toe in de marge opererende vaderlandse acts in de hoop die tot grotere hoogte te kunnen brengen met het toepassen van de opgedane ervaringen als tourmanager voor, jawel, Manowar. Over hoe het contact met Metal Revelations ontstond, heeft Gary nog een smeuïg verhaal. “Heb je effe?” vraagt hij quasi serieus om vervolgens languit onderuit te zakken op een bepaald niet comfortabel ogende stoel. “Nou, lang geleden had ik dus een bepaalde vriendin. De relatie ging eigenlijk nergens over en ging ook zeker nergens heen. Maar goed, op een keer waren we bij een show van Manowar en hoewel het op zich wel aardig was, had ik niet direct het idee een dag later weer te gaan. Maar tot mijn verbazing wilde zij dat wel en dat terwijl ze eigenlijk helemaal niet dol was op die band. Wat bleek nu? Had ze tijdens de show met Carl Logan zitten flirten zonder dat ik dat in de gaten had. Een dag later hetzelfde verhaal. Kort daarop heeft ze toen een brief aan Carl geschreven en die via de fanclub laten versturen. Niet lang daarna kregen ze samen een relatie, letterlijk onder mijn neus, want we hadden samen een huis gekocht. Ter compensatie voor het feit dat ze in mijn bed aan de gang gingen, kreeg ik een Manowar t-shirt. Nou, daar doe je het natuurlijk wel voor. Ha ha.” Een daverende lach ontsnapt aan de lippen van Gary, maar ruim voordat die de kans krijgt geheel en al weg te sterven in het duister van het trapgat leidend vanaf de backstage ruimte naar het podium, wordt het verhaal vervolgd. “Maar goed, nadat ik mijn kont met dat t-shirt had afgeveegd, ging het leven gewoon verder, en geloof het of niet, ik had een vrij goede band met Carl. En waarom ook niet? De relatie met mijn vriendin was toch al uien en nu kon ik wel backstage bij Manowar –ha ha- en daar heb ik dan Marjo van Metal Revelations ontmoet. Later, toen ze gestopt was met haar werk voor Manowar en voor zichzelf was begonnen, nam ze contact met me op en zo zijn we bij haar terecht gekomen. Waar een verbroken relatie niet allemaal goed voor kan zijn. Ha ha.” Opnieuw wordt een rollende schaterlach het trapgat ingestuurd in een poging diens voorganger te achterhalen. Het blijkt een zinloze missie te zijn die eindigt bij de inmiddels gesloten voordeur van de zaal waar de band eerder die avond aantrad als support-act voor Joe Stump.
     
     
    Roadkill is boven alles een live band, maar dat zal waarschijnlijk allerminst verbazing opwekken. Het motto luidt dan ook zoveel mogelijk plezier te beleven op en naast het podium. Voor wie geïnteresseerd is in de doldwaze capriolen die daarop plaatsvinden: Op de myspace site van de band staat een volgens Gary in boerenkool Engels opgetekend verslag te lezen van een recente tour. En of dat nog niet genoeg is, genoemd heerschap heeft zelf ook nog een kennelijk aan de aandacht ontsnapte vertelling in petto. “Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar we speelden in ieder geval in Nederland 3 in Wateringen. We hadden die dag een rookmachine bij ons. Tja, dat ding stond daar zo'n beetje z'n werk te doen totdat ik er opeens een vlam uit zag komen. Nou, roken deed ie toen wel, maar niet op de manier waar ie voor gemaakt was. Ik schreeuwde toen naar Bardo dat er iets aan de hand was achter hem. Hij draaide zich om en wat denk je dat die malloot deed? Ging hij op zijn knieën zitten blazen, terwijl intussen de vriendin van onze toenmalige zanger Marco met een flesje Spa water de boel probeerde te blussen. En Bardo maar blazen naar een vlam met de afmeting van een kampvuur! Maar wel allemaal door spelen, want de show moet natuurlijk wel door gaan. Uiteindelijk werden de verkoolde resten van de machine aan een stukje snoer naar buiten getrokken en ergens smeulend aan de zijkant van die toko gegooid. Maar weet je wat nu het mooiste was? Na afloop wilde ik het ding mee nemen om uit te zoeken wat er nu precies fout was gegaan en toen was het gewoon nergens te vinden. Iemand had het gestolen! Bizar toch?”
     
    Even valt er een stilte als de broers als in gedachten verzonken de herinneringen aan die bewuste avond nogmaals beleven. Het is Bardo die uiteindelijk als eerste weer het woord neemt. “Het is inderdaad bizar, maar het verhaal is nog niet klaar.Er is nog meer. Twee jaar later moesten we weer in Nederland 3 spelen. Lopen we daar binnen, komt er iemand naar ons toe en die zegt: 'Jullie zijn de vorige keer iets vergeten.' Vervolgens krijgen we de verkoolde resten van die rookmachine in onze handen geduwd. Dat geloof je toch niet? We stonden echt perplex.”
     
    Momenteel bereidt Roadkill zich voor op het slot van de tour met Vengeance, waarnade aandacht verlegd zal worden naar het opnemen van een volwaardige opvolger van 'Dark Side'. Wanneer die precies het licht zal gaan zien, ligt vooralsnog verscholen in de duistere nagloei van de EP, maar het staat buiten kijf dat het gaat gebeuren.
     
     

    Alvorens het gesprek te beëindigen, brengt Gary nog een hoogst vermakelijke anekdote te berde. “Jaren geleden had Bardo zo'n auto die van polyester gemaakt was, een Vanclee was het volgens mij.” Hij kijkt vragend naar Bardo die instemmend knikt. “Dat ding zag er echt niet uit, maar goed je kon er mee rijden. Wij er op een avond op uit, gewapend met een absurde hoeveelheid behangplaksel en posters voor een optreden in Slingerick in Rotterdam. Het plakken ging lekker en op een gegeven moment besloot ik om er maar twee tegelijk in te smeren. Dat gaat tenslotte vlugger. Ik dus twee posters ingesmeerd. Draai ik me om met die dingen in mijn handen, staat er plots een motoragent voor mijn neus. Zonder er eigenlijk bij na te denken, draai ik me meteen weer terug en plak die posters op de zijkant van Bardo's auto. Zegt die agent: 'Ja, daar trap ik dus mooi niet in!' Daar waren we dus de sigaar. Toch liep het goed af. Tenminste dat dachten we, want de agent zei ons slechts een waarschuwing te geven. Niettemin kregen we een paar weken later beiden een bekeuring in de bus van honderd piek. Had die kerel wel een bon uitgeschreven. Wij hebben meteen bezwaar aangetekend, maar dat haalde niets uit. Vervolgens hebben we het voor laten komen en zo stond ik een tijdje later in het gerechtsgebouw van Rotterdam. Dat was mooi, want het was toen gevestigd in het voormalige gebouw van de kraamkliniek waar ik geboren was. En het was nog mijn verjaardag ook! Als dat niet bizar is, dan weet ik het niet meer. Ik heb die dag gepraat als Brugman en uiteindelijk bepaalde de rechter dat we wel schuldig waren, maar geen boete opgelegd kregen. Dus konden we gelukkig tevreden naar huis met een aparte ervaring op zak.”

    Het moge duidelijk zijn dat het leven met Roadkill allesbehalve saai is. Maar aan degenen die dat na het lezen van het bovenstaande verhaal nog altijd in twijfel trekken, wordt de aanbeveling gedaan het aan den lijve te ondervinden door middel van het bijwonen van een optreden.

     
     
    Lees meer...

    Dial-Interview Liselotte Hegt 16-02-2008


    Het gros van rock- en metal minnend Nederland kent Liselotte 'Lilo' Hegt ongetwijfeld van haar meer dan voortreffelijke epistels voor het blad Aardschok, maar wat velen wellicht niet weten, is dat zij tevens een aardig riedeltje op de bas weg kan geven en daarnaast over een geregeld naar Kate Bush neigend stemgeluid beschikt.

    Sinds begin jaren 80 struint Lilo de vaderlandse podia al af als lid van diverse bandjes, opererend in sterk van elkaar verschillende stijlen. Haar eerste echte wapenfeit, resulterend in meer dan slechts een demo, was het Combo Never Mind in 1989, een uit spontaniteit ontstane formatie waarin zij de creatieve eer moest delen met haar vader. “Het leek ons wel geinig samen eens iets te doen op muzikaal gebied,” verklaart zij, terwijl een guitige glimlach zich rondom haar lippen krult. “In principe was het een eenmalig project met als hoogtepunt een Ep met een stuk of wat recht toe recht aan rock nummers, maar na het maken daar van ben ik zo nu en dan wel eens als zangeres ingevallen bij de latere versie van de band wanneer dat nodig was. Hoewel je het nooit met zekerheid kunt zeggen, is het echter niet de bedoeling in de nabije toekomst een vervolg aan onze samenwerking te geven. Daar heb ik momenteel gewoon de tijd niet voor.”
     
    Hoewel Lilo graag en vaak zingt, begon zij haar loopbaan op de bas. “Tsja,” verzucht zij intens, “ik heb altijd wel een beetje gezongen, maar begin jaren 80 was ik helemaal into metal en spelen op een bas leek me wel stoer. Ik zag ooit het bandje Hammer uit Nieuwegein spelen en toen ik hun bassist zo tekeer zag gaan, vond ik dat zo cool dat ik dat ook wilde. Kort nadien zag ik vervolgens Steve Harris en toen was ik helemaal verkocht. Daar komt dan ook nog bij dat ik geen echte metal stem heb. Geen moeilijke keuze derhalve. Dat ligt nu uiteraard anders, omdat de muziek die ik momenteel maak beter bij mijn stem past. Ik heb nu ook de kans het allemaal zelf te doen. Doorgaans is er eerst een muzikale omlijsting, waarna de zanglijnen ingevuld worden, maar ik werk liever andersom. Dat vind ik prettiger. Ik durf nu ook meer dan vroeger met mijn stem en laat dat met Dial horen.”
     
    Wanneer Dial ter sprake komt, raakt Lilo zeer gepassioneerd en verschijnt er plotsklaps een pretlichtje in haar ogen. Naast dochter Ronja is dit duidelijk haar oogappel. De band ontstond medio 2003 uit een soort van veredelde huiskamer jamsessie tussen haar en manlief Kristoffer Gildenlöw (ex-Pain Of Salvation) enerzijds en anderzijds Rommert van der Meer met wie Lilo ooit samen deel uit maakte van het enigszins avant gardistisch ingestelde Cirrha Niva. “Rommert en ik kenden elkaar inderdaad van die band en hebben muzikaal gezien altijd een goede klik gehad. We voelen elkaar perfect aan, weten ook wat de ander wil met een bepaald idee. Dat werkt heel prettig. Eigenlijk is het allemaal heel wonderlijk gegaan en had het er allesbehalve schijn van dat we samen ooit nog muziek zouden maken. Rommert zat namelijk nog in Cirrha Niva toen ik er noodgedwongen op een nogal lullige manier mee op moest houden. Ik was in die tijd zwanger en dat werd door een aantal mensen als een beperking gezien, omdat ik dan minder tijd dan voorheen aan de band zou kunnen besteden. Mede door deze instelling werd de onderlinge sfeer er niet beter op, zodat ik eigenlijk geen andere keuze had dan de band te verlaten. Heel jammer, want ondanks het abrupte einde heb ik een leuke tijd gehad bij Cirrha. Ik kwam er bij op het moment dat het allemaal wat serieuzer begon te worden en eigenlijk voor we het goed door hadden, wisten we ons binnen korte tijd van andere acts te onderscheiden door het visuele aspect. Dat past trouwens goed bij mij, want ik houd wel van dat theatrale gedoe met veel poespas er om heen. En bij Cirrha was daar alle ruimte voor, zeker op het podium. Strikt genomen was onze show bijna theater, omlijst met rock muziek. Het was iets dat nog niet eerder in Nederland gedaan was. Maar goed, het liep dus mis en dat was voor mij een grote teleurstelling. Nu zie ik het anders, meer in perspectief, en beschouw ik de breuk met Cirrha als een keerpunt in mijn leven, omdat ik vanaf dat moment meer aan mezelf ben gaan denken en creatief gezien terug ben gegaan naar mijn muzikale wortels. Rommert heeft me daar bij geholpen toen hij kort na mij onverwachts ook uit Cirrha stapte.”
     
     

    De gedachte van Dial een echte band te maken, ontstond geleidelijk. In eerste instantie wisselden Lilo en Rommert slechts ideeën uit die als los zand aan elkaar hingen en was er bepaald geen sprake van serieuze plannen. Mede door de inbreng van Kristoffer kwam er echter een zekere chemie op gang die er uiteindelijk voor zorgde dat de lont in het kruitvat gestoken werd, waarna de boel tot ontbranding kon komen. “Kris zat in die periode nog in Pain Of Salvation, maar had wel de behoefte aan iets nieuws, dus dat kwam voor Rommert en mij goed uit, vooral omdat we muzikaal al een poosje droog stonden en de behoefte groot was onze creatieve ideeën te spuien. We zijn nu eenmaal artiest in hart en nieren en het bloed kruipt daar waar het niet hoort te gaan. Heel snel ging het overigens niet. Daar was ook geen reden toe; we vonden het gewoon leuk bezig te zijn, een beetje klungelen in onze eigen studio. Toch kwam er een moment waarop we dachten dat het misschien allemaal wat meer zou kunnen zijn dan slechts een hobby project. We hebben toen besloten een demo op te nemen. Dat zal zo'n drie jaar geleden zijn nu. Materiaal hadden we in overvloed, want afzonderlijk van elkaar waren er door een ieder nummers geschreven.”

    Het was juist deze afzonderlijke werkwijze die er voor gezorgd heeft dat de demo, die uiteindelijk uit zou groeien tot het album Synchronized, een zo divers karakter verkregen heeft. Zozijn er aan Pain Of Salvation refererende nummers als 'Sadness' en 'Hello', een emotioneel duet tussen Lilo en Kris over hun dochter, maar zijn er ook vreemde eenden in de bijt met het buitenissige 'Candyland', waarin Lilo haar bewondering voor Kate Bush niet onder stoelen of banken steekt, en het fraaie 'Beautiful (hallo Siouxsie And The Banshees). Eveneens opmerkelijk is de cover van Marcella Detroit's 'Jewel'. Gevraagd naar de reden van deze keuze begint Lilo te lachen. “Op een gegeven moment hadden we een aantal liedjes voor het album, maar het voelde nog niet helemaal goed aan. Er moest eigenlijk nog een nummer bij, maar omdat we niets passend meer hadden liggen, hadden we zoiets van 'waarom geen cover dan'. Kate Bush lag iets teveel voor de hand. Bovendien wilde ik me daar niet aan wagen. Misschien dat ik het live wel een keer probeer ooit, maar in ieder geval niet op de plaat. Maar goed, dat nummer van Marcella staat op een verzamel cd die Kris eens voor mij gemaakt heeft. Ik vond het direct een mooi nummer met een spannend arrangement. Dus toen die cover ter sprake kwam, kwam de gedachte aan 'Jewel' als vanzelf boven drijven. Ik heb wel geprobeerd er een eigen draai aan te geven, hoewel dat vooraf niet de bedoeling was. Maar uiteindelijk bleek de manier waarop Marcella het nummer zingt voor mij niet goed aan te voelen, zodat ik besloot het over een geheel andere boeg te gooien. En heel stiekem moet ik bekennen best wel tevreden te zijn met het resultaat.”

    Synchronized is een lastig te omschrijven album geworden en niet op te hangen aan één bepaald genre. Er zijn elementen uit de gothic en de pop scene, maar met enige regelmaat wordt tevens een vette knipoog uitgedeeld in de richting van de progressieve en alternatieve sector. Kortom, een muzikaal luister avontuur waarbij de verveling voor breed georiënteerde mensen geen seconde toe zal slaan. Een groot pluspunt vormt ook de productie van Dead Soul Tribe zanger Devon Graves met wie Lilo in haar hoedanigheid als medewerker van Aardschok in contact was gekomen. “Ten tijden van de opnames van de demo kwam ik Devon tegen bij één of ander concert. We raakten aan de praat, beetje herinneringen ophalen en zo, en tijdens het gesprek vertelde ik hem over Dial. Hij was zeer geïnteresseerd, zeker toen ik het idee van een mogelijk duet opperde. Ik moest hem maar wat opsturen, dan zou hij de mogelijkheid even bekijken. Zo gezegd, zo gedaan, en tot mijn grote verbazing was hij vol lof en onder de indruk van hetgeen wij gebakken hadden. Hij bood ook spontaan aan de boel te willen produceren en nodigde ons uit naar zijn studio te komen. Dat lieten wij ons natuurlijk geen tweemaal zeggen en zo togen wij naar Oostenrijk. Het was best wel spannend, want Devon heeft een erg Amerikaanse aanpak qua geluid, terwijl wij eigenlijk op zoek waren naar een Britse sound. Gelukkig is het uiteindelijk goed uitgepakt, hetgeen niet in de laatste plaats te danken is aan Dirk Bruinenberg die de muziek van het juiste drumgeluid heeft voorzien.”

    Van het beoogde duet met Devon is uiteindelijk weinig terecht gekomen, omdat Kris letterlijk op het laatste moment besloot het uitverkoren 'Hello' vanwege het persoonlijke karakter van de tekst liever zelf met Lilo tewillen zingen. Als alternatief werd vervolgens 'Wish It Away' aan Devon aangeboden en gesteld mag worden dat die er een redelijk aparte draai aan heeft gegeven. “Devon heeft het nummer vanwege gebrek aan tijd zelfstandig opgenomen nadat wij al naar huis waren vertrokken. Hij zei het een mooi lied te vinden, maar vond de manier waarop hij het van ons moest inzingen niet zo geschikt. We hebben hem toen de vrijheid gegeven zijn eigen versie te maken en dat hebben we geweten! Het klonk totaal anders dan wij voor ogen hadden, maar hoe vaker we er naar luisterden, hoe beter het werd. Uiteindelijk heeft het dan ook een plek op het album gekregen.”

     
    Op voorhand had zich nog geen label aangemeld voor het uitbrengen van Synchronized, waardoor het debuut van Dial af leek te stevenen op een zelf gefinancierde onderneming. Totdat daar vanuit het niets plots Prog Rock Records was met een mooie aanbieding. Naar bleek was dit label hen op het spoor gekomen via het daar onder gebrachte Lana Lane en zag het wel wat in dit eigenzinnige bandje uit Nederland. “Het ging uiteindelijk best snel,” herinnert Lilo zich. “Nadat we van Devon een voorlopige mix ontvangen hadden, zijn we de boer op gegaan. Aanvankelijk kregen we nul op het rekest. Geen hond die interesse had en juist op het moment dat we besloten hadden alles zelf maar te doen, was daar Prog Rock Records en na wat heen en weer mailen was alles geregeld. En dat is wel heel prettig, omdat het gewoon geen doen is jezelf te moeten verkopen in verre landen zonder te weten waar je aan moet kloppen. Met een goed label achter je die allerlei zaken voor je afhandelt, verloopt het veel soepeler en kun je jezelf puur op de muziek richten. En wanneer je een aantal shows af te werken hebt, is dat wel zo handig.”
     
     

    Het hoesje van Synchronized wordt getooid door een vreemd plaatje: Een scrabble bord met een aantal op het eerste oog wat vreemde attributen die uiteindelijk blijken te verwijzen naar de afzonderlijke liedjes op het album. “Het is een heel proces wat geleid heeft tot de totstandkoming van het hoesje. Allereerst was daar de naam. We wilden ons eerst Dune noemen, maar speurwerk op Google leerde dat je bij het intikken van dat woord een waslijst aan hits krijgt van onder meer dat boek van Frank Herbert en dan wordt het duidelijk dat jezelf helemaal onderaan komt te staan. Dat was dus niet zo'n goed idee, hoewel we er inmiddels wel achter waren dat een compacte naam het meest geschikt was, één die niet gebonden zou zijn aan een bepaald genre. Toen opeens was daar Dial. Vanaf dat moment ging het sneller. Het idee voor het eigenlijke hoesje kwam daarna als vanzelf. In een tijdschrift zag ik de afbeelding van een scrabble bord staan en die sprak me wel aan. Vervolgens nog een beetje klooien met de letters en daar was het complete plaatje. Die A op z'n kop vonden we wel grappig. De fotograaf die de uiteindelijke compositie gemaakt heeft, heeft zich laten inspireren door de teksten en een aantal zaken die daar in voorkomen terug laten komen op het bord zoals de vrouw uit 'Candyland'.”

    Hoewel Lilo en Kris elkaar al een tijdje kennen, is dit pas hun eerste 'bevalling' op muzikaal gebied, maar alle tekenen lijken er op te duiden dat het zeker niet hun laatste zal zijn. “Nee, zeker niet,” klinkt het vurig. “Kris is een rasmuzikant die het beste in me naar boven weet te brengen. Voor mij is het ook goed iemand om me heen te hebben die mijn ideeën op muzikaal gebied al dan niet naar waarde weet te schatten. Ik vind het vaak moeilijk mijn eigen werk kritisch te beoordelen, heb altijd twijfels over of het goed genoeg is of niet, en in de gevallen dat het echt extreem wordt en ik het echt niet meer weet, dan laat hij zijn licht over het geheel schijnen. Dat werkt heel stimulerend en ik voorzie in de toekomst zeker een vervolg op Synchronized.”

    Tot slot van een enerverend gesprek nog iets over de videoclip van 'Beautiful', waarin Lilo schittert als een plots opgedoken nazaat van Countess Bathory in haar eigen badkuip. “Het idee voor die clip kwam zomaar aanwaaien. De mensen van D'images die de clip geschoten hebben, hadden ons gezien bij het IO Pagesfestival vorig jaar en waren helemaal weg van onze muziek. Ze kregen daar allerlei ideeën bij en wilden dus die clip maken. Veel gebrainstormd met z'n allen om er iets aparts van te maken. Allerlei oude spullen verzameld zoals die badkuip. Die moest er van mij echt in, dat maakte het helemaal af, creëerde een soort van psychopathisch effect. Helemaal mijn ding. Het was leuk om een keer gedaan te hebben, maar of we het ooit weer doen...wie zal het zeggen. Voorlopig concentreren we ons op de muziek en de optredens die later in het jaar weer gaan komen.”


    En voor hen die daar niet op willen wachten, is daar dus de videoclip, te bewonderen op Youtube of op de myspace page van de band. Gaat dat zien en houdt vooral voor ogen de getoonde scènes thuis niet na te spelen...

     
     
    Lees meer...   (2 reacties)

    The Goods-Interview 14-09-2007

     

    The Goods is een energieke rockact uit Eindhoven, die eerder dit jaar via Tear It Up Records met een titelloos debuutalbum op een meer dan verdienstelijke wijze solliciteerde naar een eigen plekje in het grote boek der hardrock. Op dit debuut serveert het viertal, bestaande uit zanger/gitarist Daan, bassist Wannes, gitarist Erik en drummer Kasper, een dampende mix van jaren 80 rock en ouderwetse punk, flink op smaak gebracht met een scheut blues en hardcore. Vooral door de rauwe zang en het vuige gitaarwerk wasemt het geheel de sfeer van een rokerig zweethol en de van elke vorm van pretentie gespeende muziek maakt duidelijk dat hier een clubje aan het werk is dat het in eerste instantie tof vindt om frank en vrij te kunnen spelen. Hoe zeer deze stelling opgeld doet, blijkt wel uit het feit dat de band tot voor kort door het leven ging onder de welluidende naam The Homo’s, nu niet direct een titel die je met ere draagt. Volgens Erik kan de verklaring gevonden worden in de aanvankelijk niet zo serieuze instelling van de verschillende leden. “Die naam was echt een geintje en paste precies bij ons. De hele insteek van de band was dat het leuk moest zijn wat we deden. Het is allemaal begonnen in 1995, toen ik samen met Daan en Wannes op Dynamo was. Niemand van ons kon eigenlijk een instrument bespelen, maar we hadden wel zoiets van ‘daar willen wij ook graag staan.’ En zodoende zijn we dus een band gaan vormen. In het begin was het vooral wat aanklooien en zoeken naar wat we eigenlijk wilden, de stijl definiëren zeg maar. Echt veel eisen hadden we toen niet, zolang het maar rockte. De naam The Homo’s kozen we, omdat we ontdekt hadden dat mensen het om één of andere reden leuk vinden dat te roepen. Het was grappig dat te horen, maar geleidelijk aan, zeker nadat Kasper zich in 2001 als drummer bij ons had gevoegd, werd het muzikaal gezien allemaal wat gerichter en begonnen de contouren van de huidige band zich af te tekenen. Het zou overigens nog even duren alvorens we echt optredens gingen doen. Die vonden pas plaats nadat we een drietrack demo op hadden genomen, die de nodige aandacht had gekregen. Vanaf dat moment ontstond de gedachte over te gaan op een serieuze aanpak die uiteindelijk moest leiden tot het opnemen van een plaat. Maar die wilden we niet uitbrengen onder de naam The Homo’s. Vandaar dat die veranderd werd in The Goods.”

    Hoewel het schrijfproces voor het debuut al in 2004 een aanvang nam, zou het nog drie jaar duren voordat het daadwerkelijk op de markt werd gebracht. Eén en ander heeft te maken met de werkwijze van de band en de langzame aanloop naar professionalisering van de stijl. Daan legt uit: “In het begin ben je echt zoekende zoals Erik daar straks al aangaf. Kijken wat je allemaal kunt en wat reëel is binnen het raam van je mogelijkheden. En voor we wat opnemen, moeten we er echt van overtuigd zijn dat het goed is. Het is dus veel repeteren en soms eindeloos sleutelen totdat alle stukjes op de juiste plek zijn gevallen. Toen dat uiteindelijk het geval was, zijn we het opnameproces gestart, maar ook toen werden er nog veranderingen aangebracht, omdat je al doende tot de ontdekking komt dat bepaalde zaken gewoon niet goed werken en omdat je soms iets vanuit een andere invalshoek bekijkt. Het album is uiteindelijk voor het grootste gedeelte bij mij thuis op de slaapkamer opgenomen en gezien de minimalistische middelen klinkt het resultaat verrassend goed. Slechts de drumpartijen zijn elders toegevoegd – bij de drummer van de Spades, want die beschikte over de benodigde apparatuur. Verder zijn er ook nog drie nummers opgenomen in een lokale studio in Eindhoven. Dat waren de nummers die we als laatste geschreven hadden.”
     
        

    Nadat alles betreffende het album min of meer in kannen en kruiken was, diende zich vrij onverwacht een geïnteresseerd label aan in de hoedanigheid van het Eindhovense Tear It Up Records. Mede hier door kon de eindmix en de mastering uitbesteed worden aan Peer Rave, waardoor het debuut uiteindelijk de extra glans kreeg die het in eerste instantie leek te ontberen. Een gelukkige bijkomstigheid derhalve, deze tussenkomst van Tear It Up, die zich, zo verklaart Wannes uit zichzelf bij The Goods meldde. “Je moet weten dat in Eindhoven iedereen elkaar kent in de muziekwereld en op de één of andere manier had het label lucht gekregen van onze plaat en bestond er interesse die uit te brengen. Het viel perfect samen met de benadering van ons boekingskantoor SOZ door diverse zalen om ons te laten optreden.”    

    Door de artistieke bijstand van Peer Rave knallen de 10 nummers van het debuut op oorverdovende wijze uit de speakers, ongekunsteld en recht voor zijn raap, exact zoals dit soort muziek gespeeld dient te worden. Onder aanvoering van een hevig beukende ritmesectie komt een keur aan invloeden voorbij. Allereerst zijn daar de deels op de dubbele gitaarritmiek van Thin Lizzy leunende nummers als het volledig ontspoorde ‘I Own You’ en het heerlijk stampende ‘Rock On Wood’. Dan is er de met beleid geïnjecteerde agressie vanuit het hardcore verleden in het nummer ‘Yeah! Yeah!’ en tot slot komt in de voorlaatste track ‘Road To Revolution’ onvervalste bluesrock voorbij, waarna het aan Rainbow refererende ‘Time To Get Fucked Up’ een ouderwets potje hardrock afsluit.

    Concluderend zou gesteld kunnen worden dat het debuut van The Goods niets meer of minder is dan een aantal door elkaar gehusselde invloeden die een homogeen geheel vormen. Maar zo is het bepaald niet, want door de ongebreidelde energie en passie alsmede het speltechnisch niveau geeft dit Eindhovense kwartet wel degelijk een eigen draai aan de retro rock. Of zoals Daan zo kleurrijk zegt: “Als je ergens naar luistert, dan neem je onbewust altijd een stukje daar van mee in je eigen muziek. Wij zijn allen allesbehalve eenkennig qua muziekstijl en luisteren naar alles wat los en vast zit. Met die muzikale bagage in het achterhoofd probeer je dan zelf een goed nummer te smeden als het ware. Maar omdat je smaak voortdurend verandert, komen er dus telkens andere melodieën boven drijven. Maar wat voor nummer het ook wordt, het moet rocken en pakkend zijn.”

    In het nummer ‘Yeah! Yeah!’ lijkt het er in eerste instantie op of de band Tina Turner voor een kleine bijdrage heeft kunnen strikken. “Ha ha”, lacht Kasper wanneer hij met deze veronderstelling geconfronteerd wordt. “Dat was een grapje van mij. We moesten ooit een nummer schrijven voor Eindhoven Rockcity Tattoo, een soort van project met een cd en een boek. Op een gegeven moment zochten we wijsjes voor het achtergrondkoor en plots toen ik voor mijn werk in de auto zat, besloot ik Daan te bellen om hem voor de gek te houden met een zogenaamd briljant idee. Ik deed me voor als Tina Turner die auditie deed voor de backing vocals. Ik zong zomaar wat in op z’n voicemail zonder echt het idee te hebben dat daar wat mee gedaan zou worden. Maar Daan had daar andere gedachten over.” Het onderwerp van gesprek valt in. “Toen ik wakker werd ’s morgens, hoorde ik wat Kasper op m’n voicemail had achter gelaten. Het was net echt. Die stem leek beslist niet op die van Kasper. Maar dat had ik dus mis. Hoe dan ook, het klonk zo vet dat ik het via een microfoon op tape heb geknald, waarna het tenslotte op de plaat terecht kwam.”

    De doelstelling van The Goods kan treffend in enkele woorden samen worden gevat: Zo veel mogelijk spelen. “Zeker!” roept Wannes, waarna hij kortstondig onderbroken wordt door instemmend gemompel van de rest van de band, gevolgd door een aantal  met aanzienlijk meer volume te berde gebrachte anatomische verwijzingen die beter maar niet in beeld kunnen verschijnen. “Er is niets leuker dan met je maten in een busje rond rijden van de ene show naar de andere. Plezier staat bij ons voorop. Zodra je dat niet meer hebt, moet je stoppen. Je moet ook vooral niet denken dat je bakken met geld gaat verdienen als je in een band gaat spelen. Dan kom je van een koude kermis thuis. Doe het echt voor de lol. En als je dat doet, dan maakt het niet uit of je zonder dekbed in een iglo moet slapen of in je blote kont op de hei.”
     
         

    Vooralsnog bevindt het strijdtoneel van The Goods zich in Nederland, maar er wordt wel alvast met een scheef oog in de richting van het buitenland gekeken. “We zien wel hoe het loopt.” Erik klinkt opgetogen en spreekt vol vuur. “In eerste instantie willen we in eigen land vaste voet aan de grond krijgen. Daarna gaan we ons wat meer op het buitenland richten. Japan bijvoorbeeld. Via via hebben we namelijk gehoord dat onze cd daar uit is. Dus even wachten op een uitnodiging.”

    Voor wie niet zo lang wil wachten, op 8 december speelt de band ondermeer met stadsgenoot Peter Pan Speedrock en Madball op het Speedfest in - waar kan het ook anders – Eindhoven.  

     
     
     
     

     
     
     
    Lees meer...

    The Hollow Men-Interview

     

    The Hollow Men is een strakke rockband, opgericht in 2001 door vier muziekvrienden die elkaar sinds jaar en dag kennen vanuit de lokale scène in Goes en Zierikzee. In de gelederen vertoefde tot enige tijd geleden gitarist Frank Harthoorn, bekend van uiteraard Neerlands hoop in bange (death) metal dagen: Gorefest. Toen deze band evenwel besloot zichzelf nieuw leven in te blazen, werd al snel duidelijk dat een combinatie voor Frank geen haalbare kaart was, waardoor hij zich spijtig genoeg genoodzaakt zag de band de rug toe te keren. Bij de pakken neer zitten, deed The Hollow Men overigens niet, want in de persoon van Pascal werd snel een adequate vervanger gevonden die de muziek live van de nodige diepte kon voorzien door het spelen van indringende solo’s. Naast hem bestaat de band momenteel uit basgitarist Robbert, drummer Martin en zanger Remco.

    Aanvankelijk stond The Hollow Men te boek onder de naam The Speed Kings, maar nadat gebleken was dat er meerdere bands met die naam getooid waren, werd die om verwarring te voorkomen dus gewijzigd in de huidige, verwijzend naar de titel van het eerste zelf geschreven nummer.

    Tot op heden zag een tweetal demo’s het licht. De laatste met de welluidende titel ‘Music For Every Occasion And For Every Mood’ verscheen in 2006 en mag zich gelukkig prijzen met lovende kritieken van onder meer Aardschok. Beide demo’s werden in eigen beheer opgenomen met vaak minimale middelen en laten een band horen die zeer energiek is en niet wars van experimenten. De muziek is over het algemeen rock gericht ( met uitstapjes richting pop, punk en metal )  en kent raakvlakken met acts als Hüsker Du, Queens Of The Stone Age en Foo Fighters. Maar welke naam je dit beestje ook geeft, het blijft een vaststaand feit dat The Hollow Men een eigenzinnig geluid heeft dat rockt als de spreekwoordelijke neten.

     

    Het prille begin
    Robbert: ”De band is feitelijk door Martin en mij opgericht. In eerste instantie met een andere gitarist, Frank Harthoorn van Gorefest, en met het idee ouderwetse metal te gaan spelen, maar zoals je kunt horen op onze demo’s is dat er niet echt van gekomen. Frank speelde mee op de eerste demo en het was juist hij die ons meer de kant opstuurde van bijvoorbeeld een band als Hüsker Du. Later, toen hij terug was bij Gorefest en door toedoen van de meer melodieuze nummers die Remco had liggen, zijn we langzaam in de richting gegaan van onze huidige sound onder de naam The Hollow Men. Je zou ons op het moment het beste kunnen plaatsen in de hoek van de speedrock en de stoner. Zo hebben we ter illustratie al samen gespeeld met Peter Pan Speedrock en Dead Moon.”

    Schrijfproces
    Remko: “Dat is bij ons een gezamenlijk gebeuren, maar wel telkens anders. De ene keer is er eerst een baslijn en de andere keer baseren we ons dan weer op een gitaar lick. Soms kom ik ook met een soort van kampvuur melodie, waar dan een compleet nummer omheen gebouwd wordt. Het verschilt gewoon. Ideeën kunnen zowel thuis als in de oefenruimte ontstaan. We luisteren ieder voor zich naar heel veel verschillende muziek. Van Morbid Angel tot Creedence Clearwater Revival. We nemen plat gezegd gewoon een beetje van alles en integreren dat in ons eigen geluid. Zolang het maar ok is en rockt. Onze diverse invloeden ontmoeten elkaar heel ongedwongen ergens in het midden.”

    Robbert: “Het zijn eigenlijk vaak meer loopjes en losse flarden van ideeën, die aan elkaar geplakt worden, een soort van verzameling. Maar wel altijd eerst de muziek. De teksten komen pas in een veel later stadium aan de orde. Feitelijk trekken we ons weinig aan van muzikale grenzen. Ooit waren we dus metal, maar nu spelen we dus gewoon datgene wat we lekker vinden.”

    Martin: “Ons doel is om zo gevarieerd mogelijk te zijn in onze nummers, dus zoveel mogelijk klankkleuren. Niet alles in E of A spelen, zodat de nummers niet allemaal hetzelfde klinken. We spelen eigenlijk op gevoel en gebruiken meerdere lagen als opbouw. De basis blijft wel dat het lekker moet lopen en dat de gitaar centraal staat. Verder moeten er ook geen gekunstelde grepen aan te pas komen.”

    Muzikale Integratie
    Remco: “We zijn heel goed in het sluiten van compromissen. Daardoor botsen we muzikaal gezien niet, ondanks onze diverse invloeden.”

    Robbert: “Soms is er wel eens sprake van gezonde wrijving, maar dat houdt de boel spannend en je blijft er scherp door.”

    Selfsupporting
    Martin: “De band voorziet als het ware in het eigen onderhoud. Al het geld dat we  bijvoorbeeld verdienen door het geven van shows gaat terug in de band. Daar worden t-shirts van gedrukt en cd’s van geperst. Op die wijze financiert de band zichzelf. Geld houden we er dus niet aan over, maar dat vinden we ook niet zo interessant. Voor ons is belangrijk om op te kunnen treden, zeker voor een vreemd publiek, dus buiten de eigen zone. Onze basis is en blijft wel Zeeland, maar vandaar waaieren we uit over het hele land. We spelen dus wanneer en waar we maar kunnen. Indien mogelijk het liefst twee keer per maand.”  

    Cd
    Robbert: “We hebben op het moment heel veel nieuwe nummers die flink de stevige kant op gaan. Naar het schijnt zitten we in onze creatieve periode. Het idee de studio in te gaan, is wel geopperd, maar concrete plannen zijn nog niet gemaakt. Als het zo ver is, wordt het waarschijnlijk net als bij de demo’s wel een eigen product. Tot nu toe was alles lowbudget. Een label zou natuurlijk tot zijn, maar dat brengt verplichtingen met zich mee waar we nog niet aan toe zijn. Bij de demo’s hebben we overigens wel met een producer gewerkt. De eerste, die met Frank er op, is in de oefenruimte opgenomen. De hoesjes zijn door Martin en mij op de computer gebakken en de schijfjes zijn zelf gebrand. Optredens lopen meestal via contacten en aangezien we die nogal veel hebben, mogen we wat dat betreft zeker niet klagen.”

    Live of studio
    Martin: “Ik vind werken in de studio heel leuk, zeker met een producer. Nieuwe ideeën uitwerken en zien hoe die uitgroeien tot een compleet nummer. Het nadeel is wel dat je soms te lang blijft sleutelen. Op een gegeven moment moet je gewoon zeggen dat het genoeg is. Anders komt het nooit af. Niettemin kan de studio me wel bekoren. Live trouwens ook. De kick die je krijgt van op het podium staan, is onbeschrijflijk.”

    Remco en Robbert tezamen: “Dito.”
     
         

    Doelstelling
    Martin: “Het zou leuk zijn eens een echte tour te doen, dus niet slechts losse optredens.”

    Robbert: “Ik zou graag eens iets opnemen wat onze live sfeer goed weer geeft. De kritiek op onze laatste demo was, dat het allemaal te mooi en te lief is. Live zijn we veel harder en rauwer. Het zou mooi zijn dat geluid op cd vast te leggen. Veel zal daarbij natuurlijk afhangen van de producer, want zelf heb je meestal geen goed zicht op hoe één en ander klinkt. Dat is toch meer zijn zaak. Zelf wil je uiteraard dat alles zo natuurgetrouw mogelijk naar voren komt, maar je wilt tegelijkertijd ook een mooi eindproduct hebben. Vaak kun je naderhand pas van gepaste afstand naar het resultaat kijken en luisteren, maar dan valt er doorgaans niet veel meer aan te veranderen. Het is een moeilijk proces.”

    Belangrijkste les
    Martin: “Dat je mensen om je heen nodig hebt van buiten de band. Zoals bijvoorbeeld een geluidsman. Het werkt prettiger als je niet alles zelf hoeft te doen en er mensen zijn waar je op kunt bouwen en vertrouwen.”

    Anekdote
    Martin: “Begin dit jaar stonden we in de gevangenis van Antwerpen. Niet achter de tralies, maar er voor. Op zich natuurlijk al een bizarre plek om te spelen. We voelden ons net als Johnny Cash in San Quentin. Af en toe moesten we ook even wachten als er iemand binnen kwam om te vertellen dat hier of daar een klein opstootje aan de gang was. Het zaaltje was best wel leuk. Vanuit de kleedkamer, direct achter het podium, kon je door een kier in het gordijn dat ter afscheiding diende iedereen in de zaal zien zitten in dezelfde pakjes. Zoiets creëert een apart soort spanning, zeker omdat je al je spullen af moest geven en omdat je weet dat die mensen na afloop van de show daar moeten blijven, terwijl jezelf naar buiten en naar huis kunt.”

    Robbert: “Het optreden was tot stand gekomen via een kennis die een boekingskantoor heeft in België. Ik had hem ooit een demo van ons gegeven en op een keer belde hij op met de vraag of we zin hadden in de gevangenis te spelen. Het idee stond ons wel aan.”

    En aldus geschiedde het.  

     
     
    Lees meer...   (1 reactie)
    Interview met Nienke de jong van Autumn
     

    In het hartje van Zeist, ingeklemd tussen wat terugspringende gebouwen en half verscholen achter de facade van een bekende tapijtwinkel, bevindt zich jeugdhonk annex concertgebouw De Peppel. Via een middelgroot bargedeelte en een smalle doorgang belandt men in het minstens even grote concertgedeelte waar een laag podium en diffuus licht een bepaalde sfeer van intimiteit oproepen. Het is een atmosfeer waar een band als Autumn prima in lijkt te gedijen, getuige het optreden van 13 oktober jongstleden. Deze van oorsprong Friese band bestaat al een kleine 11 jaar en bereikte met het debuut ‘When Lust Evokes The Curse’uit 2002 meteen een soort van cultstatus die door opvolger ‘Summer’s End’uit 2004 alleen nog maar vergroot werd. Frontvrouw Nienke de Jong, een boeiende en sympathiek persoonlijkheid , kan zich die periode nog levendig voor de geest halen. “We traden in die periode heel vaak op en stonden op festivals als Dynamo open air en Waldrock. Met name Dynamo was indrukwekkend. Daar wil iedere band minstens 1 keer gespeeld hebben. Staat leuk op je cv.”

        Na deze roerige periode werd het stiller rondom de band, maar Nienke verkondigt vol vuur dat daar beslist verandering in gaat komen. “Autumn was ten tijde van “Summer’s End” op het hoogtepunt van haar roem, een tijd die zeker weer terug gaat komen. De nieuwe nummers zijn namelijk heel goed, krachtig en met een pakkende groove en simplistischer van opzet dan voorheen. Het gaat nu puur om de muziek.
    Zoiets van ‘Less is more’.
    Het is gewoon meer to the point. Waarom zou je iets in 7 of 8 minuten doen als het ook in 4 kan?”
     
        Nienke komt over als een zelfverzekerde jonge vrouw die weet wat er in de wereld allemaal te koop is . Toch is dit  niet altijd het geval geweest. Als kind was ze onzeker en had ze een vrij turbulente jeugd. “Ja ,die had ik inderdaad. Ik zou er met gemak een boek over kunnen schrijven. Ik had het liever anders gehad, want in je jeugd wordt je gevormd tot degene die je nu bent. De ervaringen die je dan opdoet ,bepalen de rest van je leven.
    Als je in een solide, stabiele omgeving opgroeit, krijg je vanzelf meer zelfvertrouwen en durf je meer te ondernemen.
    Als het fout gaat, heb je namelijk altijd de mogelijkheid veilig terug te stappen in het nest. Toch kreeg ik zo rond mijn tiende het gevoel dat er iets moest veranderen .We verhuisden toen met de familie van Groningen naar Friesland en ik had zoiets van ‘ Kom op , het wordt tijd te accepteren dat je onzeker bent en er wat aan te doen.’Je krijgt tenslotte terug wat je geeft en kunt je niet altijd achter anderen blijven verschuilen.”

        Het zingen is Nienke eigenlijk zo’n beetje aan komen waaien. Ze had er wel altijd plezier in om met name thuis complete rockopera’s ten gehore te brengen, maar voor een studente aan de kunstacademie leek een carriere als muzikant in een band niet direct in het verschiet te liggen. Niettemin werden de eerste schreden op het muzikale pad in die tijd gezet. Her Enchantment was haar eerste echte band. “Ik zong daar in het achtergrondkoor en was in het begin erg nerveus. Gelukkig voor mij zat er in de band een bepaald niet verlegen iemand die mij aanzette tot het verkrijgen van meer zelfvertrouwen.”

      Het was voor Nienke een prachtig avontuur dat enige tijd later een onverwacht vervolg zou krijgen, toen ze via een advertentie in de Aardschok als vervanger van een zieke bij Autumn terecht kwam. Vanaf dat moment raakte haar leven langzaam in een stroomversnelling. “Het begon allemaal vrij rustig, maar kort na de release van ons debuut ging het plotseling snel. Ik zat toen midden in het stagejaar van mijn studie maatschappelijke dienstverlening en werkte in het kader daarvan bij het Consultatie Bureau Alcohol en Drugs waar ik met allerhande problemen te maken had. Ik vind het fijn met  mensen te werken, maar op een gegeven moment werd het me teveel. Het trekt een soort van parallel met je eigen leven, zet je aan het denken over je eigen problemen. Buiten het werk om kwamen ook allerlei mensen naar me toe. Het leek wel of er op mijn voorhoofd geschreven stond dat je bij mij moest zijn voor het oplossen van problemen. Het werd me toen in combinatie met het spelen in de band teveel en ik besloot de studie voor later te bewaren. Ik had zoiets van
    ‘Ik wil nu alleen nog maar blije dingen doen.’ Het geeft namelijk ook een goed gevoel als je mensen blij kunt maken.”

    Autumn is in de loop der jaren van een groepje individuen uitgegroeid tot een hechte vriendenclub dat het maken van muziek als een uiterst serieus proces beschouwt en dat geleidelijk aan uit het keurslijf van de gothicscene wist te ontsnappen. “Als band krijg je al heel snel een label opgeplakt. Mensen willen nu eenmaal graag weten waar iets thuishoort.

    Hokjesgeest. Het gevaar dat hierin schuilt, is wel dat het een bepaald verwachtingspatroon opwekt. Het is bijvoorbeeld gothic, dus daar hoort dit en dat bij. Wanneer dit niet zo is, kan iemand teleurgesteld raken. Maar goed, zo is het. Wij zijn op dit moment als band nu eenmaal op het punt aan beland dat we het net even anders willen doen. Ik vind ons trouwens sowieso nooit echt gothic geweest; we hebben gewoon wat elementen uit die scene in onze muziek verwerkt. Voor ons is belangrijk datgene te maken waar we volledig met z’n allen achter kunnen staan. Het gaat om catchy tunes en het creëren van een bepaalde sfeer. Iedereen in de band begrijpt dat. In het begin deden we alles een beetje jammenderwijs en werd er teveel op externe factoren gelet. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Het moet in essentie om de muziek gaan, daar ga je voor in een band spelen. We gingen op de plaat toen ook van de ene hoeveelheid beats per minute naar de andere hoeveelheid. Beats me, weet je. Als we nu de studio in gaan voor opnamen, dan hebben we van tevoren al een goede preproductie gemaakt, zodat we alles eigenlijk alleen nog maar hoeven in te spelen. Dat werkt voor ons het beste. Het bespaart geld en als het opnemen te lang duurt, gaat dat ten koste van het resultaat.”

        Nienke is een echte duizendpoot en een controlfreak. Het liefst houdt ze alle touwtjes in handen. Deze eigenschap komt haar in het dagelijks leven goed van pas. Zo heeft ze samen met haar vriend een heuse thuisstudio gebouwd waar ze allerlei uiteenlopende muzieksoorten produceert en teksten schrijft voor anderen. Zo heeft ze bijvoorbeeld meegeschreven aan de muziek en teksten voor de film Kameleon 2 en deed ze werk voor Baas B. Ook is ze momenteel druk in de weer met het soloproject Dejafuse waar binnen niet al te lange tijd een plaat van moet gaan verschijnen. “Ik wilde op een gegeven moment ook iets voor mezelf doen. Ik was altijd bezig met anderen en lette teveel op allerlei negatieve aspecten. Dat is dan toch weer dat onzekere in me. Maar toen ontdekte ik iets van een toegevoegde waarde in mezelf. Ik wist gewoon dat ik meer kon, dat ik niet slechts een vocaliste was.
    Het is goed verschillende dingen te doen, je horizon te verbreden, je te blijven ontwikkelen, zowel als muzikant en als mens.
    Vanuit die gedachte is waarschijnlijk ook het Dejafuse gebeuren ontstaan. Dit project staat trouwens geheel los van Autumn. De muziek is totaal anders, meer rauw, rockgericht. Danko Jones- en FooFightersachtig.”

        Het muzikale klimaat in Nederland in het bijzonder en in de wereld algemeen is in de loop der decennia flink verandert. Sprak muziek vroeger tot de verbeelding en was er tijd uit te groeien tot een welsprekende naam, tegenwoordig is het verworden tot een commercieel goed
    en lijkt er op de alsmaar groeiende markt nog nauwelijks ruimte te zijn voor nieuwe bands om hun ding te doen en een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Voor je het weet, lig je er uit en word je plaats ingenomen door een ander. “Het valt inderdaad niet mee. Alles gaat tegenwoordig snel in de muziekbusiness. Je krijgt als band nauwelijks een groeikans. Nieuwe namen staan alweer te wachten en dat gaat natuurlijk ten koste van de originaliteit. Muziek is een soort van product geworden. Een zak chips. Dat doet zeer als je van muziek houdt. Toch geloof ik dat er nog steeds plek is voor nieuwe bands. Als je maar kwaliteit levert en gelooft in wat je doet. Het is utopisch te denken dat je iets nieuws uit kunt vinden, maar je kunt er wel een nieuwe wending aan geven.”

        Alles bij elkaar genomen lijkt het er op dat het herfsttij voor Autumn nog lang niet aangebroken is en dat de band haar creatieve hoogtepunt nog niet heeft bereikt. “Inderdaad. We groeien nog steeds als band. Het schrijven van nummers is nu meer dan ooit een groepsproces. Echt iedereen levert een bijdrage en komt met nieuwe dingen aanzetten. Éen en ander heeft wel geleid tot wat veranderingen. In tegenstelling tot voorheen is het dromerige nu verdwenen, evenals de fictie. Het is zoals eerder gezegd allemaal wat simplistischer van opzet. Het gaat nu puur om de muziek en om wat we voelen. Er liggen zo’n  40 nummers klaar. Het is nog slechts een kwestie van uitzeven wat wel en wat niet op de cd zal komen te staan.”

    De nieuwe cd zal in de loop van volgend jaar uitkomen.’

     

     

     

     

     

         Info: www.autumn-band.com

                  www.dejafuse.com

     

     

     

    Geschreven door  Bas Kanij        

                                                                              
    Lees meer...

            Asrai Interview Margriet Mol januari 2007

     

    De muzikale wortels van Asrai gaan terug tot aan het begin van de jaren 80, toen de punk in de herfst van z’n hoogtijdagen verkeerde en de invloeden van de new wave en de gothic gerelateerde muziek van bands als Siouxsie And The Banshees opgang begon te maken. Opgericht in 1985 door de tweelingzusjes Karin en Margriet Mol en een toenmalige vriendin stond de band aanvankelijk nog met één been in de punk en het andere in de new wave/gothic scène. Op de eerste demo’s zoals ‘The Blue Tape’, ‘So Clear That You Couldn’t Tell Where The Water Ended And The Air Began’ en ‘Love Is A Lie’ is dan ook een frisse mengeling te horen van punk, new wave en het eerste aarzelende begin van de latere gotische klanken.  

    In de eerste jaren van het bestaan ging de band door het leven onder de voor de hand liggende naam Twins No Twins, maar toen er na een drietal jaren een bezettingswisseling plaatsvond, werd in 1988 besloten de naam om te zetten in die van Asrai, vernoemd naar een klein, vrouwelijk wezentje dat spontaan in water verandert wanneer het gevangen wordt of aan daglicht bloot gesteld. Hoewel de band dus in 1985 ontstond, zou het nog tot 1997 duren voordat het officiële debuut ‘As Voices Speak’ bij het Poison Ivy label het daglicht zou aanschouwen. Gitarist Rik behoorde toen inmiddels tot de vaste line-up. Bassist Martin en synths- en vioolspecialiste Manon zouden kort voor de opnames van het tweede album ‘Touch In The Dark’ hun opwachting maken. Op deze plaat was een muzikale verschuiving te horen naar een meer gotische sound, waarbij de punk en new wave roots nog slechts sporadisch doorklonken in de diepere lagen van de muziek, verscholen achter een muur van bombast. De plaat werd in 2004 uitgebracht door het onlangs ter ziele gegane label Transmission Records en geproduceerd door Roman Schoensee, die voor de laatste puntjes op de i assistentie kreeg van klasbak Sascha Paeth. Met dit prachtproduct op zak slaagde Asrai er in aan de duistere krochten der anonimiteit te ontsnappen en kon er vooral in Nederland en Belgie redelijk vaak opgetreden worden in grote zalen en op spraakmakende festivals. Zo stond de band ondermeer in 013 Tilburg en vond zij haar naam terug op de bill van Metal Female Voices. Tevens was er begin 2006 een tour door Mexico, één van de 36(!) landen waar ‘Touch In The Dark’ was verschenen. De bedoeling was later dat jaar diens opvolger in te blikken, maar door het verscheiden van Transmission Records kwam er een lelijke kink in de kabel. Gelukkig voor gothicminnend Nederland diende het Amerikaanse Season Of Mist zich vrij snel aan als kandidaat voor het uitbrengen van het derde album en na een redelijk korte periode van onderhandelingen werd een overeenkomst gesloten. Inmiddels zijn de opnames van dit eerste samenwerkingsverband van start gegaan. Sascha Paeth zal wederom van de partij zijn, ditmaal als volwaardig producer, en daarnaast zal ook Amanda Sommerville bereidwillig haar tijd en diensten ter beschikking stellen van de band. Het artwork voor het hoesje zal naar alle waarschijnlijkheid door Natalie Shaw ontworpen worden. Als alles naar wens verloopt, zal de plaat in de loop van het jaar door de Franse afdeling van het nieuwe label naar de winkels verstuurd worden.   

    De eerste muzikale stappen

    “Mijn broer was roadie bij een plaatselijk hardrock bandje. Op m’n dertiende kon ik voor het eerst mee naar één van die concerten en dat beviel me goed. De vibe van het live spelen sprak me aan en inspireerde me uiteindelijk om ook zelf wat te gaan doen.”

    Roots

    “Luisterde vroeger veel naar The Damned, The Cure, Siouxsie And The Banshees en The Birthday Party. Mijn wortels liggen bij de punk en de oorspronkelijke new wave en gothic. Dat soort muziek wordt gelukkig weer herontdekt. Belangrijk is wel dat je er voor open staat. Geen hokjesgeest dus.”

    Het begin van de band

    “Karin en ik waren een jaar of 16 en zaten toen eigenlijk nog midden in de punksfeer. Iedereen om ons heen zat in een bandje en dat betrof voornamelijk de jongens, weinig tot geen meiden en als er al één was, dan was dat meestal een vriendinnetje van iemand uit de band zelf die dan mocht gaan zingen. Wij wilden het anders. Het idee kwam eigenlijk bij Karin vandaan die samen met een vriendin van een vriend een band wilde oprichten. Karin ging in eerste instantie gitaar spelen, terwijl het andere meisje de bas voor haar rekening nam. Weer een andere vriendin werd de drumster. Pas daarna ontstond de gedachte dat het misschien wel leuk zou zijn als ik ook iets zou gaan doen. Nou ja, aangezien je gitaar spelen en zo niet aan mij over moet laten, dat gaat geheid mis, bleef er niet veel anders over dan te gaan zingen. In het begin klonk het allemaal wat zielig, een beetje als Olijfje van Popeye, maar dat lag hoop ik aan de apparatuur. Ha ha. Ondanks enkele line-up wisselingen zijn we redelijk lang een meidenband gebleven. Maar op een gegeven moment was de drumster weg. We voelden er niet veel voor om opnieuw iemand vanaf nul te gaan inwerken en omdat Karin zich daar steeds mee bezig had gehouden, had ze zoiets van  ‘Ik ga het nu maar zelf doen.’ Een vriend werd toen de nieuwe gitarist. Weer wat bandwisselingen later ontstond het clubje zoals het nu is. En dat voelt goed. De neuzen staan allemaal dezelfde kant op. Dat is heel belangrijk. Je moet gewoon dezelfde ideeen hebben en daar voor de volle 100% achter staan. Zoniet, dan kun je er net zo goed mee ophouden.”

    Podium

    “De eerste keer was best wel spannend. Ik was super zenuwachtig. We bestonden amper 6 weken en het  repertoire kende maar 6 nummers in totaal. Het was ergens op een party in Rotterdam. We hebben de set in totaal drie keer gespeeld. Allereerst voor de soundcheck en daarna nog twee keer op het podium.

    Maar ja, dat was natuurlijk allemaal ver voor Touch In The Dark, toen alles nog in de kinderschoenen stond. De echte vuurdoop was op Aalstrock in Belgie, omdat we toen voor het eerst onze zeg maar nieuwe muziek speelde. Het ging gelukkig goed. Vind optreden in Belgie sowieso leuk vanwege het enthousiasme van het publiek. Het geeft altijd een kick als de mensen lekker uit hun dak gaan en positief op je muziek reageren. In Zuid-Amerika gebeurt dat met name. We zijn begin vorig jaar in Mexico geweest en dat was een fantastische ervaring. Hebben in hele mooie, grote zalen gestaan en alles was perfect geregeld. Zijn daar echt super goed ontvangen.”

    Live of studio

    “Ik speel liever live. In de studio klinkt het allemaal wat kaal. Het is een andere manier van muziek maken, een andere discipline. Het eerste album hebben we trouwens live ingespeeld. Wel apart. Live is sowieso heel apart, omdat je gewoon lekker met z’n allen bezig bent. Spelen is voor mij een soort van uitje, lekker datgene doen wat we graag willen en dat is muziek maken.”
          
                                 
     
    Passie
    “Die wordt eigenlijk alleen maar groter. We zijn in de loop der jaren als band enorm gegroeid. Er zit werkelijk een immens verschil tussen de periode van voor en na Touch In The Dark. Net voor de opnames van die plaat kwamen Manon en Martin er natuurlijk bij. Vanaf dat moment zijn we ook meer met samples en keyboards gaan werken, waardoor we meer mogelijkheden hadden en een meer uitgebalanceerd geluid kregen, niet meer zo basic als voorheen en uiteraard met een andere insteek qua muziek. Daarnaast zijn er na het uitkomen van de plaat vele, nieuwe deuren voor ons geopend. Hebben veel getalenteerde mensen ontmoet, veel opgetreden. Dat houdt het allemaal spannend. Bovendien werkt het inspirerend.”

    Muzikale klimaat

    “Dat is op zich wel wat breder geworden. Kijk, er wordt op zich nu wel veel gedownload, waardoor platenmaatschappij onder druk komen te staan en daarom ook kritischer worden over het te investeren bedrag in een band, maar dat betekent toch ook weer dat een nieuwe lichting mensen met nieuwe muziek in aanraking komt. Ik heb bovendien het gevoel dat muziek weer wat meer leeft op het moment, zeker onder de jongeren. Die zijn sowieso wat live gerichter geworden, spelen zelf vaak ook in een band en zijn daardoor misschien wel sneller geneigd om te komen kijken. En dat is natuurlijk alleen maar goed.”

    Teksten

    “Ik schrijf in principe enkel vanuit mijn eigen ervaringen en visie, maar ik leg alles niet te uitgebreid uit. Wil het graag open laten, zodat anderen er zelf uit kunnen halen wat ze willen. Ik schrijf het meestal zoals ik het voel, maar zoals met alles blijft het een momentopname. Het lukt ook niet altijd; er moet wel iets borrelen.”

    Samenwerking

    “Zou graag eens met Diamanda Gallas samen willen zingen. Dat is een interessante zangeres, die vrij obscure muziek maakt. En Nick Cave. Lijkt me ook wel wat.”

    Doelstelling

    “Zou het liefst een leukere balans willen vinden tussen muziek en werk. Ik heb niet de illusie dat ik ooit rijk zal worden van de muziek, maar een beetje beter zou niet gek zijn. Het moet overigens wel leuk blijven en niet zo zijn dat je hobby, wat het nu eigenlijk is, je werk wordt in die zin dat je het gevoel krijgt dat je muziek maakt omdat het moet. De creatieve geest moet niet gedwongen worden.”

    Nieuwe cd

    “We hopen in september. De opnames zijn reeds van start gegaan. Ik weet nu nog niet precies hoe alles zal verlopen, maar ik kan wel vast beloven dat het een afwisselende plaat zal worden.”

    Anecdote

    “We waren op de terugreis vanuit Mexico bij de douane daar. Vraagt één van die mannen: ‘Can I please see your check in?’  Maar ik verstond dus chicken in plaats van check in. Begreep er dus helemaal niets van. Had zoiets van ‘wat moet ie nou met een kip’. Heel stom achteraf. Wordt er af en toe nog mee gepest, maar dat went. Stop de volgende keer gewoon echt een kip in mijn tas, zo’n namaak rubber ding. Hebben we dat ook weer gehad.”

    www.asrai.net
     
    Bas Kanij 
                                         
     

     
    Lees meer...
    Anneke van Giersbergen
                                                
                            Interview 19-1-2007
                                    

     

    In 1989 door de broers Hans en Rene Rutten opgerichte formatie uit het Brabantse Oss, die aanvankelijk een sterk op keyboards geente vorm van death metal maakte, maar geleidelijk aan evolueerde naar een meer donkere, experimentele stijl met invloeden uit ondermeer de psychedelica, de new wave en de gothic scène. Zelf refereerde de band in het verleden naar haar muziek als triprock vanwege de diverse invloeden.

    Alvorens een platendeal te scoren bij Foundation 2000 bracht de band met op dat moment Bart Smits als zanger eerst twee demo’s uit, te weten het in het jaar der oprichting verschenen ‘An Imaginary Symphony’, een jaar later gevolgd door ‘Moonlight Archer’. Beide muzikale hersenspinsels mochten zich verheugen in een enthousiaste ontvangst der criticasters en het leverde de band support shows op met ondermeer ’Death’ en ‘Morbid’ Angel.

    In 1992 kwam het officiële debuut  ‘Always…’ uit.  Op dit album werd de zware grunt van Bart sterk ondersteund door de engelachtige vocalen van de uit ‘Little Mary Big’ afkomstige Marike Groot en in het kielzog van de release kon de band aantreden in het Rotterdamse Ahoy als support van ‘Faith No More’. Niet iedereen kon zich evenwel goed vinden in de gekozen muzikale richting en als gevolg hiervan werd het zangduo vervangen door Niels Duffhues en Martine van Loon. Met hen werd in 1993  ‘Almost A Dance’ opgenomen, een album dat geenszins de hooggespannen verwachtingen van zowel de pers als de fans kon waarmaken. En, alsof dat nog niet genoeg was, waren er ook nog problemen met diverse managers en het platenlabel. Het einde leek in zicht voor de band, temeer daar de kersverse vocalisten niet in staat bleken de kar te trekken en kort na elkaar hun heil elders besloten te zoeken. Maar de redding was nabij en diende zich aan in de persoon van Anneke van Giersbergen, die met haar krachtige, door jazz en klassiek geschoolde stem de band een nieuwe impuls gaf en mede aan de basis stond van het tot een klassieker in het gothic genre uitgegroeide ‘Mandylion’ uit 1995.  De sfeervolle, licht met psychedelische elementen opgetooide plaat verscheen bij het nieuwe label Century Media en bracht de band het lang verwachte succes middels het hitnummer ‘Strange Machines’. Opvolger ‘Nighttime Birds is, hoewel de sound iets rustiger en toegankelijker van aard is, min of meer uit hetzelfde houtwerk gesneden en met deze platen op zak kon met gemak een plek op de  ‘bill’  van elk zichzelf respecterend festival verworven worden. Vreemd genoeg besloot de band niet lang daarna wederom tot een koerswijziging, omdat er zogezegd geen uitdaging meer lag in de uitgestippelde lijn. Deze stap vertaalde zich uiteindelijk in de dubbelaar ‘How To Measure A Planet, waarop de gotische structuren naar de achtergrond verdreven werden door rustige, New Wave achtige kenmerken. Ondanks deze veranderingen bleef The Gathering in de ogen van velen metal genoeg om een plek op Dynamo Open Air in 1999 te rechtvaardigen en zelfs in het verre Amerika begon men warm te lopen voor deze getalenteerde band uit dat koude kikkerland, hetgeen resulteerde in een toer aldaar. Vanaf dat moment zou de band zich steeds eigenzinniger gaan opstellen en nog vaker dan voorheen de toevlucht nemen tot in eerste instantie vreemde, muzikale escapades, die, goed beschouwd, evenwel wondertjes van creatieve geestdrift bleken te zijn met tot nu toe als ultieme hoogtepunt het album ‘Home’, waarop de smeltkroes van stijlen die ‘The Gathering’  heet perfect ineen vloeit. Voorafgaand aan het optreden in de Bibelot ( zie elders op dit blog ) liet Anneke haar gedachten over het één en ander de vrije loop…       

     

    Nieuwe ideeen

    “Waar het naar toe gaat, weet je eigenlijk nooit. Er zit altijd wel een bepaalde lijn in waar je naar toe gaat of beter gezegd nog een bepaalde stijl, een stijl dus waaraan je ons kunt herkennen. Soms denk je wel eens ‘nu gaan we dit of dat maken’, maar dan verandert dat toch weer omdat het gevoel op een bepaald moment dan niet hetzelfde is. Alles blijft nu eenmaal een momentopname. En je verandert zelf natuurlijk ook, wordt beïnvloed door dingen die je hoort en ziet en meemaakt. Onderling praten we heel veel. Hebben vaak wel een collectief idee over hoe iets moet worden en als een bepaald onderwerp telkens wordt aangeroerd, dan hebben we zo iets van ‘daar moeten we het maar eens wat uitgebreider over hebben’. Het leuke van The Gathering voor ons is dat al onze verschillende ideeen en invloeden hier één worden. Inspiratie is ook niet zo moeilijk te vinden. Je hoeft het maar gewoon uit de lucht te plukken. Nummers hangen altijd boven je.”

    Ander geluid

    “Ja en nee. Als je zo de eerste en de laatste cd hoort, dan is er zo op het eerste gehoor een heel groot verschil, maar het is allemaal geleidelijk gegaan en ik denk dat we  altijd wel een bepaalde sound hebben bewaard. Met Rene’s gitaar en zo, is er toch dat typerende Gathering-geluid. Mensen die ons goed kennen, horen het meteen bij de eerste toon.”

    Aanhang

    “De fans zijn ons ondanks de geleidelijke veranderingen blijven volgen. Er is een bepaalde groep die ons trouw blijft. Sommigen hangen de oude stijl aan en vinden de nieuwe wat minder, bij anderen daarentegen is het precies andersom. Wij hebben eigenlijk een heel gemengd publiek, dat bij elkaar alle verschillende fases wel goed vindt  en er het stuk uitpakt wat mooi gevonden wordt. Dat kan ook goed, want we spelen een afwisselende set van oud en nieuw materiaal. Gooien alles van begin tot eind bij elkaar; het is tenslotte allemaal The Gathering. We zijn ook geen band met hoge pieken en diepe dalen. We gaan gewoon onze gang. Soms doen we wat langer over een plaat, maar echt weg zijn we nooit, zijn altijd wel met iets bezig, in de studio of op de planken. Daarom verdwijnen we ook niet echt uit de belangstelling.”

    Continuerende verandering

    “Er wordt vaak geschreven en gezegd dat wij misschien te experimenteel zijn, maar je moet het voor jezelf ook spannend houden. Ten tijden van Mandylion was alles natuurlijk nieuw, maar op een gegeven moment wilden we wat verder, wat dieper, eens zien of we nummers wat trager konden spelen, wat lager inzingen. Dat is voor jezelf leuk. Het vergt wat aanpassing, maar in principe kun je alles leren wat je wilt. Als je maar wilt! Jezelf blijven ontwikkelen, is heel belangrijk. Maar eerlijk gezegd staan we zelf niet zo bij de veranderingen in koers stil. We maken gewoon nummers waarvan wij denken dat ze mooi zijn, en het gevoel  daarbij komt echt uit het hart. De basis is simpelweg een mooie melodie en in wat voor vorm je die dan giet, of dat het nu heavy of semi-acoestisch wordt en in welke studio en zo er opgenomen gaat worden, dat doet er niet zo toe. Het gaat er om, en dat geloof ik, dat eerlijke muziek altijd aankomt.”

    Preproductie

    “Meestal hebben we van tevoren wel een plan liggen, een stuk of wat nummers met een bepaalde insteek. Maar in de studio kunnen die nog wel van sfeer veranderen. Het hangt veelal van het moment zelf af. In de studio neem je een nummer goed onder de loep en ga je pas echt kijken hoe het moet worden, welke richting het op moet gaan. Soms ben je een bepaald nummer na 2 x spelen al beu en dan is het de kunst het over een totaal andere boeg te gooien, stukken tekst te vervangen door andere en melodielijnen aan te passen. En met een producer er bij verandert er sowieso ook het één en ander doordat die ook nieuwe ideeen aandraagt. Maar met Attie Bauw hebben we een goede. We werken heel fijn met hem samen. Hij snapt waar wij naar toe willen en dat geeft een goed gevoel.”

                     

    Doelstellingen en dromen

    “We zouden graag eens samen met één van onze favoriete bands willen spelen. Radiohead bijvoorbeeld. Dat is toch wel een droom. En touren in Japan. Daar zijn we nog nooit geweest.”   

    Spijt

    “Heb eigenlijk nooit spijt over iets. Terugdraaien wat gebeurt is, gaat toch niet, dus dan heeft het ook weinig zin te zeggen dat je iets anders had moeten doen. Trek er je lering uit. Van fouten kun je enkel leren.”

    Teksten

    “Meestal komt de tekst na de muziek, maar soms wisselt het. Maar muziek is in feite ook een soort tekst, een uiting van je gevoelens. Ik vraag meestal ook aan de anderen wat voor gevoel ze hebben bij een bepaald stuk muziek waar ze mee aankomen en die informatie gebruik ik dan weer bij het schrijven van de teksten. Daarnaast is er natuurlijk de invloed van buitenaf, want je wordt  zoals ik al eerder aangaf nu eenmaal beïnvloed door alles wat er om je heen gebeurt en dat geeft ook weer een bepaald gevoel. Het blijft allemaal persoonlijk. Je geeft een bepaalde visie op iets, maar hoeft dan niet noodzakelijk een standpunt in te nemen. Zie het als aangeven. Je geeft bepaalde zaken aan. Mensen kunnen  dan vervolgens zelf een keuze maken waar zij willen staan met hun mening.  Wij gaan graag muziekmakend door het leven, bezingen graag de donkere kant er van, het melancholische. Doe ermee wat je wilt, maar weet dat er altijd licht is aan het einde van de tunnel.”

    Nieuwe nummers

    “Die spelen altijd wel. We zijn op het moment al wel een beetje dingen aan het vastleggen. Free jazz, en dan wel zonder zang, ik alleen met tamboerijn. Haha. Maar serieus, we zijn er mee bezig. Het zal zoals altijd liggen in het verlengde van wat we doen. Verwacht geen al te gekke bochten.”   

    Anecdote

    “Ooit waren wij door allerlei omstandigheden ernstig te laat voor een optreden op Pinkpop. En toen we ons uiteindelijk zeg maar bij de poort meldden, hield men ons abusievelijk voor de catering in plaats van The Gathering en werden we naar de verkeerde plek gestuurd. Uiteindelijk kwam het allemaal goed, maar op dat moment waren we er niet zo blij mee. Nu kunnen we er wel om lachen.”

    www.gathering.nl 

    Bas Kanij      

     
    Lees meer...

    Gorefest Jan-Chris de koeyer
     
    interview 29-12-2006 
     
     

    Samen met Pestilence stond Gorefest aan de bakermat van de vaderlandse death metal scene. De band werd in 1989 opgericht door zanger/bassist Jan-Chris de Koeyer en gitarist Frank Harthoorn. Binnen drie maanden tijd groeide de band in spe uit van een duo tot een kwartet met de komst van tweede gitarist Alex van Schaik en drummer Marc Hoogendoorn. Met hen in de gelederen werd eind ’89 de demo ‘Tangled In Gore’ opgenomen, hetgeen de band de nodige aanzien in de zogenaamde underground scène opleverde en tevens de interesse van de nodige platenlabels wekte. Rond die tijd zouden ook de eerste toen nog vluchtige contacten gelegd worden met Mark Fritsma van Foundation 2000, het label dat Gorefest uiteindelijk zou contracteren. Voor het zover was, besloot de band evenwel in augustus 1990 nog een tweede demo op de wereld los te laten onder de welluidende titel ‘Horrors In A Retarted Mind’. Aansluitend werd er redelijk intensief getourd in ondermeer Nederland, Duitsland en Frankrijk. Een voorlopig hoogtepunt in de nog prille loopbaan werd bereikt toen de band in december 1990 als support-act van Carcass mee mocht op hun Christmas Carnage Tour.  Herinneringen hieraan werden aan de vergetelheid ontrukt middels twee live nummers op de sampler ‘Where Is Your God Now’. Kort daarop zou de band onder leiding van producer Colin Richardson beginnen aan debuutalbum ‘Mindloss’. Over deze eersteling deed toentertijd een aardig grapje de ronde, zo herinnert Jan-Chris zich. “De plaat zou volgens het klassieke death metal principe gemaakt zijn. Ergens in een stoffig zaakje zouden we een  boekje gevonden hebben met daarin de tien gouden regels hoe een death metal plaat te maken, compleet met gore-teksten. We waren overigens binnen de plaat al klaar met dat grapje.”

    Na de release van ‘Mindloss’ ging Gorefest   met headliner Revenant op een kruistocht om hun toch wat extreme vorm van metal te promoten. Alex en Marc waren toen inmiddels vervangen door Boudewijn Bonebakker en Ed Warby. Deze bezettingswisseling legde de band bepaald geen windeieren, want het bracht haar uiteindelijk onder de aandacht van de grote labels Nuclear Blast en SPV. “We konden in 1992 bij die twee labels tekenen. We zijn in die tijd zelf naar Duitsland afgereisd om met ze te praten. Bij SPV kwamen we binnen bij de grote meneer in zijn grote kantoor met z’n mooie, houten bureau na een puur uur wachten. Beetje over en weer praten over van alles en toen pakte meneer de telefoon op, zo van ‘Ich hab ein Problem. Ich hab keine Cigaretten mehr.’ Prompt kwam er iemand binnen gestormd met het gevraagde. Even later weer hetzelfde ritueel. ‘Ich hab ein Problem. Ich hab kein Thee mehr.’ En hup, stormde diezelfde persoon van daarvoor weer binnen. We zijn daarop naar buiten gestapt, hebben elkaar even aangekeken en zijn vervolgens met de auto naar het kantoor van Nuclear Blast in Gassen gereden. Dat bleek in een soort steegje verstopt te zitten. Was echt een heel klein kantoor met cd’s in doosjes opgestapeld tot tegen het plafond. We kregen maar de helft van wat SPV ons bood, maar het waren gave mensen en het voelde goed aan. Daar gingen we voor. Ben sowieso altijd gevoelsmatig bezig. Heb doorgaans een goede neus voor de juiste dingen.”

    De eerste samenwerking met het nieuwe label betrof ‘False’, een duidelijk op een andere leest geschoeid muzikaal product dan ‘Mindloss’, meer consistent en technisch, maar vooral ook tekstueel geconstrueerd vanuit een ander gezichtspunt. “In mijn voorgaande band, Sjormord, een hardcore/punk band, schreef ik als bassist al de helft van de teksten. Gewoon teksten waarin ik mijn mening uitte. Voor ‘Mindloss’ schreef ik een zelfde soort teksten. Maar vanaf ‘False’ ging ik over compleet andere dingen schrijven, dingen die me boeiden en irriteerden. Noem het maatschappijkritisch.”

    Vanaf dat moment ging het hard bergopwaarts met Gorefest en vergaarde de band een immense fanschare met killer albums als ‘Live Insanity Eindhoven’ en het in 1994 verschenen ‘Erase’. Een deel van het succes spruit volgens Jan-Chris voort uit de totaal verschillende muzikale achtergrond van de bandleden. “De kracht van Gorefest, zeker in het begin, komt van onze invloeden. Ik leerde Frank in Goes kennen. Ik was de punker, hij was de hardrocker. Zo noemden we elkaar. Boudewijn kwam uit de hoek van de noise, terwijl Ed daarentegen de klassieke metalhead is. Strikt genomen zijn we eigenlijk 4 totaal verschillende mensen, maar het maffe is dat als wij met z’n vieren dat akkoord aanslaan, dan klinkt het als Gorefest. We hebben, denk ik, toch wel een uniek geluid.”

    Het succes bracht niet enkel voorspoed, maar ook tegenslagen in de vorm van   teruglopende verkoopcijfers bij het op de hardrock van de jaren 70 gestoelde ‘Soul Survivor’ en het destijds ten onrechte verguisde ‘Chapter 13’. Daarnaast begon het vele touren en de druk van het presteren zijn tol te eisen. “In het verleden hebben we wat maffe zwabbers gemaakt, omdat op een gegeven moment de balans helemaal weg was en we gewoon op waren. De creatieve denktank was als het ware leeg. Frank en ik waren leeg en konden geen tegenwicht meer bieden aan Ed en Boudewijn. Bij ‘Chapter 13’ was de chemie even terug, hoewel de algemene mening was dat het geen al te beste plaat was. Persoonlijk vind ik hem samen met ‘False’ echter tot één van onze hoogtepunten behoren. De plaat werd duidelijk niet begrepen, maar het was misschien wel onze meest geïnspireerde. De opleving duurde echter niet lang. Bij de kort daarop volgende tour met Judas Priest keerde de lethargie terug. De tour bracht ook niet wat we er van verwacht hadden, de cd verkoop viel tegen. De keuze van Priest als tourpartner was verkeerd. Hun publiek was niet het onze.”

    Het lethargische gevoel en de tegenvallende verkoopcijfers stonden uiteindelijk misschien wel aan de basis van de breuk in 1998, maar vormden niet de hoofdreden. “Nee, we zijn uiteindelijk uit elkaar gevallen, omdat we niet met elkaar praatten. Ik bedoel, we spraken natuurlijk wel met elkaar, maar we communiceerden niet, en dat groeide en groeide.”
     
     
     

    En dat leek het einde te zijn van wat toch wel als Neerlands meest succesvolle death metal act beschouwd mag worden. Maar zoals zo vaak bedriegt ook hier de schijn, want na een schier eindeloze periode van 6 jaar besloot de band in 2004 een frisse herstart te maken. De grootste motivator voor dit gebeuren was Ed. “Hij is stiekem toch wel degene die het proces op gang heeft gebracht. Kijk, het is een bekend verhaal dat we op een zeker moment benaderd werden door Hans van Vuuren van Transmission Records die de hele backcatalogue van Gorefest op wilde kopen. Ed en ik deden daar de onderhandelingen voor. Frank en Ed wilde sowieso altijd al heel erg graag opnieuw beginnen,   maar zonder Boudewijn en mij zou dat echter niet gebeuren en er was bij ons nu eenmaal de gedachte dat er tussen ons simpelweg geen reunie zou komen, omdat we een bloedhekel aan elkaar dachten te hebben. Maar het was nu 6 jaar later. We hadden elkaar al die tijd niet gezien. Gorefest was weg geweest bij mij, helemaal weg gestopt. Maar tijdens die onderhandelingen kwam alles langzaam weer terug. Ed fungeerde als het ware als tussenpersoon tussen Boudewijn en mij. Het was uiteindelijk Boudewijn die mij belde en toen begon het proces van elkaar opnieuw leren kenen. Heel veel rotzooi die we tussen ’95 en ’98 opgekropt hadden, werd nu eindelijk uitgesproken. We hadden daarbij geen Dr. Phil nodig, maar hebben alles heel minutieus door genomen. Zo van, weet je nog toen je dat deed en zo. Dat deed pijn, man. We hebben ons bij de herstart ook voorgenomen het nooit meer zo ver te laten komen als toen. Dus als er nu iets irritants is of als iemand zich ergens aan ergert, dan wordt dat gewoon gezegd. We praten nu zelfs over privé-problemen. Dat was vroeger ondenkbaar. We zijn nu ook lang niet meer zo voorzichtig met elkaar. Dat hebben we wel gehad. Alles is nu glashelder en dat is goed, want we hebben zeker nog drie platen in ons zitten.”

    Ten tijden van het allereerste begin was met name Jan-Chris heel erg gedreven, maar met het vorderen der jaren is hij wat gematigder geworden en is de druk om altijd te moeten presteren enigszins verdwenen. “Ik was in het prille begin inderdaad ongelofelijk gedreven. Het was ‘My way or the highway’ om het zo maar te zeggen. Nu ben ik 40. Weet absoluut wat ik wil in en van het leven, maar ik weet vooral ­­- en dat is veel belangrijker - wat ik niet wil. En dat maakt alles veel makkelijker. Ons grootste doel op het moment is muziek maken met elkaar. Het is nu een totaal andere situatie dan vroeger. We hebben allemaal onze carriere, zijn financieel niet meer afhankelijk van de band. Ik was zo rond ‘91/’92 blij als een kind dat we van de band konden leven, maar dat was eigenlijk het begin van het einde, want toen moesten we presteren. En nu moeten we helemaal niets meer, kunnen in principe gewoon doen wat we willen. Het boeit me ook niet meer zo wat anderen over me zeggen of denken. Dat is vaak toch slechts de mening van één persoon. Zie het maar als een vorm van publiciteit. Elke vorm van publiciteit, of die nu positief of negatief is, is tenslotte publiciteit en draagt bij aan je bekendheid. Weet je, ik ben nog liever gehaat dan dat ik oneerbiedig gezegd een fucking middenmoter ben. Niks erger dan dat!”

    Van meet af aan was het duidelijk dat Gorefest na de reunie terug zou keren bij Nuclear Blast. “We hebben altijd een goede band met dat label gehad, zijn eigenlijk samen opgegroeid. Hebben dan ook geen moment getwijfeld weer met hen in zee te gaan. Op Dynamo 2004 hadden we min of meer bekend gemaakt dat we misschien wel weer wilden gaan optreden en misschien zelfs weer een plaat wilden maken.   Nuclear Blast vroeg toen onmiddellijk of we wilden tekenen. Heb gezegd dat ze me   een half jaar later nog eens moesten opbellen met die vraag, omdat ik dan meer zou weten over hoe of wat. Dat is gebeurd en na wat heen en weer gepraat over koetjes en kalfjes is de deal beklonken. We wilden zo gezegd terug naar het oude nest. Hebben zelfs niet met een ander label gepraat. Was ook niet nodig. Ik weet wat een realistisch voorschot en percentage is. Weet zakelijk gezien ook wat ik wil. Het contract was dan ook zo getekend.”

    Het eerste resultaat van de hernieuwde samenwerking bereikte ruim een jaar geleden de winkels: ‘La Muerte’, een redelijk intens album dat door Tue Madsen van een krachtige mix voorzien werd. “Het album klinkt behoorlijk organisch. We hebben er voor gewaakt de nummers niet dood te spelen, wilden ook niet te perfectionistisch klinken. Hebben er desondanks een maand op zitten zweten. Maar het uiteindelijke resultaat klinkt nu wel heel natuurlijk. Op ‘Erase’ bijvoorbeeld is dat volkomen mislukt. We gaan trouwens binnenkort een nummer van die plaat opnieuw opnemen.”

    ‘La Muerte’ werd onder leiding van Hans Pieters en Dennis Leidelmeijer opgenomen in de Excess Studios in Rotterdam en geproduceerd door de band zelf; en dat leidde op gezette tijden wel eens tot komische situaties. “In de studio daar zijn twee ruimtes waar je op kunt nemen. Dus op een gegeven moment   kwamen  we na een uur of wat bij elkaar, bleken we afzonderlijk van elkaar met hetzelfde stukje muziek bezig geweest te zijn. Zoiets geloof je niet, verzin je ook niet. Op zulke momenten mis je wel een producer die de boel leidt. Toch is het leuk om het zelf te doen. Maar je moet wel een goede relatie met elkaar hebben, want je bent naast het produceren van de plaat ook elkaar aan het produceren en moet dus kunnen zeggen dat iets nog niet helemaal goed is. Maar dat hebben we overleefd.”

    Het afgelopen jaar is voor Gorefest vrij chaotisch verlopen. Allereerst moest er een clubtour gecancelled worden vanwege problemen met de promotor en vervolgens ging de Christmastour ook nog eens niet door. “Het was goed beschouwd eigenlijk een belachelijk gek jaar. Alles wat we als band hoopte te bereiken, is gelukt. Denk dat we nu closer met elkaar zijn dan ooit. De vibe die we hadden toen we besloten weer bijeen te komen en een plaat te maken, hebben we vast kunnen houden. We zijn zeker als mensen enorm gegroeid. Hebben best wel veel buitenlandse shows en festivals gedraaid de afgelopen zomer. Alleen de clubtour kwam dus niet van de grond, hetgeen grotendeels te wijten was aan de promotor. Ik had tot nu toe eigenlijk alleen maar gewerkt met serieuze mensen en toen ik na de reunie een aanbod van laten we zeggen bepaalde mensen uit de promotiesector kreeg, nam ik dat aanbod heel serieus. Had er echter niet bij stilgestaan dat er ook nog een heel cowboycircuit bestaat. Op een gegeven moment zijn we als band en management, tevens de live-crew, bij elkaar gaan zitten en vervolgens tot de conclusie gekomen dat we enorm genaaid werden. Support-acts moesten geld inleggen om mee op tour te kunnen, geld dat nadien plotsklaps verdwenen was. We hebben uiteraard de promotors met die situatie geconfronteerd, maar kregen uiteindelijk meer vragen dan antwoorden. Er restte ons toen niets anders dan de samenwerking te beeindigen en de geplande tour af te zeggen. Via via zijn we toen bij Productionworld terecht gekomen en dat bevalt tot nu toe goed. En wat betreft de Christmastour, dat heb ik dus echt niet aan zien komen. Die band ging uit elkaar, die band zegde af, ga zo maar door. Er bleef niet veel over. Wilden het op het laatst dan maar zelf doen, maar er bleek geen animo meer voor te zijn vanuit de richting van de zalen.”

    Naast deze grote tegenslagen kreeg de band ook nog te kampen met kleine trubbels van meer huishoudelijke aard. Zoals te zien op de bijgeleverde dvd van ‘La Muerte’ zou er een mooie box met daarin verpakt de complete backcatalogue plus allerlei bonusmateriaal in de vorm van demo’s en foto’s op de markt gebracht worden. De box kwam er inderdaad, maar niet zoals het gepland was. De in eerste instantie voor de zogeheten instappers bedoelde package deal kon namelijk niet via de reguliere kanalen verkregen worden, maar slechts via de website van Nuclear Blast. Dit tot ongenoegen van de band die daar aanvankelijk niet van op de hoogte was. “Het is gewoon jammer, want de box kostte niet alleen weinig, hij was nog leuk ook, met hele eerlijke linernotes erbij. Robert Haagsma heeft dat gedaan, veelal bij mij thuis, waar we dan met z’n allen bijeen zaten. Meestal gaan linernotes over hoe gaaf alles wel niet was en is, maar bij ons lag dat anders. Je kon lezen over de pijn, over hoe disfunctionerend we wel niet waren op een bepaald moment, echte emoties dus en dat vond ik toen ik het achteraf allemaal onder ogen kreeg heel gaaf. Zonde dat het zo moest gaan.”

    Wat veel mensen misschien niet weten door het onverwachte uitstel van de live-dvd van Epica in Paradiso vorig jaar mei, is dat Jan-Chris op de bewuste avond van de partij was. “Dat was best grappig. Er waren slechts een handjevol mensen die wisten wie ik was. Het verhaal achter het gastoptreden is in feite heel simpel. Jeroen, de ex drummer, en Adje zijn van oorsprong natuurlijk ook Goessenaren en we kenden elkaar dus wel. Adje bracht vroeger foldertjes van een weekblad rond teneinde voldoende geld te vergaren om eenzelfde Les Paul als Frank te kunnen kopen. Hij was ook fan van ons en het eerste optreden van Mark was volgens mij een optreden van ons. Wat dat betreft zijn we een beetje met elkaar verbonden en toen Ad mij vroeg mee te doen, vond ik dat wel leuk om te doen. Gewoon om de cirkel rond te maken.”

    Op dit moment is Gorefest druk bezig met het nieuwe album. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de band in maart opnieuw de Excess studios in zal duiken om met de opnames te beginnen. Het album zal harder worden dan ‘La Muerte’, maar vooral ook sneller, met veel agressie en snelle polka’s. Naar alle waarschijnlijkheid komen er van de 11 op te nemen nummers 9 op het deze zomer te verschijnen schijfje te staan, de overige 2 zijn bestemd voor Nuclear Blast om iets leuks mee te doen.

    Ter afsluiting nog een metalen slotakkoord van Jan-Chris: “Op een avond speelden we in het Burgerweeshuis en als begroeting riep ik ‘Hallo, Enschede.’ Kreeg ik als antwoord ‘Deventer, lul.’”

    Nou ja, we maken allemaal wel eens fouten

     

    www.gorefest.nl
     
     

    Bas Kanij  
     
     
    met speciale dank aan Napalm Peet voor zijn interview input.   

    Lees meer...
    Manda Ophuis Nemesea Interview 19-1-2007
     

     
      
     
     
     

    Over Nemesea

     

    Het van oorsprong uit Groningen afkomstige Nemesea was de eerste band die via het onlangs bedachte concept van Sellaband de benodigde gelden wist te verzamelen om een cd uit te kunnen brengen. De groep werd in 2002 opgericht door zangeres Manda Ophuis en gitarist Hendrik Jan de Jong. Beiden studeerden toentertijd aan het Groningse conservatorium. Manda wilde graag een band beginnen en wist Hendrik Jan middels muziek van Nightwish en After Forever over te halen met haar in zee te gaan. Andere, minstens even getalenteerde muzikanten, waaronder basgitarist Sonny Onderwater,  waren redelijk vlot gevonden en omdat het de wens was zo snel mogelijk het podium te beklimmen voor optredens, werd reeds na enkele weken repeteren een 3-track demo rondgestuurd. Eén van die demo’s kwam in handen van de juiste mensen bij zaal P60 in Amstelveen en de band werd gevraagd aan te treden als supportact van After Forever. Dit buitenkansje werd uiteraard met beide handen aan gegrepen en de toen nog onbekende band zou uiteindelijk gedurende vrijwel de gehele Decipher-tour de honneurs voor After Forever waarnemen. Maar P60 was niet de enige met interesse in de band. Zelfs nog voor het optreden aldaar meldde het Nederlandse label Ebony Tears zich met het aanbod een plaat op te nemen onder diens vleugels. En zo geschiedde het dat in de loop van 2004 het debuut ‘Mana’ verscheen. Het woord ‘Mana’ stamt uit het Melanesisch en betekent zoveel ‘als de bijzondere of bovennatuurlijke kracht van een mens’. Het is een betekenis die op deze eersteling zeker tot uiting in de progressief getinte gothic muziek, die vol contrasten zit. Enerzijds is daar de groovende, welhaast funkachtige ritmiek en aan andere kant zijn daar de emotioneel beladen, bijkans breekbare momenten. Het album steekt technisch goed in elkaar en maakt duidelijk dat we hier te maken hebben met serieuze mensen die weten wat ze willen. Wat verder opvalt is de schijnbaar moeiteloos van klassiek naar normale zang laverende stem van Manda. Onlangs trad de band nog acoustisch op in poptempel Paradiso ter gelegenheid van een feestje van Sellaband. Op het moment bevindt men zich in de studio om samen met: 
     
    Ronald Molendijk (Soulvation) - DJ/ Sound designer
    Ronald Prent (LacunaCoil, Manowar, Rammstein) - Mix/ Co-engineer
    Tony Platt(AC/DC, Bob Marley, Iron Maiden) - Vocal production
    Bauke v/d Laaken- Co-writer/ Co-producer/ Engineer
    Adam Sieff- A&R manager
     
    te werken aan het nieuwe album. Via de site van Sellaband kan al een nieuw nummer beluisterd worden. Manda was bereid één en ander kort toe te lichten.

     


     
     
     

     
     
    Manda over………
     
     
    muzikale achtergrond

    “Toen ik 7 jaar oud was, ben ik op AMV (algemene muzikale vorming) gegaan. Ik kreeg een blokfluit van mijn ouders en vond het heel erg leuk! Na twee jaar kreeg ik een dwarsfluit en dat heb ik 9 jaar lang gespeeld. Ik heb er zelfs twee jaar mee op het conservatorium gezeten. Uiteindelijk bleek het toch niet mijn ding en ben ik gaan zingen. Eerst een jaar zangles en daarna het conservatorium.”

     
     muzikale helden

    “Iedereen die mij kent weet inmiddels dat ik altijd begin met Anneke van Giersbergen van the Gathering. Zij is voor mij een “role-model”. Als ik haar hoor zingen, raakt ze mij altijd. Er zit zoveel gevoel en emotie in haar manier van zingen. Daarnaast ben ik helemaal weg van Christina Aguilera. Zij heeft enorm veel kracht en variatie in haar manier van zingen. Geweldig! En wat een personality! Daar heb ik respect voor. En Rammstein moet ik zeker niet vergeten. Geweldige band, alles klopt! Vette band,  vette sound, vette stem! Er zijn nog heel veel meer mensen die ik geweldig vind, maar dan houd ik niet meer op, dus ik laat het hierbij!“

     

    eerste podiumervaring

    “Mijn eerste keer was met Nemesea in P60 Amstelveen. Ik had nog nooit eerder op het podium gestaan en was helemaal verbaasd toen ik het podium opliep en een zaal vol mensen zag staan. Wel helemaal te gek. Ik was wel zenuwachtig maar heb onwijs genoten en was direct verslaafd. Hoe langer ik die avond op het podium stond, hoe beter ik me ging voelen. Het was een geweldige ervaring.”

     

    persoonlijke ervaringen in muziek

    “Ik neem veel van wat ik heb meegemaakt mee in mijn muziek. Dat is wie ik ben. Het is voor mij ook belangrijk dat dat kan. Een soort verwerking van dingen die je meemaakt. Je moet daar wel voorzichtig mee zijn en zorgen dat je jezelf daarmee niet in de weg gaat lopen, maar tot nu toe gaat dat altijd prima.”

     

     belangrijkste levensles

    “Doorzetten!!!!  Je moet er helemaal voor gaan en er alles voor opzij willen zetten. Bekend worden en willen leven van je muziek betekent keihard werken. En het is niet altijd leuk, maar je weet waar je het voor doet! “

     

     studiowerk

     “Ben ik DOL op. Heerlijk om van alles uit te proberen en dan iets moois ervan te maken. Tweede stem zingen vind ik ook heerlijk! En daarna met die nummers het podium op en kijken hoe het live gaat. Er is een heel groot verschil, maar ik heb geen voorkeur.”

     

     invloedrijk persoon

    “Mijn oma, omdat dat een heel belangrijk persoon in mijn leven is geweest. Ik heb heel veel aan haar gehad en mis haar nog elke dag. Ik heb haar nog erg veel te vragen en te vertellen. En ze zou het geweldig vinden mij een keer te zien spelen met Nemesea.”

     

    doelstellingen

    “Ik wil graag altijd met muziek bezig zijn. Ik zou graag willen dat we als band van de muziek zouden kunnen leven. Ik wil iets doen voor de natuur en de dieren.”

     

    spijt en zaken anders doen

    “Zeker, maar dat is niet mogelijk en ik kijk liever vooruit.”

     

    niet in een band zitten

    “Dan stond ik waarschijnlijk voor de klas. Ik ben goed met kinderen.”

     
    mooiste moment

    “Hmmmm….moet ik echt 1 ding kiezen? Het optreden met WT was echt helemaal te gek. Zoveel publiek dat keihard schreeuwde toen we het podium opkwamen. Ik kon mezelf niet eens horen. Dat was kippevel. Maar het bereiken van de 50K op Sellaband was ook geweldig! Die 50K gaan de toekomst van Nemesea heel erg veranderen!”

     

    nieuwe nummers

    “We zijn nog keihard aan het werk met de nummers, maar het gaat erg goed. De nummers die momenteel te beluisteren zijn op Sellaband.com/nemesea zijn erg representatief voor wat nog komen gaat. Maar er zal ook werk op komen wat nog wat steviger is.”

     

    tourdata

    “Zodra de CD af is, gaan wij ons richten op een tour. Daar kan ik nu dus nog niets nuttigs over melden.”

     

    sellaband 

    “Sellaband is een nieuw concept waarbij bands aandelen kunnen verkopen. Elk aandeel is $10 en je moet er 5000 verkopen. Dan heb je $50.000 en daar kun je een album voor opnemen. Dit doe je in samenwerking met professionele producers en mixers in de business. Wij waren op zoek naar een platenmaatschappij en kwamen via via in contact met Johan Vosmeijer. Deze was bezig met het opzetten van Sellaband. Wij zijn destijds uitgenodigd om over het concept te komen praten en waren direct enthousiast.”

     

    anekdote

    “Degene die een berg wil verplaatsen, begint met het wegdragen van kleine stenen!”

     
     
     

    www.nemesea.com 
     
     

    Bas Kanij 

       

     

     
    Lees meer...   (1 reactie)
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl