baskanij.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Welkom op de log van Bas Kanij, de vliegende music reporter !
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     klik op logo

    Translate WorldLingo

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Releases
    te koop bij 
    sounds 
    klik op logo
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Voor het gebruik van tekst of
    ander materiaal van deze blog
    neem eerst even contact op...
      
    If you want to use material
    from this blog
    please contact us first....
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Check these weblogs 

     

     
     
     
     
     
     

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

    Officium Triste-Interview Pim Blankenstein en Bram Bijlhout

     

    Inleiding

     

    Doom metal wordt algemeen beschouwd als zijnde voortgekomen uit de monumentale oerrifs die Black Sabbath al decennia geleden als eerste op de mensheid los liet. Toentertijd was men echter nog niet bekend met deze ietwat lugubere term; die zou midden jaren 80 pas in zwang raken door de opkomst van bands als Saint Vitus en Candlemass. Vooral laatstgenoemde blies de muzikale erfenis van Tony Iommi en diens doldrieste kornuiten nieuw leven in met de release van de nog altijd met lofovertuigingen overladen klassieker ‘Epicus Doomicus Metallicus’ uit 1986. Vanaf dat moment begon doom metal als subgenre in de harde sector een eigen leven te leiden en ontstond er geleidelijk een dualistische cultuur met als hoofdstromingen enerzijds de stoner variant, geënt op de old school stijl van geestelijk vader Black Sabbath, en anderzijds de directe tegenhanger luisterend naar de welluidende naam sludge, een vorm van metal die elementen uit diverse subgenres in een muzikale stoofpot vermengt tot een nieuw brouwsel. Beide stromingen zijn overigens op hun beurt weer onderverdeeld in subcategorieën als doom death en gothic metal.

    Hoewel de hoogtijdagen van de doom metal in de jaren 80 en begin jaren 90 lagen, worden de veelal logge en diep tragische klanken die zo kenmerkend voor het genre zijn, door velen nog op handen gedragen en steken alom bands de kop boven het zand uit om al dan niet met door Iommi-adepten geregisseerde pathos hun sporen in het muzikale landschap na te laten. Ook in de Nederlandse geschiedenis zijn die sporen terug te vinden op albums van bijvoorbeeld The Gathering, Celestial Season en Whispering Gallery. Momenteel wordt het Rotterdamse Officium Triste gezien als de vaandeldrager van de vaderlandse doom metal.

    De band werd officieel in 1994 opgericht, maar alvorens dit indirecte eerbetoon aan een dode middels door melancholie omfloerste tragiek opgang begon te maken, werd de wereld onder de naam Reincremated geteisterd met onvervalste death metal.

    Binnen enkele maanden na de oprichting zag een in eigen beheer uitgebrachte demo het welbekende licht aan het eind van de tunnel. Dit kleinood, simpelweg ‘Demo ‘94’ geheten, trok de aandacht van het Fuck You Records label en leidde tot een achteraf niet zo vruchtbare samenwerking, die in ieder geval tot groot genoegen van de Rotterdoomers dan ook snel ontbonden werd. Inmiddels was in de Excess-studio wel de EP ‘Mountains Of Depressiveness’ opgenomen. Bij gebrek aan een label werd toen besloten het in allerijl door frontman Pim in het leven geroepen Weeping Willow Records te bombarderen tot de gevolmachtigde inzake het uitbrengen van de laatste pennenvruchten. Dit vond plaats in de zomer van 1996.

    De EP zette Officium Triste in de underground scene in het juiste schemerlicht. Van het één kwam het ander en binnen afzienbare tijd werd niet alleen onderdak gevonden bij een ander label, te weten Teutonic Existence Records, maar werd bovendien een volledig album afgeleverd: Ne Vivam. In de periode die volgde op deze cd zou het de band redelijk voor de wind gaan met als absolute hoogtepunt het fungeren als support voor Anathema in 1997 in het Noorderligt in Tilburg. Vervolgens werd het jaar daar op nog een split EP uitgebracht met de gelijk gestemde zielen van het uit Californië afkomstige Cold Mourning, waarmee tijdelijk het begin van het einde werd ingeluid, omdat er door onderling gemor zoveel wrevel was ontstaan dat er niet langer sprake was van een werkbare situatie. Gelukkig voor alle zwartgeblakerde misantropen duurde de split slechts driekwart jaar en stonden na een avondje door zakken in een lokale kroeg de neuzen weer gericht op dezelfde duistere toekomst.

    Na de herstart werd snel een promo opgenomen en rond gestuurd, waar uiteindelijk Displeased Records positief op reageerde door het aanbieden van een contract. Onder de vleugels van dat label werden tot nu toe drie albums opgenomen, waarvan het laatste, ‘Giving Yourself Away’, in mei vorig jaar aan de op innige droefenis verzotte fanschare werd gepresenteerd. Rond die tijd kondigde gitarist van het eerste uur Johan tevens aan zijn instrument wat betreft Officium Triste aan de treurwilg te hangen teneinde zodoende meer aandacht te kunnen besteden aan zaken zoals familie. Een vervanger diende zich vrijwel meteen aan in de persoon van Bram Bijlhout, wellicht bij sommigen bekend van de band Imbolc. Met hem in de gelederen stevent Officium Triste kaarsrecht af op peilloze, in nevelen gehulde afgronden, precies zoals het een rechtgeaarde doomband betaamt.

     

    Interview
     
     

    Voorheen was er een meer death metal gerichte stijl onder de vlag van Reincremated. Waarom die naamswijziging en vanwaar de overgang naar een meer doom georiënteerd geluid?
    Pim: “Onze drummer Martin en voormalige gitarist Johan zijn broertjes en zo rond 1990 begonnen ze onder invloed van ondermeer Metallica zelf instrumenten te bespelen. Van lieverlee ontwikkelde hun passie zich zo ver dat ze op een gegeven moment het idee kregen een eigen band te beginnen. Dat was dus Reincremated, waar ik me in een later stadium bij aansloot. In het begin speelden we een simpele vorm van death metal, maar toen kort nadien bands als Paradise Lost, My Dying Bride, Anathema en Katatonia hun intrede deden, raakten we helemaal in de ban van hun muziek. Zoiets wilden wij ook maken, maar dan niet als Reincremated. Bij een nieuwe stijl hoort per slot van rekening ook een nieuwe naam, zo vonden wij. En zo werd het Officium Triste. Johan kwam als ik het me goed herinner met de naam aanzetten. Die had hij opgeduikeld in een Latijns-Nederlands woordenboek. Het bekte wel lekker en eerlijk gezegd dekt het de lading aardig.”

    Hoe kwam de deal met Teutonic Existence Records tot stand nadat eerst een zelf gefinancierde demo was verschenen?
    Pim: “Dat is eigenlijk vrij simpel gegaan. Degene die de boel daar runde, had de demo gehoord en liet weten wel een cd van ons uit te willen brengen. Dat is het hele verhaal. Niets meer, niets minder.”

    Hoe gaat het schrijfproces precies in zijn werk?
    Bram: “Martin schrijft heel veel. Die heeft gewoon alles in zijn hoofd zitten en komt met complete stukken naar buiten. Zelf heb ik ook altijd veel geschreven in mijn andere bands, dus ik vermoed dat ik in overleg met Martin in de toekomst zeker wel mijn steentje bij zal kunnen dragen op compositorisch gebied. De teksten zijn uiteraard van de hand van Pim.”

    Pim: “Strikt genomen gaat het bij ons een beetje vreemd, want behalve de teksten schrijven we nooit iets op. Je zult bij ons geen bladmuziek vinden; het zit allemaal in het hoofd. Wel is er in de loop der tijd een soort van maniertje ontstaan waarop we de zaken aanpakken. In het begin was het vaak zo dat een nummer rondom een tekst werd gebouwd, maar het heeft zich nu zo ontwikkeld dat Martin eerst met hele passages komt. Daar luister ik naar en meestal krijg ik dan een bepaald gevoel, waarna de tekst als vanzelf komt. Die is overigens doorgaans fictief van aard. Ik kan mij goed inbeelden welke emotie er bij een bepaald rifje hoort en vertaal die dan naar een tekst. En dat kan dus overal gebeuren. Soms zit ik ergens aan een bar gewoon op een bierviltje te schrijven, maar ideeën kunnen ook opkomen wanneer ik film zit te kijken. Neem nu het liedje ‘The Happy Forest’. Feitelijk gaat het nergens over. De titel is letterlijk gejat uit Beverly Hills Cop III. Daar komt een pretpark in voor met een attractie die zo heet. Ik zag die naam en kreeg toen spontaan een idee. Iedereen vond het wel wat hebben. Oorspronkelijk was het bedoeld om als bonus track te verstoppen achter de rest van de nummers op ‘Ne Vivam’, maar omdat zelfs de fans het zo cool vonden als we het live speelden, is uiteindelijk maar besloten het als officiële afsluiter op de plaat te zetten.”

    In het verleden is getourd met bands als Anathema en Candlemass, niet bepaald de minste namen om mee op stap te gaan. Hoe is dat tot stand gekomen?
    Bram: “Dat was een vraag vanuit hun kamp. Pim heeft in al die jaren dat hij nu bezig is met muziek natuurlijk overal zijn neus laten zien en heel veel mensen leren kennen. Daarnaast is hij ook een fervent verzamelaar van muziek en al met al heeft dat de nodige connecties opgeleverd. Blijkbaar kenden die bands Officium Triste, wat op zich best wel egostrelend is. Voor mij was het helemaal super, want met Candlemass viel ik direct met mijn neus in de boter. Ik zat net in de band en kon meteen mee op tour naar Duitsland als support voor die band. Super. Mijn toetreding tot de band had niet op een mooier moment plaats kunnen vinden.”

    Nu het toch ter sprake komt, je toetreding, hoe ben je eigenlijk bij Officium Triste in beeld gekomen?
    Bram: “Op een heel grappige manier eigenlijk. Feitelijk is het te danken aan een collega van mijn werk. Die zei op een avond metal bandjes te gaan kijken in Hoorn. Ik vroeg hem wie er zoal speelden en toen ik hoorde dat Officium Triste één van de optredende bands was, kreeg ik zin mee te gaan. In de zaal knoopte ik al snel een gesprek aan met Pim die ik al kende van concerten waar we beiden bij aanwezig waren. Tijdens het gesprek bracht Pim naar voren dat Johan er mee op zou houden. In dezelfde ademtocht vroeg hij me of het niets voor mij was om zijn plaats over te nemen. Daar had ik natuurlijk wel oren naar. Ik werd toen ter plekke aan de andere jongens voor gesteld en het klikte meteen goed.”

    Pim: “Het mooie is dat we al wat namen in ons hoofd hadden van mensen die we als mogelijke vervanger van Johan zagen. Bram was daar eerlijk gezegd niet één van. De gedachte hem te vragen, ontstond spontaan. We kwamen elkaar op het goede moment tegen. De nieuwe cd was op dat moment nog niet uit, maar ik had de nummers die daar voor bestemd waren wel op een schijfje bij me en dat heb ik aan hem gegeven. Zo van ‘ga maar oefenen.’ De keer daarna toen hij een soort van auditie kwam doen, bleek hij alles van voor naar achter te kunnen spelen en daarmee was de kous af.”

    Wat was de reden een split EP uit te brengen met het Californische Cold Mourning?
    Pim: “Dat heeft te maken met het feit dat ik in die tijd aspiraties had een eigen label te beginnen en hoe kan dat beter dan door je eigen werk uit te brengen. Ik had het al eerder gedaan met ons eerste singletje ‘Mountains Of Depressiveness en het idee dat nogmaals te doen stond me wel aan. Maar er was nog een andere reden. Waarschijnlijk weet je het wel, maar in de doomscene zijn dus twee kampen: Eén die de klassieke stijl aanhoudt, zeg maar true doom, en één die de voorkeur geeft aan mix dingen zoals doom/death, funeral enzovoorts. Het leek mij wel gaaf die twee stijlen samen te brengen op één cd. Omdat ik in die tijd met de gitarist van Cold Mourning heen en weer pende, was het niet meer dan logisch zijn band te vragen om een bijdrage. Hij zag het wel zitten en zo geschiedde het.”

    Wat is het verhaal achter het uiteen vallen van de band in 1998 om vervolgens binnen een jaar weer op de oude voet door te gaan, ditmaal bij Displeased Records?
    Pim: “Een belangrijk ding binnen het leven en dus ook binnen een band is communicatie. Het feit is dat er gewoon slecht gecommuniceerd wordt binnen onze band. Er wordt bijvoorbeeld niet gereageerd op mailtjes of telefoontjes en in die periode waren de gemoederen wat hoog opgelopen door zo nu en dan flinke scheldpartijen over en weer. Besloten werd toen te nokken na eerst nog een singletje verspreid te hebben als een soort van afscheidscadeau. Daar stonden twee nummers op die we nog hadden liggen. We hebben elkaar vervolgens een poosje niet gezien, maar na verloop van tijd ontstond er toch weer contact via de telefoon. Op een avond zijn we gezellig de kroeg ingedoken en onder het genot van wat bier werd het plan opgevat de draad weer op te pakken, omdat bleek dat we de band allemaal wel misten. Ik moet er trouwens wel bij zeggen dat Martin, Johan en ik in de periode dat Officium Triste opgedoekt was onder een andere naam verder zijn gegaan met het maken van dezelfde muziek. Het verkeerde weliswaar niet in een vergevorderd stadium, maar er waren wel een aantal nummers geschreven die we na de herstart van Officium Triste konden gebruiken. Die nummers zijn uiteindelijk beland op ‘Promo 2000’, een goed plan, want kort nadien klopte Displeased aan via de mail. Kennelijk hadden ze lucht gekregen van de promo. Of we ‘m even op wilden sturen. Een paar weken later waren we getekend.”

    Heeft de band alle touwtjes zelf in handen of zijn er mensen van buitenaf bij betrokken?
    Pim: “We hebben wel wat mensen die ons helpen. Ik wil speciaal mijn vriendin Simone even noemen. Iedereen vergeet haar altijd, maar ze kan gezien worden als het zesde lid van de band. Zij regelt zoveel voor ons, echt ongelooflijk. Merchandise, optredens, noem maar op, de hele rataplan. Zonder haar zou er geen Officium Triste zijn. Laat dat gezegd zijn.”

    Wat is het exacte verhaal achter Rotterdoom?
    Pim: “Dat is per ongeluk ontstaan. Het had iets met drank te maken. Destijds in de Blokhut op een zaterdagavond na het oefenen zaten we wat te zwetsen en toen dook zomaar die kreet op. Een paar maanden later was er ineens ook dat klote spelletje ‘Amsterdoom’, dat natuurlijk veel meer bekendheid had dan wij. Zo leek het alsof onze naam van die van hun was afgeleid, maar wij waren dus lekker eerder, al zullen de bedenkers van het spel dat natuurlijk nooit toegeven. Maakt ook niet uit, we hebben de naam gehouden en drukken ‘m zo nu en dan op een T-shirt.”

    Is er een bepaalde muzikant of plaat die je er toe heeft gebracht zelf muziek te gaan maken?
    Pim: “Vreemd genoeg eigenlijk niet. Ik was en ben een metal fan in hart en nieren. Ik ga al sinds mijn 15de naar concerten en leer daar veel mensen kennen. Daar buiten ook trouwens. Johan heb ik bijvoorbeeld in de trein ontmoet op weg naar wel een concert. Hij zat toen al in Reincremated. Hun zanger bleek er de brui aan gegeven te hebben en ze waren op zoek naar een andere. Hij deed me een voorstel en dat heb ik geaccepteerd. Zoals ik al zei, ging het bij mij dus een beetje op een vreemde manier. Maar goed, als ik dan toch een muzikale inspiratiebron aan zou moeten wijzen, dan zou dat Phil Lynott van Thin Lizzy zijn. Die man was in mijn ogen echt geniaal, zowel qua muziek als qua teksten, en ook de manier waarop hij alles zingt. Super, ik word er bijna lyrisch van. Het zou tof geweest zijn als ik met hem ‘Cold Gin’ samen had kunnen spelen. Maar helaas is hij dood, dus dat zit er niet meer in.”

    Bram: “Bij mij is het allemaal begonnen, toen ik ooit een akoestische gitaar van mijn vader kreeg. In die tijd had ik een paar gitaar spelende vrienden. Eén van hen was bluesgitarist. Ik zat vaak bij hem te pielen. Echt les heb ik overigens nooit gehad. Het meeste van wat ik weet, heb ik van die vrienden geleerd. Ik vind het gewoon gaaf. Thuis zit ik ook altijd op de bank te spelen, dan voel ik me goed.”

    Wat is het meest komische dat je ooit op het podium is overkomen?
    Pim: “Of het echt komisch was, weet ik niet, maar in Baroeg ben ik tijdens een optreden ooit zwaar op mijn plaat gegaan. Ik viel gewoon om en bleef voor dood op de rand van het podium hangen. Het mooie was, dat er een vrouw vooraan stond die dacht dat het een onderdeel van de show was. Nou, mooi niet dus, ik was gewoon zwaar beschonken en kon mijn evenwicht niet houden.”

    Bram: “Mij is vrijwel hetzelfde overkomen. Ik was dan wel niet dronken, maar ging wel vet onderuit, toen ik een keer op een verhoging aan de zijkant van het podium in één of andere zaal ging staan. Ik had even over het hoofd gezien dat er wieltjes onder dat ding zaten. Het was in één keer flats en daar lag ik plat op mijn bek. Hilarisch voor het publiek. Zelf vond ik het wat minder.”

    Heeft de band nog bepaalde doelstellingen die verwezenlijkt moeten worden?
    Pim: “Niet echt. We willen gewoon plezier hebben in wat we doen. Als we af en toe kunnen spelen en een cd kunnen maken, dan zijn we dik tevreden.”

    En zo is het maar net.

     
    Lees meer...

    After Forever-Interview Floor Jansen 15-06-2007

     

    In 1995 stonden Mark Jansen en Sander Gommans aan de basis van wat in de loop van een decennium uit zou groeien tot één van de meest toonaangevende bands binnen de Nederlandse metalscène: After Forever. In het prille begin werd nog een op een mix van death metal en klassieke invloeden gestoelde vorm van muziek gemaakt, maar nadat in 1997 de toen pas 16-jarige Floor Jansen haar intrede bij de band deed, kwam daar snel verandering in en verdwenen de death metal invloeden enigszins naar de achtergrond om ruimte te bieden aan nog zwaarder aangezette klassieke arrangementen dan voorheen en donkere, duister getinte gothic, nu en dan subtiel vermengd met meer mainstream rock- en popelementen zoals te horen is op het onlangs verschenen album After Forever.

    Met Floor Jansen in de gelederen als toegevoegde waarde slaagde de band er door middel van de demo’s Wings Of Illusion en Ephemeral uit 1999 in de aandacht van diverse platenlabels op zich te bevestigen. De keuze viel uiteindelijk op Transmission Records, waarna nog geen jaar later het debuut Prison Of Desire het levenslicht mocht zien. Het bleek een album te zijn waarop de hemelse vocalen van Floor binnen het kader van een strakke productie en een ietwat mystieke sfeer mooi scherp contrasteerden met de grommende keelklanken van Sander en Mark. Succes gloorde aan de einder en met navolgende releases als Decipher, Invisible Circles en Remagine aan de palmares toegevoegd, mocht After Forever zich gelukkig prijzen met een gestaag toenemende belangstelling vanuit zowel binnen- als buitenland. Met name Zuid-Amerika viel hard voor de bekoringen van het gezelschap met als direct gevolg dat in die contreien meerdere malen getourd kon worden.

    In 2006 leek er lelijke kink in de kabel van de succesformule te komen, toen de zakelijke meningsverschillen met Transmission zo hoog opliepen dat een breuk onvermijdelijk bleek. Gelukkig voor After Forever liep rond die tijd het voor 4 albums  afgesloten contract ten einde en aangezien men toch toe was aan een nieuwe uitdaging, werd het vizier gericht op andere labels. Er bestond interesse vanuit de hele wereld, van kleine jongens tot majors, en gezien dit ruime aanbod werd besloten niet over één nacht ijs te gaan, maar alle tijd te nemen om in alle rust te bekijken welke partij het best bij de band zou passen. De keuze viel uiteindelijk op Nuclear Blast. De belangrijkste redenen voor het in zee gaan met deze grootmacht op metalgebied waren gelegen in het gegeven dat de mensen aldaar de nodige ervaring hebben met female fronted metalbands en daarnaast de beschikking hebben over een wijdverspreid net van contacten. De overstap bracht met zich mee dat After Forever de toekomst met een hernieuwd gevoel van positivisme tegemoet begon te treden en monter van geest het schrijfproces voor nieuw materiaal hervatte.

    Met de steun van Nuclear Blast, de professionele omkadering van de aangetrokken Emiel Govaert als manager en de aangegane liaison met The Entertainment Group met wie op basis van gelijkwaardigheid de zakelijke aspecten van het muziekleven het hoofd geboden worden, verscheen uiteindelijk in het voorjaar van 2007 het al eerder genoemde After Forever. Op dit album worden alle ingrediënten van voorgaande albums tot een explosief geheel vermengd van zowel epische als bombastische hoogtepunten en wordt met de introductie van invloeden vanuit de jaren 80 metal getracht het sinds het debuut diep in de naam gestanste gothic keurmerk kwijt te raken. En, het moet gezegd worden, met Gordon Groothedde als de bezielende factor achter het moddervette geluid is deze bijna tot een missie verworden opgave tot een voor alle betrokkenen bevredigend einde gebracht. Over deze en andere aangelegenheden was frontvrouw Floor Jansen gaarne bereid haar licht te laten schijnen. Tevens toegevoegd ( lees meer ) een kort vraaggesprek met tourmanager  en productiebegeleider Naomi van Hak van Production World.

                                                                  

     

    Het nieuwe album is vrij bombastisch van aard? Was dit van meet af aan het geluid dat jullie voor ogen hadden?

    “Dat was inderdaad wel het doel, zoals eigenlijk wel bij alle cd’s het geval is geweest. Maar het blijft een moeilijke combinatie: Zang, gitaren en orkestratie. De ene keer lukt het beter dan de andere keer. Over deze cd zijn we evenwel zeer tevreden; het klinkt precies zoals we het bedoeld hadden, hetgeen mede te danken is aan producer Gordon Groothedde die voor frisse ideeën zorgde. Daarnaast hadden we ditmaal de beschikking over een echt orkest. En met deze cd hopen we nu eens duidelijk te maken dat we als band meer metal gericht zijn dan gothic. Vanaf het begin hebben we dat stempel gekregen, maar echt gothic zijn we nooit geweest; we hebben slechts elementen van die stijl toegevoegd aan onze muziek.”

    Is er al enig zicht op wanneer Sander precies terug keert?

    “Nee, nog niet echt. Het is eerst zaak dat hij volledig herstelt, zodat hij weer fris met ons op pad kan en zich weer helemaal kan geven. Hij is overigens achter de schermen alweer actief bezig. Het gaat wel goed komen met hem. ”

    Hoe zijn jullie bij George Oosthoek terecht gekomen?

    “Dat was eigenlijk een voor de hand liggende keuze. Grunts zijn natuurlijk heel belangrijk voor onze muziek. George kende we nog van vroeger toen we met Orphanage opgetreden hebben en hij was beschikbaar. Hij heeft zich de nummers binnen de kortste keren eigen gemaakt en het loopt lekker met hem. Niettemin hopen we dat Sander snel weer van de partij zal zijn.”

    Op het nieuwe album vinden we naast een bijdrage van Jeff Waters ook een gastoptreden van Doro, niet direct een voor de hand liggende keuze. Waarom juist haar?

    “We waren op zoek naar een vrouwenstem die mij op een nummer bij zou kunnen staan en dan niet zo zeer één uit de scène met een opera-achtige geluid, maar één die net even anders was. Het leek ons wel leuk een soort van cross-over te maken met een andere stijl, terug naar onze muzikale wortels uit de jaren 80 zo gezegd, en Doro kan toch wel gezien worden als één van de pioniers op het gebied van vrouwenzang in de rock. Een combinatie van haar rauwe stem met die van mij stond ons wel aan. Via Bas zijn de contacten gelegd. Doro kende ons al en vond het een prima idee”

    In het verleden was al eens sprake van het opnemen van een dvd. Staat die al gepland voor de nabije toekomst?

    “Nog niet direct. Ooit zal er wel één komen, maar nu nog even niet. Wel maken we  vanavond in Bibelot opnamen voor een promo-dvd, bestemd voor de Noord- Amerikaanse markt. Dat is voor ons nog een beetje onontgonnen terrein en we willen gewoon eens kijken of we daar ook voet aan de grond kunnen krijgen. Er zijn inmiddels dan ook contacten gelegd met Nuclear Blast USA.”

    Tot voor kort hebben jullie als band de zaken zelf behartigd, vanwaar dan nu de overstap naar een management van buiten af?

    “We hebben het inderdaad jarenlang zelf gedaan, maar vorig jaar hebben we besloten het uit handen te geven, omdat bleek dat met al de zakelijke beslommeringen en de druk die daar mee samen hangt het steeds moeilijker werd geconcentreerd te blijven op het maken van muziek. In die zin is een apart management heel handig. Ik wil nog wel steeds alles weten, maar de behoefte het zo nodig zelf te moeten doen, heb ik niet meer.”

    Als we even helemaal terug gaan naar het prille begin in vergelijking met nu, vind je dan dat je gegroeid bent als zangeres?

    “Ik denk wel dat ik gegroeid ben door de jaren heen. Als 18-jarige heb ik de eerste cd opgenomen zonder ooit zangles gehad te hebben en met totaal geen ervaring op zak. Heb me daarna vervolgens zes jaar lang bijna suf gestudeerd, hetgeen me in staat stelde om per album te kunnen groeien. En daar naast leer je van optreden ook veel. Heb steeds voor ogen gehad niet stil te willen blijven staan. Vooruitgang is heel belangrijk. Dat geldt eigenlijk voor ons allen.”

    Door wie of wat ben je er eigenlijk toe gekomen te gaan zingen?

    “Ik ben eerlijk gezegd nooit echt geïnspireerd door of aangezet tot iets door iemand in het bijzonder. Van jongs af aan heb ik zingen leuk gevonden. Beetje mee doen met van alles en nog wat. En toen kwam er op een gegeven moment een musical op school en dat vond ik helemaal vet. Als criterium om mee te doen, werd niet gekeken naar hoe goed je was, maar naar je mate van populariteit. Dat was heel tekenend. De school vond ik dan ook niet zo, maar die musical was helemaal te gek. Later, op de middelbare school, was er weer een musical en toen ben ik er achter gekomen dat ik toch wel redelijk kon zingen en het ook meer dan leuk vond, zeker op een podium. Dat was zo’n beetje de eerste keer dat ik er op stond en ik weet nog dat ik bloednerveus was. Maar ja, ik was toen iets van 14. Uit die musical kwam overigens mijn eerste band voort. Daarna zouden er nog een aantal volgen – alle kortstondig – en vervolgens al vrij snel op m’n 16de After Forever. Dat ging eigenlijk vrij soepel. Op een schoolfeestje van een vriendin was een vriend van de band aanwezig en toen die mij hoorde zingen, heeft hij me benaderd met de vraag of het me niet iets leek in een metalband te zingen. Ik heb toen auditie gedaan en het klikte. En in die periode was het heel wat om als zangeres in een band te zitten, want als een band er al één had, dan stond die op de achtergrond en niet vooraan achter de microfoon.”
     

    Wat is de belangrijkste les die je tot nu toe als muzikant geleerd hebt?

    “Dat je altijd initiatief moet tonen, dat je altijd in beweging moet blijven. Als er iets gedaan moet worden, dan moet je er zelf achter aan gaan en niet wachten op een ander. Grijp gewoon elke kans aan die zich voor doet.”

    Wanneer je teksten schrijft, neem je dan persoonlijke ervaringen mee in het verhaal of ben je bang mensen een al te intieme kijk op je leven te geven?

    “Ik ben niet bang mezelf bloot te geven. Maar mijn teksten zijn meestal niet zo zeer persoonlijk, enkele uitzonderingen daar gelaten. Het is meer een gevoel dat ik geef, een emotie, dus geen deur naar mijn persoonlijkheid die ik open zet. Inspiratie haal ik uit wat er om me heen gebeurt, uit dat wat me fascineert. Houd altijd mijn oren en ogen goed open. Al de opgedane indrukken sla ik dan op en bekijk ze later om te zien wat ik er precies mee wil en hoe ik ze zal uitwerken. Maar dat gebeurt niet zo maar; ik moet er wel even voor gaan zitten.”

    Denk je dat het voor een beginnende band goed of slecht is direct getekend te worden door een groot label?

    “Dat is afhankelijk van de situatie. Als je bij een major kan zitten die toevallig veel geld wil stoppen in een genre waar jij toevallig in zit, dan kan dat heel goed uitpakken. Het gevaar is evenwel dat wanneer het niet goed uitpakt je meteen het onder geschoven kindje wordt. Het verschilt gewoon per band. Het hoeft niet per definitie goed of slecht te zijn.”

    Geef je de voorkeur aan de studio of sta je liever op een podium?

    “Beide kanten van het vak hebben zo hun charmes, hoewel het natuurlijk duidelijk verschillende aspecten zijn. Het voordeel van de studio is dat je iets nog eens over kunt doen als het volledig mis gaat, maar je mist dan weer wel de sfeer van het live gebeuren, het contact met het publiek. Ik heb niet echt een voorkeur; het spreekt me beide wel aan.”

    Met wie zou je ooit nog eens willen samen werken?

    “Met een heleboel mensen eigenlijk wel, maar als ik nu op dit moment zou moeten kiezen, dan werd het qua zangers in ieder geval Jorn Lande. Die vind ik echt helemaal te gek. En qua zangeressen zou ik kiezen voor Skin van Skunk Anansie. Ook helemaal te gek.”

    Wat is voor jou tot nu toe het leukste moment uit je loopbaan geweest?

    “Zoiets als het leukste moment bestaat eigenlijk niet. Zo werkt dat bij mij niet. Er zijn zo veel leuke momenten geweest, elk met een speciale herinnering. Zo was er 2 jaar geleden bijvoorbeeld Fields Of Rock. Dat was toen weer het eerste concert met Andre nadat hij terug was van zijn ziekte. En dan de eerste show in Brazilië in Rio, toen het publiek zo veel lawaai maakte dat we onszelf niet meer konden horen en de monitoren en de PA’s harder gezet moesten worden. En de eerste keer op Pinkpop, waar iedereen volledig uit zijn dak ging. En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Er zijn legio momenten die alle op zich bijzonder zijn.”

    Zijn er bepaalde zaken waar je spijt van hebt?

    “Nee, niet echt. Alles wat je doet, doe je op een bepaald moment omdat je het dan graag wilt. Als het dan later anders uit blijkt te pakken dan je had gehoopt, dan is dat jammer, maar niet iets om echt spijt van te hebben. Zo zie ik dat ten minste. Natuurlijk had ik bepaalde zaken wel anders gewild zoals het opnemen van de oude albums met de nu bestaande apparatuur of het eerder loskomen van het stigma van een gothic band of dat we een zangeres met een band zouden zijn in plaats van andersom. Maar ja, dat is nu eenmaal zo. Mensen denken te vaak in hokjes en hebben te veel vooroordelen. Jammer.”

    Welke doelen zou je nog graag gerealiseerd willen zien?

    “Op het moment hebben we als groep eigenlijk één meer algemeen doel: Om de band wat groter te krijgen. Door omstandigheden is er in het verleden niet altijd voldoende promotie geweest, zeker het laatste jaar niet, en als gevolg daar van verliezen bepaalde mensen je toch uit het oog. Daar moet verandering in komen. En met het team dat we nu hebben, moet dat beslist gaan lukken. Vooral ook omdat we nu samen werken met een gemotiveerde groep mensen van The Entertainment Group. Daarnaast hebben we nog een nieuw streetteam, dat ons heel enthousiast promoot. Bijvoorbeeld bij TMF waar je op onze clip kunt stemmen om die uitgezonden te krijgen. Dus mensen: Stem op ons!”               

     
     
    Lees meer...

    Knight Area-Interview 13-05-2007

     

    Maar al te vaak wordt door allerlei mensen simpelweg gesteld dat er in Nederland op het gebied van de progrock nauwelijks of niet fatsoenlijk gemusiceerd wordt. Degenen die zich deze boude bewering eigen hebben gemaakt, dienen zich evenwel onverwijld met een karwats te kastijen om zich vervolgens al kruipend naar de lokale platenboer te begeven teneinde daar de beide albums van het vaderlandse Knight Area te beluisteren. Wie dat doet, zal tot de conclusie komen dat er weldegelijk symfonische talenten rondlopen in dit koude kikkerland. Op beide albums, te weten The Sun Also Rises (2004) en Under A New Sign (2007), onderscheidt de aanvankelijk als een project gestarte, maar later tot een hechte band uitgegroeide formatie zich met een vol, keyboard georiënteerd geluid dat de nodige diepgang krijgt door gedragen vocalen en melodieuze gitaarlijnen en waaruit duidelijk een voorliefde blijkt voor oude helden als Genesis, Pallas, Marillion en Rick Wakeman. De muziek is bombastisch, soms haast theatraal, maar verzandt dankzij een melodieuze songstructuur nergens in al te technisch gefröbel.

    Officieel werd Knight Area ergens in het jaar 2000 opgericht, maar de basis werd feitelijk reeds 18 jaar eerder gelegd door de broers Joop en Gerben Klazinga, die in de beslotenheid van wat gekscherend hun ‘muziekkamertje’ werd genoemd een aantal nummers componeerden. Joop kan zich die periode nog levendig voor de geest halen en praat er met zichtbaar genoegen over.  “We woonden in die tijd nog thuis bij onze ouders. Gerben zal een jaar of 12 geweest zijn en ik 22. Hij speelde piano en ik dwarsfluit. Zo spelenderwijs ontstonden er in de loop der jaren een aantal nummers waar we omwille van verschillende redenen in eerste instantie eigenlijk niets mee gedaan hebben. Zo ging Gerben bijvoorbeeld in de samen met enkele vrienden gevormde band Sangamo spelen, waardoor onze ideeën min of meer op de plank zijn blijven liggen. En dat heb ik altijd betreurd, want het waren goede ideeën.”
     
     

    Hoe goed die ideeën wel niet waren, zou pas veel later blijken toen Gerben zich op aanraden van zijn broer ging bezig houden met een eigen project en daarvoor de nummers vanonder de mottenballen haalde op de plank waar ze gedurende vele jaren stof hadden liggen vergaren. Vol vuur vervolgt Joop zijn verhaal. “Terwijl Gerben in Sangamo zat, heb ik voortdurend met de gedachte rond gelopen dat er veel meer in hem zat, dat hij zijn talenten niet volledig ontplooide. Ergens begin 2000 heb ik dat eindelijk tegen hem gezegd en hem overtuigd iets voor zichzelf te gaan doen, een project of zo. Hij pikte het goed op en is met de oude nummers aan de gang gegaan, maar ook met nieuwe. De naam voor dit project werd dus Knight Area, vernoemd naar de straat waar Gerben’s huis staat.

    In het begin beperkte mijn bijdrage zich tot het begeleiden van Gerben, maar gaandeweg kreeg ik het gevoel dat hij zo goed bezig was, dat ik zelf ook mee wilde doen. We hebben toen samen wat lekkere nummers geschreven en vervolgens wat mensen om ons heen verzameld zoals zanger Mark Smit die we kenden via de band Toyz die ooit wat nummers opgenomen had in Gerben’s thuisstudio. Alles bij elkaar waren het wel 13 mensen. Het debuut van Knight Area is uiteindelijk op een zolderkamertje opgenomen in een oud huis uit 1750.”

    Met dit in eigen beheer opgenomen debuut in de zak werd een zoektocht gestart naar een geïnteresseerd label. Ongeveer 20 kopieën werden rond gestuurd over de hele wereld, waarop uiteindelijk 10 positieve reacties kwamen. In eerste instantie werd gekeken naar labels van eigen bodem, maar die bleken niet geheel aan de verwachtingen te kunnen voldoen, waarna het ensemble tenslotte na een tip bij The Laser’s Edge in het verre Amerika terecht kwam.

    Het hoesje van The Sun Also Rises wordt gesierd door een futuristisch aandoend plaatje van een eenzame ziel, staande op de rand van een afgrond met ergens in de verte achter wolkenflarden een waterige zon. Het blijkt een door Gerben bedacht concept te zijn, een kenschets van zijn diepste gedachten, vol van symboliek en gevisualiseerd door Mattias Norén. “In het midden van het plaatje,” zo legt Gerben uit, “zie je dus een jongetje op een klif staan. Dat jongetje zou mij kunnen voorstellen of iemand anders die zichzelf een weg baant door het leven. Het is eigenlijk een nog niet ontwikkelde plek, één die nog niet helemaal af en echt is. Links van het jongetje zie je nog een klif met wolkenkrabbers en een dominee of misschien wel een zakenman. Dit symboliseert winst en geld. En rechts, een beetje naast het jongetje, bevinden zich kastelen en andere, oude zaken. En precies op die scheidslijn van heden en verleden staat het jongetje die kijkt naar de zon die hier symbool staat voor het vinden van een uitweg, een weg naar een zonnige toekomst”

    Voor het artwork van Under A New Sign werd wederom een beroep gedaan op de artistieke gaven van Mattias Norén en ook nu schuilt er achter het kunstwerk een verhaal. Zanger Mark Smit verklaart:”Voor de nieuwe hoes hadden we eigenlijk iets geheel anders in gedachten, een door ons allen bedacht concept. Maar daar kwamen we niet heel erg makkelijk uit. Niettemin rolde er uiteindelijk een soort van compromis uit. Maar die werd al snel door de platenmaatschappij afgekeurd, waarna zij met een ander idee aan kwamen zetten, waar wij eerlijk gezegd niet eens weet van hadden. Het ontwerp is dus vrij chaotisch tot stand gekomen. We zijn er overigens wel content mee nu.”
     
     

    In vergelijking met het eerste album valt er op het tweede muzikaal een lichte verschuiving in de richting van een meer metal gericht geluid te horen. Tevens lijken de toch al niet misselijke composities nog eens aan kracht gewonnen te hebben omdat er ditmaal sprake was van een hechte band en niet slechts van een project. Mark beaamt dit. “Het tot stand komen van Under A New Sign was echt een bandproces. Dit in tegenstelling tot de eerste cd, die meer een eenmansgebeuren van Gerben was. Na die cd was ons door de platenmaatschappij gevraagd of wij niet als band verder wilden gaan en nog een cd wilden maken. Er is toen een vast clubje met enthousiaste mensen bij elkaar gezocht met ondermeer drummer Pieter van Hoorn en de gitaristen Mark Vermeule en de van Cliffhanger afkomstige Rinie Huigen. Vervolgens zijn we aan het repeteren geslagen en van daar uit begonnen aan de opvolger met in het achterhoofd het idee daar in de toekomst ook weer een vervolg op te maken als band. En tot nu toe is alles vrij natuurlijk verlopen zonder enige vorm van druk van wie dan ook.”

    Met maar liefst zeven verschillende mensen in een band uit even zoveel verschillende, muzikale richtingen lijkt het bijna onmogelijk tot een coherent geheel te komen betreffende de te bepalen koers. Toch vallen er bij Knight Area geen interne strubbelingen te bespeuren over de werkwijze en vallen de vele stukjes die moeten leiden tot een volledig uitgewerkt product moeiteloos op de daar voor bestemde plaatsen. Mark hier over. “We zijn zoals gezegd echt een band. Ten tijde van het debuut is gekozen voor een bepaald genre en bij de opvolger zijn we als het ware op zoek gegaan naar de randen daar van, wat meer metal en wat meer ballad-achtig materiaal. Je zou kunnen zeggen dat we ons verbreed hebben en ik kan me zo voorstellen dat dit proces zich bij een volgende cd voortzet. Wat overigens niet betekent dat we nu ver van ons geluid af zullen drijven. Het uitgangspunt blijft hetzelfde als voorheen. We spelen nu eenmaal de muziek die wij mooi vinden. Knight Area blijft Knight Area. En wat betreft onze werkwijze, die is vrij eenvoudig. In principe is Gerben degene die het initiatief neemt voor een bepaald nummer. Hij legt zijn ideeën dan voor aan de rest, die er een eigen invulling aan geeft. Dat is de basis van de band.”

    Het klinkt allemaal vrij eenvoudig, maar het heeft toch wat meer voeten in aarde dan het zo op het eerste gezicht lijkt voordat een nummer gereed is aan de opnameapparatuur bloot gesteld te worden. Eerst moet er flink geknutseld worden. Gerben gaat er eens goed voor zitten en steekt vervolgens van wal om één en ander te verduidelijken. “Het eerste waar ik mee begin, is het skelet van een nummer. De opbouw, hoe het in elkaar steekt. Daarna ga ik alles pas invullen. Persoonlijk vind ik het heel belangrijk hoe de opbouw van een nummer is. Als die niet goed is, dan is het liedje ook niet goed en kan het de aandacht niet vasthouden. Daarnaast is het belangrijk een zekere spanningsboog te creëren, waardoor de luisteraar zich telkens blijft afvragen wat er nu weer te gebeuren staat. De muziek moet natuurlijk niet klinken alsof verschillende delen zomaar lukraak aan elkaar zijn geplakt.”
     
     

    Nauwelijks heeft Gerben er het zwijgen toegedaan of Mark haakt op de gedane uitspraken in. “Muziek maken is niet zomaar iets. Dat moet ontstaan vanuit een hecht bandgevoel. Binnen de band bestaan bepaalde bloedgroepen waar het muziek betreft. We komen vanuit verschillende richtingen in de muziek en hoewel een ieder het  ontwikkelingsproces vanuit zijn eigen perspectief beleeft, komen we op de één of andere manier mooi samen in het midden. Zoals ik al eerder zei, begint het allemaal bij Gerben, waarna de rest invalt.

    Ideeën kunnen zowel in de studio als thuis ontstaan, waarbij in de studio vaak de onderlinge chemie van belang is voor het ontwikkelen van bepaalde dingen, fragmenten soms waarvan je denkt dat het leuk is ze verder uit te werken tot een samenhangend geheel, het verleggen van accenten. En wanneer een nummer dan af is, proberen we het eerst live uit om te zien of het aanslaat bij het publiek. Het voordeel hier van is dat je wanneer je dan eindelijk in de studio zit alles vrij vlot in kunt spelen omdat je de nummers al in de vingers hebt zitten. Werken op deze manier bevalt uitstekend.”

    Alsof het een stilzwijgende afspraak is tussen hen, neemt nu Gerben vrijwel zonder dat er een stilte valt weer het woord. “Het werkt inderdaad wel prettig zo. Ik had bij de tweede cd ook een beter gevoel dan bij de eerste, hoewel die zeer goed ontvangen is. Het was meer een persoonlijk iets. Alles ging heel soepel en het resultaat klink lekker. Voor de volgende cd zijn inmiddels al 4 à 5 nummers klaar. Er komen wat meer verrassingen, maar zoals Mark al zei dus geen essentiële veranderingen. Gewoon wat aparte loopjes.”

    Waar Gerben zich volledig richt op de inkleuring van de muziek, zijn het Mark en Joop die verantwoordelijk zijn voor het merendeel van de teksten, waarbij beiden een geheel eigen zienswijze en uitgangspunt hebben. Voor de eerste geldt dat de melodielijn van een compositie voorop staat. “Die is voor mij heel belangrijk. Ik word er door geleid, krijg er een bepaald gevoel en bepaalde ideeën bij. Het is in zekere zin dus persoonlijk, maar niet noodzakelijk autobiografisch. Zie me als een buitenstaander die de zaken van een afstand bekijkt.  

    Naast de melodielijn vind ik het verder belangrijk dat er ergens in de tekst een soort van tegenstelling zit. Inspiratie put ik gewoon uit het nieuws en de dingen die om me heen gebeuren. Probeer een bepaald gevoel op te wekken. Eenvoud is daarbij de leidraad. Let er bij het schrijven overigens wel op dat er een soort van rode draad door de nummers loopt. Niet direct een concept, maar wel een onderling verband.”
     
     

    Bij Joop spelen hele andere beweegredenen een rol wanneer hij zijn pennenvruchten aan het blanke papier cq beeldscherm toevertrouwd. “Ik heb zeker een andere insteek dan Mark. Ik gebruik bijvoorbeeld wel autobiografische zaken. Zo is het thema van The Sun Also Rises in z’n geheel gebaseerd op de jeugd van Gerben. Als een ouder iemand heb ik die ook goed kunnen meemaken en beleven. Maar ook voor Under A New Sign heb ik een aantal zeer persoonlijke nummers geschreven. Ondermeer over een vriendin die plots overleden is. Voor mij is schrijven een soort catharsis. Om dingen van me af te kunnen zetten. Als Gerben met muziek aankomt, dan hoor ik als het ware dingen van vroeger, dan zie ik het allemaal voor me en vanuit dat beeld ontstaat dan als vanzelf een tekst.”

    Het tot nu toe mooiste moment uit de nog wat korte loopbaan beleefde Knight Area, toen de band in 2005 vrijwel op het laatste moment geheel onverwachts als vervanger van Riverside op het prestigieuze NEARfest in Amerika aan mocht treden teneinde daar de kunsten te vertonen in een drietal nummers voor de hongerige ogen van een uitzinnig publiek, dat de toch eigenlijk onbekende mannen als helden bejubelde. Eén en ander is vastgelegd op de onlangs verschenen dvd van het festival.  Mark hier over: ”NEARfest was echt heel bijzonder. We stonden als eerste vervanger op de lijst voor het geval iemand niet zou kunnen, maar echt er op gerekend had niemand meer. Letterlijk op het laatst mogelijke moment zijn we er heen gevlogen en het was fantastisch. Vooral omdat ons debuut eigenlijk net uit was en we toen de kans hadden ons materiaal live te presenteren en nog wel op een ander continent. Het publiek, wildvreemde mensen, reageerde heel enthousiast en plaatste ons bijna op een voetstuk. Heel apart.”

    Momenteel zijn alle ogen strak gericht op de toekomst, die er rooskleurig uit lijkt te zien voor het zevenkoppige gezelschap. Inspiratie is er nog te over en een ieder heeft een gemeenschappelijk doel in gedachten: Zo veel mogelijk optreden voor een zo groot mogelijk publiek. De mogelijkheid daartoe dient zich wellicht in de nabije toekomst aan, zo hoopt Joop. ”Er is sprake van een mogelijke combinatie met Riverside. Die zaten vroeger ook bij The Laser’s Edge en met die jongens hebben we al eerder wat gedaan. Er zijn nu contacten voor een mogelijke samenwerking later dit jaar. Ik kan er verder nog niet veel over zeggen; het is even afwachten. Maar het zou natuurlijk heel mooi voor ons zijn om op die manier wat meer naamsbekendheid te krijgen. En dat is heel belangrijk, want dat stelt je weer in staat om verder te gaan met het maken van mooie muziek. En dat is nu eenmaal wat we graag willen. Het is dus zaak veel live te spelen.”

    Mark beaamt dit laatste volmondig, maar heeft nog wel een kritische voetnoot in petto. “Live spelen is zeker heel belangrijk, maar het regelen van optredens valt bepaald niet mee. Met onze muziek zitten we nu eenmaal in een moeilijke hoek. Aan het publiek zal het niet liggen, want dat reageert doorgaans enthousiast, maar de zaaleigenaren moeten er in geloven, er op kunnen rekenen dat ze een volle zaal trekken. Een combinatie met andere bands zou daarom het mooiste zijn, trekt in ieder geval een breder publiek. Maar dit alles ten spijt staat het hebben van plezier met z’n allen voorop.”

    En zo is het maar net.
     

    Lees meer...   (3 reacties)
    Julian Sas-Interview 7-4-2007

     

    Julian Sas kan na vele lange jaren van ploeteren in de marge onderhand wel beschouwd worden als Neerlands hoop in bange bluesdagen. Geboren in het dorpje Beneden-Leeuwen kwam hij al vrij snel in aanraking met de passie van zijn leven: Muziek. Dit gebeurde naar aanleiding van het zien van de roadmovie Toronto Rock ’n’ Roll Festival met in de hoofdrollen Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Toen hij later ook nog eens op 12-jarige leeftijd een Ibanez Les Paul gitaar van zijn vader voor Sinterklaas kreeg, was het hek helemaal van de dam en werd vrijwel elk beschikbaar moment van de dag aan muziek gewijd.

    Echt les heeft Julian nooit gehad. Bijna elke noot werd zelf aangeleerd, veelal door het luisteren naar plaatwerk van anderen. Via een vriend van de familie leerde hij gitaristen als Alvin Lee, Peter Green en Rory Gallagher kennen en onder invloed van hun niet te versmaden talenten schafte hij zichzelf een elektrische gitaar aan.

    In het prille begin ging Julian als slaggitarist aan de gang in allerlei lokale bandjes, maar naarmate hij bedrevener werd, stapte hij op aandrang van medemuzikanten uiteindelijk toch over op de leadgitaar. En met zoveel succes, dat hij zelfs zijn opleiding voor geschiedenisleraar niet volledig tot een eind kon brengen vanwege het drukke schema van optreden. Maar omdat er met spelen alleen niet in het levensonderhoud voorzien kon worden, werden vele broodheren versleten tussen de bedrijven door.

    Aanvankelijk richtte Julian zich op het spelen van hardrock covers van allerlei grootheden uit de roemruchte jaren 70. Later zou hij de overstap naar de blues maken, iets wat hij zelf niet als vreemd beschouwt.

    “In feite is vrijwel elke muzieksoort opgebouwd uit blueslicks. De rhythm and blues uit de jaren 50 staat aan de basis van de latere hardrock. Veel van de muzikanten uit de hedendaagse scène hebben als favoriet Elvis, Chuck Berry en meer van dat soort mannen. Ik ben bij mijn ouders opgegroeid met jazz, blues en rock ‘n’ roll. Dat gaat in je systeem zitten en dat gaat er ook nooit meer uit. Maar ja, op een gegeven moment wil je dan toch eigenwijs ingaan tegen je ouders, je afzetten en zo. Naar de muziek van je ouders luisteren, is natuurlijk niet cool. Ik kwam toen bij de harde kant van de muziek terecht. Mijn vader hoorde dat allemaal zo’n beetje aan en verklaarde toen doodleuk dat ik gewoon naar een stevige variant van de rock ‘n’ roll zat te luisteren. Achteraf beschouw ik het als een fase in mijn leven. Blues werd daarna weer belangrijk en nu ben ik dus weer terug bij af. Heb pas nog een cd van Fats Domino gekocht. Dat maakt het cirkeltje weer rond.”    

    Julian zijn eerste echte band was de Roel Fintelman Bluesband in 1986. Nauwelijks een jaar later zou hij met een andere band - Ten Foot Pole – in zijn woonplaats het Pocket Pop Festival winnen met het heel toepasselijk geheten nummer Blues. Vervolgens zou het nog zeven jaar duren alvorens de eerste contouren van zijn eigen band zich af begonnen te tekenen. Julian begeleidde toen samen met Phil Poffé en Pierre de Haard de Amerikaanse blueszangeres Maxine Dupree, een buschauffeuse uit Chicago.

     “Toen ik 18 was, zocht de organisator van een festival bij mij uit de buurt mensen om haar tijdens een vijftal shows te begeleiden en hij belde mij. In eerste instantie was de mondharmonicaspeler het er niet mee eens, want wat zij speelden, was Chicagoblues en daar paste zo’n Rory Gallagher figuur natuurlijk niet bij. Maar gelukkig hadden ze snel door dat ik vrij gemakkelijk naar hun stijl over kon stappen. Was daarna meteen, zoals Maxine zelf zei, haar beste vriend, omdat ik iedere noot kon spelen waar ze om vroeg. Lang duurde dat overigens niet, want toen ik een foto van haar vroeg voor in mijn plakboek wilde ze daar 20 dollar voor hebben. Het was meteen over voor mij. Ben later nog wel gebeld door de mondharmonicaman. Maxine was toen al naar huis gevlogen. Of we toch niet als groep bij elkaar konden blijven. Maar ik had inmiddels andere plannen met Pierre en Phil.”

    En die plannen betroffen de Julian Sas Band, waarvan het eerste album in 1995 onder de titel Where Will It End verscheen bij Dureco. Het verhaal over het tot stand komen van dit album klinkt als een droom, die regelrecht ontsnapt is aan de papieren omhelzing van een spannend jongensboek. Wat was namelijk het geval? De latere manager Ed Bos hoorde stom toevallig in het café waar Pierre achter de tap stond een door hem opgezette demo van de Julian Sas Band. Hij was hier zo van onder de indruk dat hij het kleinood te leen vroeg om er zodoende thuis nog eens naar te kunnen luisteren. Van het één kwam zoals gebruikelijk het ander en na een belafspraak zag Ed de volledige band tot grote tevredenheid optreden op een festival in Dreunen. Niet lang daarna belde hij vanuit een studio in Duitsland op dat hij nog twee dagen studio open had staan. Of ze genoeg nummers hadden om een cd te vullen. Daar dit niet het geval was, begon Julian als een razende te schrijven, zodat hij uiteindelijk op het uur der waarheid voldoende uitgewerkte nummers in zijn handbagage mee naar Frankfurt kon nemen. En aldus werd het debuut een voldongen feit.        

    Vanaf dat moment zou er gestaag een groeiende fanschare opgebouwd worden, zowel in binnen- als buitenland, met lovende kritieken van alom, en verschenen er met enige regelmaat prachtplaten als het met een prijs voor één der beste bluesalbums van 1997 bekroonde A Smile To My Soul en Spirits On The Rise. Deze laatste verscheen bij het nieuwe label Corazong.
     
     

    In 2001 wordt bassist Phil Poffé vervangen door Tenny Tahamata, die voor zover de navraag leert geen directe connecties heeft met de illustere voetballer die gebukt gaat onder de last van dezelfde achternaam en die naast naamsbekendheid bij Ajax en Oranje ook op zeer twijfelachtige wijze furore maakte met het baggerlied We Gaan Naar Rome. Vier jaar later, kort na de release van Twilight Skies Of Life, verlaat oudgediende Pierre de Haard eveneens het strijdperk om plaats te maken voor Rob Heijne. Tegen die tijd bestond de band door toevoeging van toetsenist Pieter van Bogaert inmiddels uit een kwartet, maar door allerlei omstandigheden werd het uiteindelijk toch weer een trio en kon de kersverse toetsenist op zoek naar een andere werkgever.

    In de nieuwe samenstelling, met naast Julian op gitaar en zang, Tenny op de bass en Rob op drums, werd onlangs Resurrection op het blueslegioen losgelaten. Het album kenmerkt zich door een rauw, krachtig geluid dat scherp contrasteert met het meer melodieuze karakter van studiovoorganger Twilight Skies Of Life. Het lijkt een bewuste keuze te zijn geweest.

    “Lijkt, ja, maar zo was het niet helemaal. Met de introductie van een keyboardspeler hoopte ik toen een meer Deep Purple-achtig geluid te ontwikkelen en tegelijkertijd een beetje de kant op te gaan  van The Allman Brothers Band. In de repetitieruimte lukte dat ook, maar op de één of andere manier kwam het gevoel op de plaat uiteindelijk niet tot uiting. Vandaar dan ook de bezettingswisseling en de terugkeer naar een trio met een duidelijk harder geluid. Maar dat was dus niet direct een bewuste keuze. Het was meer een opname van hoe de emoties op dat moment muzikaal gezien in de band lagen.

    Heb gewoon een slechte tijd achter de rug gehad met een band die ik op het podium als het ware achteruit zag hollen. Slechts Tenny kon aanblijven als volwaardig lid. Heb de last van alle problemen bij het schrijven natuurlijk wel in mijn hoofd gehad, maar het feit dat The Julian Sas Band nu weer een trio is, heeft dus niets met de hardheid van de plaat te maken. Een aantal riffs lag zelfs al klaar voordat de samenstelling veranderde en met Rob er bij als power drummer ging het tijdens het jammen in de studio simpelweg die kant op.”

    Het nieuwe album kwam overigens tot stand onder het toeziend oog van wederom een nieuw label: Provogue. Over de reden was Julian vrij duidelijk.

    “Het was mijns inziens een vrij logische stap. De artiesten die zij vertegenwoordigen, passen precies in mijn straatje: Zo van die jongens met lange haren en scheurende gitaren. Bovendien liep het contract bij Corazong af en omdat het met name in het buitenland niet had gebracht wat ik er van gehoopt had en dat volgens zeggen ook in de toekomst niet zou gaan veranderen, hebben onze wegen zich op vriendschappelijke wijze gescheiden. Provogue was toen meteen in beeld. De mensen daar hadden ooit eens gezegd dat ze bijna alle bluesmannen hadden die ze wilden hebben. Ze misten maar één naam in hun stal en dat was die van mij. Lang gesproken over een contract hebben we niet. Na een gesprek van 5 minuten was het allemaal rond en tekende ik een deal voor 3 albums met de mogelijkheid tot verlenging.”       

    De invloeden van Julian zijn zeer divers en bijna letterlijk komen aanwaaien vanuit alle windhoeken van het muzikale spectrum.

    “Uiteraard veel Southern rock zoals de al eerder genoemde The Allman Brothers Band, maar ook hardrock in de stijl van Blackfoot en daarnaast nog thrash en jazz zoals John Coltrane. Ik ben echt door veel verschillende stijlen beïnvloed. En dus niet alleen qua gitaar! Ik speel bijvoorbeeld vaak saxofoonpartijen na op de gitaar!

    Muziek maken is gewoon iets wat ik moet doen, maar het is niet zo dat ik alle muziek die ik maak ook op plaat probeer te zetten. Zou waarschijnlijk best iets met jazz kunnen doen, maar denk niet dat het ooit zal gaan gebeuren. Dat staat toch te ver van me af. Blijf het liefst dicht bij mijn leest met op bluesritmes geschoeide muziek. In ieder geval tijdens optredens.

    Wel probeer ik uit al die verschillende stijlen die ik goed vind datgene te pakken wat ik voor mezelf het best kan gebruiken. In dat opzicht is het dus wel handig breed georiënteerd te zijn. Ik luister overigens voornamelijk naar originele artiesten. Muziek moet nu eenmaal leven en iets te bieden hebben. Heb een mateloze bewondering voor mensen die tegelijkertijd origineel en filosofisch zijn en ook nog eens uitstraling op het podium hebben. Ik kom dan natuurlijk automatisch bij mijn absolute favoriet Rory Gallagher terecht. Had graag ooit eens met hem samen gespeeld, maar dat gaat helaas niet meer. Gelukkig heb ik wel reeds meerdere malen met zijn begeleidingsband op het podium kunnen staan.”    

    Heel belangrijk voor Julian in een liedje is de zogenaamde dynamiek: De overgang van lage naar hoge passages en weer terug en de al dan niet abrupte omschakeling van rustige naar harde stukken, waardoor een zekere spanningsboog wordt gecreëerd en er meer nadruk op de verschillende elementen van het liedje komt te liggen. Het geheel blijft hier door levendig en saaiheid wordt voorkomen.

    Alvorens zich toe te gaan leggen op het bespelen van de leadgitaar, verblijdde Julian in zijn jonge jaren in navolging van zijn toenmalige held Rick Parfitt huis en haard met ronkende slagpartijen.

    “Toen ik een jaar of tien was, was ik een enorme Status Quo fan en Rick was het helemaal. In eerste instantie wilde ik ook beslist geen leadgitaar spelen. Degenen die dat deden, zo vond ik toen, waren van die mensen die altijd vooraan moesten staan om de show te stelen. En een slaggitaar had toch wel iets aparts: Power, dynamiek. Heerlijk. Het lijkt nu naïef, maar ik was dan ook heel jong. Hoe dan ook, een paar jaar later dan toch over gegaan op leadgitaar in combinatie met elementen van de slag, omdat de mensen om me heen vonden dat ik daar wel aanleg voor had. En zo kwam ik er achter dat soleren op lead heel goed samen kan gaan met de ritmiek van de slag. Precies zoals Rory Gallagher dat ook deed. Ik heb daarna eigenlijk nooit meer slaggitaar gespeeld. Zou het nog wel steeds willen, simpelweg omdat ik het een muzikaal interessant gegeven vind. Het mooiste zou zijn om met een gelijkwaardige gitarist op het podium te staan die dan de solo’s voor zijn rekening zou kunnen nemen. Heb dat jaren geleden tijdens een jamsessie ook gedaan en het was leuk, maar stiekem ben ik nu ook zo’n iemand geworden die het helemaal te gek vindt op de rand van het podium te staan.”

    Maar dat is wel eens anders geweest.

    “Klopt. Van nature uit ben ik namelijk een heel verlegen mens, die het zeker in het begin moeilijk vond met anderen te communiceren. Bleef het liefst op de achtergrond. Je zou mijn eerste interview eens moeten horen. Die man kreeg alleen ja en nee te horen! Vreemd genoeg ben ik op het podium anders. Niet dat ik nooit nerveus ben geweest, maar zodra ik de gitaar heb aangesloten, is het pats boem, knop om en gewoon gaan. Het podium is voor mij eigenlijk de meest veilige plaats. Het mooiste voorbeeld daar van is wel het voorval tijdens een show in Duitsland voor 10.000 man. Midden in de show hield mijn versterker er ineens mee op. En daar stond ik dan. Maar wat nu zo frappant was: Ik was dus totaal niet nerveus, de rest wel, maar ik niet. Normaal is het een moment waarop je door de grond zou willen zakken, maar ik bleef de rust zelve. En toen de gitaarroadie naar me toe kwam, keken we elkaar even aan en hij zei zoiets van ‘het zijn best wel veel mensen, hè’. En ik moet iets geantwoord hebben in de trant van ‘best wel’.

    Het was een moment van totale abstractheid temidden van de uitzinnige hysterie van de massa voor het podium enerzijds en het gevoel van nervositeit op en achter het podium anderzijds. Als ik er nu aan terug denk, was het best wel komisch.”
     
     

    Uiteraard kan het niet altijd pais en vree zijn en spelen zich net als bij ons gewone stervelingen in het leven van de begenadigde muzikant ook vervelende zaken af. Zo ook bij Julian, die tijdens een festival geconfronteerd werd met een spuwende Popa Chubby.

    “De organisator van het festival kwam me halen om me aan hem voor te stellen en toen ik mijn hand uitstak, spuwde hij naar me. Het ging rakelings langs me heen. Ik weet dat spuwen naar elkaar in bepaalde landen een uiting van genegenheid is, maar dat was hier volgens mij niet het geval. Ik was gelijk klaar met hem. Snap het overigens nog steeds niet.”

    Op het podium kan Julian zich vrij expressievol uiten door middel van het trekken van vreemde gezichten tijdens het soleren.

    “Zelf heb ik het eigenlijk niet eens in de gaten. Het gebeurt gewoon. Ik denk zelfs dat als de mensen in het midden van een solo allemaal naar huis zouden gaan, ik het niet eens zou merken. Pas wanneer ik klaar zou zijn, zou ik mezelf afvragen waar iedereen gebleven was. Dat is gewoon mijn muzikale beleving. Ik ga helemaal op in datgene wat ik doe en dan maakt het niet uit of er 1000 man of slechts 10 zijn. Geef me altijd volledig, zelfs wanneer ik alleen thuis oefen.”  

    Degenen die Julian een beetje kennen, weten ongetwijfeld dat hij een fervent verzamelaar is van alles wat met muziek te maken heeft. Regelmatig struint hij dan ook beurzen af, op zoek naar dit of dat, zich onderwijl verbazend over de hoge prijzen van items die ten tijde van de uitgifte nog voor een appel en een ei te koop werden aangeboden. 

    Naast zijn enigszins uit de hand gelopen verzamelhobby bezit Julian nog een andere. Hoewel, hobby is eigenlijk geen juist woord voor deze bezigheid; het is meer een ongekende fascinatie voor twee zeer kenmerkende periodes uit de wereldgeschiedenis, te weten De Gouden Eeuw en W.O. II.

    “Tja, ik ben eigenlijk geschiedenisleraar van beroep en De Gouden Eeuw met haar uitbarsting van kunst en wetenschap en zo en galjoenen en piraterij heeft me altijd enorm aangesproken. Bovendien komt mijn familie uit de scheepvaart en heeft zo’n beetje de hele wereld afgezworven. Dat schept toch een bepaalde band. En wat betreft De Tweede Wereldoorlog, dat was eigenlijk Europa’s laatste grote wapenfeit geschiedkundig gezien. Heb beroemde en beruchte plekken bezocht in Berlijn en Auswitsch en wat er dan door je heen gaat als je daar staat en loopt, is onbeschrijflijk. Dat tart elke beschrijving.

    Ik kom ook vaak in Praag, omdat ik getrouwd ben met een Tsjechische vrouw, en ook daar voel je de verschrikkingen van het verleden op je schouders drukken als een zware last. Ik zou oorspronkelijk afstuderen op het onderwerp W.O.II, maar werd uiteindelijk dus beroepsmuzikant. Misschien maak ik het ooit nog eens af. Wie weet.”

    Voorlopig ziet het daar evenwel niet naar uit, want inspiratie voor nieuwe muziek is er nog te over.

    “Ik heb absoluut geen moeite die te vinden. Kijk gewoon om je heen. Er gebeurt van alles, op elk willekeurig gebied, of het nu milieu of sociaal gericht is. Ik stop echt van alles in mijn muziek, ook persoonlijke zaken, en hoewel ik niet te belerend wil zijn, probeer ik toch mezelf te blijven. Dat is belangrijk. Niet je ziel verkopen. Simpel volharden in datgene waar je in gelooft en niet meegaan met heersende trends binnen het genre waarin je opereert. Ik hoop op die manier nog een poosje door te kunnen. Er zitten beslist nog heel wat platen verstopt in mij en die wil ik zeker nog uitbrengen.”

    U bent dus gewaarschuwd. De heer Sas zal vroeg of laat zijn gitaar weer laten spreken.     

     
    Lees meer...   (3 reacties)
       Wicked Honey
    Interview Nicole Verstappen
     

                                                                                     

    De Brabantse formatie Wicked Honey verrees in 2001 als een feniks uit de asresten van de coverband So What, Shaggy, toen deze ten gevolge van een aantal vertrekkende leden min of meer tot een voortijdig eind kwam. Na ampel beraad zagen zangeres Nicole en gitarist Kimmo Zegers er geen heil in op dezelfde voet verder te gaan met het spelen van andermans materiaal en werd besloten een echte band met eigen nummers in het leven te roepen met als voornaamste reden te kijken hoe ver ze het op eigen kracht zouden kunnen schoppen. Drummer Michel van Dooren werd mee genomen, evenals geluidsman Ron van Wanrooij die als tweede gitarist ging fungeren, terwijl van buitenaf Jan Rijnen als bassist werd binnen gehaald. In deze samenstelling nam men  in 2004 in de AudioWorkx Studio in Hoogeloon in eigen beheer het tot nu toe enige album ‘Don’t Feel Like Talking’ op. Het werd een frisse plaat met een mengeling van robuuste rocksongs als ‘Whatever Happens’ en ‘Falling Down’, dat een melancholieke, dreigende ondertoon kent en als het ware onderhuids kruipt, recht toe, recht aan popliedjes als ‘Dream’, maar ook breekbare momenten met een ingetogen ‘Follow You’ als absolute hoogtepunt. De muziek ademt de typische sfeer van Amerikaanse radiorock zonder daarbij in de valstrik van een gelikt geluid te geraken en vormt een afgewogen mengeling van Kane en Sass Jordan met daar over heen een vleugje van het reeds lang geleden ter ziele gegane Fatal Flowers, dat ergens in de jaren 80 een klein hitje scoorde met het nummer ‘Younger Days’. Stralend middelpunt van de band is zonder twijfel de goedlachse Nicole. Met haar over het algemeen krachtige vocalen doet zij in de wat lagere en midden regionen van de up-tempo nummers enigszins denken aan een kruising tussen Nienke de Jong van Autumn en Carol Decker van T’Pau, terwijl haar hoge stem tijdens de rustige passages gedachten aan Ilse de Lange oproept. De groep bevindt zich momenteel midden in het schrijfproces van het tweede album.
     
                                                                       

    De naam

    “Dat is op zich wel een grappig verhaal. Onze voormalige drummer Michel, die geruime tijd geleden al vervangen is door Jules Franssen, heeft hem verzonnen. Hij vond het wel typerend voor mij, omdat mensen als ze mij voor het eerst zien vaak denken met een lief, onschuldig meisje te maken te hebben. Maar als ik dan begin te praten en zingen, merkt men snel dat het iets anders ligt. Niet dat ik echt gemeen ben, maar ik kijk altijd eerst de kat uit de boom voordat ik me open stel voor onbekenden.”

    Tweede album

    “De nummers zijn eigenlijk bijna allemaal klaar. In principe zou het album vorig jaar al ogenomen worden, maar er is wat vertraging ontstaan doordat we zoals gezegd dus van drummer wisselden en omdat vorig jaar de bassist vanwege drukke, zakelijke bezigheden niet meer alle tijd in de band kon steken die vereist was. We hebben toen lang naar een geschikte vervanger moeten zoeken, omdat die persoon natuurlijk wel in ons groepje moest passen en muzikaal gezien aansluiting moest vinden bij onze ideeën. Uiteindelijk vonden we dicht bij huis Ruud Peters in Helmond. Met hem aan boord kunnen we nu de laatste hand leggen aan de nummers en aan een preproductie gaan werken. Voor ons is het heel belangrijk dat de nummers goed bij elkaar passen. Het wordt in ieder geval een steviger album dan het eerste, meer rock gericht en qua liedjes ook beter in het gehoor liggend. Pas wanneer het album helemaal af is, gaan we op zoek naar een label dat ons onderdak wil verschaffen.”

    Schrijfproces

    “Het merendeel van de nummers wordt door Kimmo geschreven, waarna we samen kijken hoe we ’t het beste uit kunnen werken. Wanneer we dan tevreden zijn, worden de nummers in de groep gegooid ter beoordeling. Vaak verandert er dan toch nog het één en ander. Ditmaal heb ikzelf ook een compleet nummer aangedragen met muziek en al, maar meestal is het dus Kimmo. Ik heb er overigens geen moeite mee zijn teksten te zingen. We kennen elkaar al heel lang, maken ook al lang muziek samen en hij weet precies wat ik wel en wat ik niet kan met mijn stem en welke emoties mij muzikaal het meest aanspreken. Het komt zelfs voor dat ik denk iets niet te kunnen en dat hij dan gewoon zegt dat ik het wel kan. Meestal heeft hij gelijk.”

    Groei

    “In het begin zong ik alleen maar hard, nu probeer ik meer variatie in mijn zang aan te brengen, meer afwisseling tussen harde en rustige passages. Vooral op plaat is dat van belang. Live kun je mensen nog visueel van je kunnen overtuigen, maar op plaat moet je het puur van je stem of instrument hebben. Dat is uiteraard heel anders. Ik streef er naar live goed over te komen. Als je iets doet, moet je het goed doen. Dat wat ik doe, moet staan als een huis. Anders sta ik er gewoon niet achter.”

    Muzikale achtergrond

    “Ik heb eigenlijk van jongs af aan gezongen. Vroeger voor de lol met een aantal nichtjes in een koortje en later toen ik op kamers woonde gewoon voor mezelf wanneer er niemand in de buurt was. Maar ik had toch niet goed opgelet, want op een gegeven moment was er dus wel iemand die me hoorde en die vroeg of ik zin had bij haar broer te gaan zingen want die zocht nog iemand voor zijn band. Ik wilde het wel proberen en zo ben ik eigenlijk als vanzelf de muziekwereld ingerold.”

    Zangles

    “Heb ik eerst niet gehad totdat ik op een gegeven moment merkte dat het voor mijn stem beter zou zijn als ik leerde hoe die professioneel te gebruiken. Kijk, als coverband speel je meestal drie sets op een avond en na afloop had ik vaak last van een hese stem. Dat leek me niet zo goed en daarom heb ik toen zangles genomen. Eerst klassiek, maar als pure rock zangeres viel me dat best wel zwaar. Ben er toen mee opgehouden, maar na  ‘Don’t Feel Like Talking’ wilde ik toch graag leren mijn stem wat zachter te gebruiken, meer kopstem ook en minder scheuren. Ben toen bij Anne Schuurmans, ex-zangeres van Jane Doe, terecht gekomen en zij heeft me heel goed geholpen.”

    Inspiratiebron

    “Ik houd enorm van rockstemmen. Moet er wel een bepaald gevoel bij hebben, maar dat is moeilijk uit te leggen. Vroeger vond ik Abba goed, hield wel van die samenzang en zo. Vandaar kwam ik in wat sterker vaarwater uit met Metallica en Iron Maiden. Ik vind Bruce Dickinson geweldig, maar ook Sass Jordan, Skin en Dilana Smith. Mijn ultieme is echter ooit eens samen met Steven Tyler van Aerosmith te zingen. Maar ja, dat zal wel nooit gebeuren.”

    Eerste podiumervaring

    “Dat was echt verschrikkelijk. Ik had van te voren geloof ik drie dagen niet gegeten, zo zenuwachtig was ik. En tussen de sets door had ik echt zo iets van ‘dit doe ik nooit meer’. Maar uiteindelijk was het toch geweldig en ik zou nu niet meer zonder live spelen kunnen. Van een optreden krijg ik een enorme kick, een bepaalde drive die ik in de studio nog moet zien te vinden. Het is ook leuk om na afloop met de mensen te praten over de muziek en zo.”

    Hoogtepunt

    “Dat was ten eerste de cd-presentatie in Apollo in Deurne voor heel veel mensen. Dat deed me wel iets. En ten tweede het tourtje dat we ooit door Polen gedaan hebben. Dat was eigenlijk min of meer toevallig tot stand gekomen. Een aantal mensen in de band komt uit Deurne en omgeving en omdat dit stadje een vriendschapsverband met het stadje Leszno in Polen heeft waar ieder jaar een groot festival wordt gehouden, werden wij gevraagd daar te gaan optreden. Nou, op dat festival speelden wij toen ondermeer met de Poolse nummer 1 van Idols en een bekende, lokale artiest. Die mensen daar hadden volgens mij zo het idee dat wij heel beroemd waren. Ik vind het leuk om af en toe tussen het publiek te gaan tijdens het zingen, maar dat werd door de bewaking niet zo op prijs gesteld. Ik had het eerst niet in de gaten, maar na een poosje merkte ik dat ik door twee man werd gevolgd. Ik dus rennen en zij dan ook en als iemand me aan wilde raken, werd die gelijk mee naar achter genomen. Dat, en het hele gebeuren op zich, was voor ons als band een machtige ervaring.”

    Belangrijkste les

    “Leren om geduldig te zijn en vooral jezelf blijven. Je muziek hoeft niet persé hier of daar op te lijken. Alle noten zijn al een keer gespeeld. Doe gewoon dat wat je leuk vindt en doe dat naar beste kunnen.”

    En zo is het maar net. 
     
                                                                                           
    www.wickedhoney.nl
     
     

    Lees meer...   (1 reactie)

                  Sengir- Interview Ellen Schutyser 4-3-2007

     

    Het Belgische Sengir opereert volgens de volksmond binnen het kader van het zogeheten gothic genre, maar doet dat in tegenstelling tot veel collega bands zonder koren en de bijbehorende bombast. De liedjes zijn over het algemeen eenvoudig van opzet, als het ware in dienst van de muziek zelf, en handelen tekstueel over alledaagse zaken met betrekking tot emotie. Na enkele, ampele pogingen in andere bands besloten Kris Scheerlinck en Jurgen Cobbaut eind 1995 Sengir in het leven te roepen. In het prille begin kende het geluid nog een overwegend death/doom karakter, maar geleidelijk aan voegden de  nu bekende klankkleuren zich toe aan het muzikale palet, de band  daarmee in één klap bombarderend  tot het boegbeeld van de Belgische gothic beweging. Tot nu toe bracht de band één demo en twee volwaardige albums uit. Debuut ‘Guilty Water’ stamt uit 2002 en werd door de leden zelf bekostigd en opgenomen onder leiding van Xavier Carion, bekend van het eveneens Belgische Channel Zero. Pas hierna ging men op zoek naar een platenlabel en ondanks enkele aanbiedingen van soms internationale ‘majors’ viel de keuze al snel op het relatief kleine, maar ambitieuze  Buzzville Records, dat reeds andere landgenoten als ‘Cowboys And Aliens’ onder haar hoede had.

    Twee jaar na de release van het debuut werden nieuwe, technisch begaafde mensen als Frederik de Dobbeleer en Bruno Goedhuys ingelijfd. De nogal drastische bezettingswisseling bleek uiteindelijk bepaald geen aderlating te zijn. Op de tweede schijf ‘Sign Of Devotion’ uit 2006 laat de band namelijk horen geëvolueerd te zijn naar een hecht gezelschap dat muziek maakt met veel plezier en dat doet met veel verve en aandacht voor catchy songstructuren. De band wordt momenteel gemanaged door de bekende fotograaf Rudy de Doncker.

    Inlijving
     “Oh, dat is heel, heel lang geleden. Op school, in het middelbaar onderwijs. Ik was toen 15 en Sengir was echt een schoolbandje. In die tijd kwam Theatre Of Tragedy op en die combinatie van vrouwenzang en grunts sprak een ieder wel aan. De band zocht op dat moment een zangeres en ik wilde het wel een keer proberen. Het is dus min of meer toevallig gegaan. De grunts hebben we overigens vrij snel laten vallen.”

    Passie
    “Er zijn natuurlijk altijd ups en downs. Maar zolang er vooruitgang is, gaat het goed. Wanneer je altijd op hetzelfde punt blijft trappelen, wordt de motivatie vanzelf wat minder, maar over het algemeen is de passie voor muziek er altijd wel. Heb muziek en zingen ook altijd leuk gevonden. Ik ben geboren in de jaren 80 en ben dan ook een echte 80’s persoon. Die muziek spreekt me aan en heeft me zeker beïnvloed. Met name de pop zoals die van Depeche Mode en Duran Duran.”

    Verschil debuut en opvolger
    “Daar zit een groot verschil tussen. Guilty Water was een verzameling liedjes die we zelf hadden opgenomen, maar bij Sign Of Devotion zijn we heel doelbewust te werk gegaan. We hadden toen natuurlijk ook een nieuwe bezetting. Hebben na de breuk bewust naar mensen gezocht die technisch beter onderlegd waren dan hun voorgangers en die een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan de vooruitgang van de band. We wilden een bepaalde koers gaan varen en daar dienden die mensen goed bij te passen. Bij ons is democratie heel belangrijk, de meerderheid beslist. Op het moment zijn we een hecht clubje dat in onderling overleg bepaalt wat er moet gebeuren. Zo ontstaan er geen problemen.”

    Opname proces
    “Pieter en Wim schrijven heel veel riffjes en melodieën. Die worden op tafel gelegd en dan zien we wel wat er mee te doen. Maar goed beschouwd dragen we allemaal ons steentje bij. De muziek komt altijd eerst en dan volgt de tekst later. Zo doen we het al jaren en eigenlijk willen we het ook niet anders.”

    Teksten
    “Die zijn alledaags, net als onze muziek. Niet dat theatrale, meer emotioneel gericht, over de dingen die je in het gewone leven mee maakt, zaken die je beïnvloeden, al dan niet ongewild. Doe het meestal wel op een manier die vrij interpretabel is zonder direct iets of iemand aan te vallen. Metaforisch eigenlijk.”

    Gothic scène
    “In principe zijn wij het buitenbeentje als je ons vergelijkt met andere bands uit de scène, omdat wij geen gebruik maken van koren en zo. Maar dat was een weloverwogen keuze. Ons inziens was de markt wat betreft dat grootse, dat theatrale zoals bijvoorbeeld Nightwish dat doet eigenlijk al verzadigd. Zoveel bands deden dat al. Bovendien hadden en hebben wij geen geld om het op een dergelijke manier aan te pakken. En zelfs als we dat wel hadden, dan zouden we het nog niet doen. Dat is gewoon niets voor ons. Wij houden alles het liefst zo basic mogelijk, gewoon catchy songs met zanglijnen die hopelijk blijven hangen. En als het een goed liedje is, heb je eigenlijk ook niet meer nodig.”

    Nieuwe liedjes
    “Er zijn verschillende stukjes klaar, maar nog niet zoveel. We zijn er wel mee bezig, maar nog niet zo intensief; het gaat allemaal nog komen. Zijn nu bezig te verzinnen welke richting het op moet gaan, maar het komt zoals het komt. Er is momenteel  geen druk om een derde album af te leveren. We zien het wel. Kan alleen zeggen dat zoals het er nu voor staat, er weinig zal veranderen, misschien wat experimenten met andere geluiden, maar verder niet. Het blijft allemaal binnen het Sengir-kader. Maar wie weet, denken we er in de toekomst wel anders over;  we maken graag de muziek waar we ons prettig bij voelen. Extreme veranderingen hoeft ge evenwel niet te verwachten. Het zal altijd melodieus en enigszins poppy blijven. Dat is gewoon Sengir.”

    Vooruitgang
    “Dat is heel belangrijk. Ik ben als zangeres niet geschoold en zo, maar ik kan nu veel meer dan vroeger. Oefening baart kunst. Als ik mijn eerste opnames terug hoor, dan denk ik wel eens ‘Oh oh’. Nu gaat het allemaal veel beter en kan ik mijn stem wat gevarieerder gebruiken. Daarnaast zijn we als band ook gegroeid, zeker na de bezettingswisseling. Logisch ook, want met nieuwe mensen probeer je vanzelf nieuwe dingen uit. Het werkt zeker ook motiverend.”

    Doelen
    “Spelen in Japan lijkt ons wel leuk. Of Zuid-Amerika. We hebben wel vragen gehad van fans aldaar wanneer we eens komen optreden. Staan daar zeker niet onwelwillend tegenover. Dus als een organisator het aanbiedt, zullen we het beslist overwegen. Plakken we er meteen een vakantie aan vast. Maar wel eerst optreden, dan pas naar het strand. Ha ha.”

    Kritiek
    “In het begin had ik daar veel moeite mee. Ik was 15 toen ik voor het eerst op een podium stond en erg bescheiden. Ik kon in die tijd slecht tegen kritiek. Naarmate je ouder wordt, leer je daar evenwel mee om te gaan. Je laat het dan gewoon over je heen komen. Je leert relativeren, maar als je zo jong bent, is dat moeilijk. Nu is er een vorm van berusting. We hebben altijd bakken kritiek over ons uitgestort gekregen, zeker vanuit eigen land. Wat dat betreft, zijn ze in België heel gemeen. In Nederland richt de kritiek zich meestal op de muziek, maar bij ons is het persoonsgericht, niet objectief. Maar ondanks alle kritiek, zijn we blijven doorgaan.”

    Leukste moment
    “Het optreden tijdens Graspop was super. En in AB-Brussel toen we samen met Nightwish en Epica speelden. 2000 mensen voor onze neuzen. Het was de eerste keer dat we de nummers van Sign Of Devotion live speelden. Dat was toen een enorm groot risico, maar we wilden het toch graag doen. Uiteindelijk pakte alles goed uit.”

    Dieptepunt
    “Dat was toen Bruno’s drumspullen gestolen werden. Iemand heeft ze backstage waarschijnlijk opgepakt en is er zo mee weggelopen. Gelukkig heeft hij inmiddels nieuwe. Waarvoor dank aan Patrick van de Kerkhof (Patsticks) en AMEDIA Cymbals.”

    Anecdote
    “We zijn ooit eens naar Londen geweest. Dat was toevallig de eerste keer met Bruno als drummer. Hij dacht natuurlijk met een fameuze groep op stap te zijn, maar intussen is zijn mening wel bijgesteld. Ha ha. Na het optreden daar en nadat hij samen met de soundtech de halve bar had leeg gedronken en terug opgevuld met water, vonden we hem ’s morgens terug in het hotel op de verkeerde verdieping en in de gang. De rest van de details gaan we je besparen, maar het was in ieder geval hilarisch.”

     

        

                           Bas Kanij    

     
    Lees meer...
    Interview met Saskia van Heugten van Morning
     
    De Limburgse band Morning bestaat inmiddels ruim zes jaar en bracht tot op heden enkele demo’s en een volwaardige cd uit, gevuld met een mengelmoes van licht getinte progressieve

    Gothicmetal en aan Soilwork verwante metalcore. Nog voor het album ‘Hour Of Joy’ in 2004
    het levenslicht zag, tourde de band al uitgebreid rond in het clubcircuit en werden regelmatig
    plaatselijke festivals aangedaan. Tevens werd de bühne gedeeld met relatief grote namen als
    Epica en After Forever. Een zonnige toekomst scheen de band tegemoet, maar het noodlot sloeg op onbarmhartige wijze toe toen kort na de release van het debuut het Griekse label waar dit bij was verschenen op nogal onfortuinlijke wijze ter ziele ging. Er werd evenwel niet
    bij de pakken neer gezeten. Onlangs nog wist deze zeskoppige formatie zich aardig in de picture te spelen als opener voor het momenteel razendsnel opkomende Delain, terwijl onderwijl hard werd gewerkt aan het vervolmaken van de nieuwe nummers.

     Spil van de band is ontegenzeggelijk Saskia van Heugten, een  gedreven, sociale, ietwat onzekere, jonge vrouw, die met haar krachtige, bezwerende vocalen onmiddellijk de aandacht trekt. Zij was het die in de zomer van 2000 besloot een band op te richten. “Ik zat toen nog op de middelbare school en zong 2 uur per week in een schoolkoor voor het vak muziek. Zo heb ik onze drummer Mauro leren kennen en hem gevraagd of hij zin had in een band te spelen. Hieruit is Morning eigenlijk ontstaan. Op een gegeven moment kwamen Stijn en Pol er bij, later gevolgd door Martijn en Bas; en zo is het dus gebleven.”

      De liefde voor muziek zat er bij Saskia vroeg in. Samen met haar vader zat ze reeds op jeugdige leeftijd vaak uren achtereen met de microfoon naast de cassetterecorder om van alles en nog wat op te nemen en luisterde ze ondermeer naar Roxette en verrassend genoeg Michael Jackson. “Daar is het inderdaad allemaal mee begonnen. Later luisterde ik veel meer naar vrouwenrock en toen ik via een bandje van m’n neef The Gathering leerde kennen, was ik meteen verkocht. Ben in de platenzaak op zoek gegaan naar cd’s van ze en leerde op die manier steeds meer bands en artiesten kennen die muziek maakten die me aansprak. Een paar jaar geleden bijvoorbeeld kwam ik in aanraking met Beth Hart. Zij is naar mijn mening echt een top artiest die enorm pure rockmuziek maakt. Heerlijk. Zou graag eens met haar samen willen werken vanwege de puurheid binnen haar muziek. Zoiets zou ik ook graag willen bereiken binnen een band.”

      Al vanaf de eerste keer dat ze op een podium stond in een klein café in geboortedorp Susteren, kreeg  ze een enorme kick van optreden. Niet alleen vanwege de interactie met het publiek, maar zeker ook omdat het telkens weereen verrassing is hoe het zal reageren op de show.
    “Het is fantastisch voor een volle zaal te staan en overrompeld te worden door een overweldigend applaus.
    Ook is het geweldig als je iedereen mee kan krijgen in je enthousiasme vanaf het podium.”

      Wie dit zo leest, zou gemakkelijk kunnen denken dat naar het werken in een studio niet bepaald verlangend wordt uitgekeken. Maar niets is minder waar. “Vind ik ook heerlijk. Het is echt een fijn gevoel wanneer je een nummer hebt opgenomen en het terug kan horen als een volledig uitgewerkte song met alle instrumenten in verhouding. In principe staat alles al wel vast als we de studio in gaan, maar op het moment dat de basis is opgenomen, worden wel verschillende partijen uitgeprobeerd en dan is het soms verrassend om het eindresultaat te horen.”

      De band houdt momenteel noodgedwongen de zaken in eigen hand, omdat zich tot op heden geen mensen van buitenaf hebben gemeld. Zo regelt toetsenist Stijn de optredens bij zalen en festivals en worden muziek en teksten zelf geschreven. De meeste van die teksten zijn afkomstig van Saskia. Inspiratie put zij uit zaken die haar op een bepaald moment in haar leven bezig houden.
    “De teksten zijn vaak een afspiegeling van mijn gedachten en gevoelens en daardoor heel intiem.
    Ik houd meestal wel rekening met wat ik schrijf in de zin van of iets lekker genoeg loopt om in een nummer te zingen, maar qua onderwerpen vermijd ik niets. Wel kan ik er voor kiezen een dusdanige bewoording te gebruiken dat er meerdere betekenissen aan een tekst te geven zijn. Op die manier hoeft een nummer ook niet steeds over één en hetzelfde onderwerp te gaan, de betekenis kan in de loop van de tijd voor mij veranderen. Ook de luisteraar zal er op die manier zijn of haar eigen betekenis aan kunnen geven. Vind wel dat je moet letten op wat je zegt of schrijft. Wanneer je mensen ergens mee kan kwetsen, moet je eerst twee keer denken voordat je het doet.”

      Terugkijkend naar het begin van de band in vergelijking tot nu, is het duidelijk dat er één en ander veranderd is. Op muzikaal en technisch gebied zijn enorme vooruitgangen geboekt, hetgeen voor Saskia van groot belang is. “Absoluut. Wanneer je niet meer groeit, moet je denk ik overwegen te stoppen. Dan is er voor mij in ieder geval geen uitdaging meer. Het moet allemaal beslist geen sleur worden. Ik wil samen met de rest van Morning blijven groeien als band. Ik heb er dan ook heel veel zin om de nieuwe nummers die we klaar hebben liggen op te gaan nemen en live te spelen. Wat dat betreft, ligt er zeker nog een grote uitdaging te wachten.”

      Het antwoord is nu aan de platenmaatschappijen om de band op te pikken en een kans te geven de opvolger van het debuut op schijf te zetten.

     

    www.morning.nl 

     

     Bas Kanij   

     

     
    Lees meer...
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl